writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Sorane 1 Een nieuw begin - hoofdstuk 12/17

door Jelsi

Jakira

Iedereen schrikt en kijkt elkaar verbaasd aan, als Raya plots omgeven wordt door een lichtgevend veld. De afgevuurde kogel wordt dadelijk tot stof herleidt.
'Raya, kom tot jezelf,' hoort Raya in haar hoofd zeggen.
Ze snapt niet hoe dat komt, maar ze voelt plots dat ze iets in haar rechterhand heeft en heft haar hand omhoog. Verbaast staart ze naar het vreemde wapen in haar hand. Intussen zijn de drie anderen ook van hun verbazing bekomen en ze springen opzij, terwijl ze hun wapens op de agente richten. Maar Raya reageert juist op tijd en laat zich vallen, waardoor maar een paar kogels door het scherm opgevangen worden. Ze rolt over de vloer, terwijl ze haar wapen op een van de schutters richt. Als ze op de vuurknop drukt schiet een energiestraal op de man toe. Dodelijk getroffen zakt hij in elkaar.
Raya wordt intussen hevig onder vuur genomen door de twee anderen, terwijl ze gebukt naar een dekking rent. De twee schutters snappen er niets van. De agente lijkt door iets vreemds beschermt te worden, maar wat weten ze niet. Als Raya achter een dekking knielt, beantwoordt ze het vuur van de twee schutters.
-Pas de instelling aan, Raya. Dan worden ze alleen verdoofd,- zegt de stem weer.
'Hoe doe ik dat?' vraagt ze.
'De druktoetsen aan de achterzijde van het wapen.'
Raya bukt zich en kijkt of ze iets kan vinden en ziet vijf toetsen. De onderste geeft een beetje licht.
-De onderste is de dodende stand. De vier erboven stellen, van links naar rechts, de verdoving graad in. Ik raad aan om de hoogste graad in te stellen.-
Raya drukt snel op de uiterst rechtse knop.
-Pas op. Je aanvallers zijn van plaats veranderd. En bevindt zich links van ons achter de rekken en de andere rechts achter de tonnen,- zegt de stem weer
Op hetzelfde moment ziet ze een doorzichtig 3d scherm voor haar ogen, waarop de plaatsen aangegeven zijn van de twee schutters. De man achter de tonnen richt zich het eerst op en opent het vuur. Raya richt dadelijk haar wapen en vuurt n maal en draait zich bliksemsnel om. De man achter de rekken ziet zijn kans en opent het vuur. Door de inslag van de schoten vliegt Raya achteruit, waardoor haar schot mist.
'Tegenover dit wapen sta je machteloos, agente. Je kreeg mijn twee maten te pakken, maar mij krijg je niet,' roept de man uit, terwijl hij op de plaats blijft vuren, waar Raya viel.
Maar Raya is al opzij gerold en staat geruisloos op.
-Pas op, meesteres. Het scherm is zo goed als uitgeput. Het moet weer opgeladen worden,- klinkt de vreemde stem weer.
Even aarzelt Raya, maar stapt dan toch vooruit. Als de man van achter zijn dekking op de plaats toestapt, waar Raya moet liggen, fluit de agente even. De schutter schrikt even en kijkt om. Maar een kans om te reageren krijgt hij niet. Raya raakt hem met n schot vol in de borst. Verlamd zakt hij in elkaar. Even kijkt Raya nog naar hem en rent dan de anderen achterna.
Haar Hypsoon wijst haar de weg op het 3d scherm, waar Raya nog wel een beetje moeite mee heeft, want ze is zoiets niet gewoon. Maar langzaam wendt ze eraan en vordert snel. Met de hulp van haar Hypsoon volgt ze zelfs een andere weg, waardoor ze plots voor de misdadigers staat. De vier mannen merken haar dadelijk op en schrikken even.
'Verdomme. Ze is... Dood haar,' roept de baas uit en werpt zich op de grond.
Zijn mannen openen dadelijk het vuur, maar Raya staat al niet meer op dezelfde plaats. Van op de vloer vuurt ze drie maal en drie maal is het raak. Verlamd storten ze alle drie neer. De agente staat langzaam op en loopt op de baas van de bende toe.
-Pas op, een sluipschutter links,- hoort ze de stem in haar hoofd.
Even verstart ze, maar voor ze kan reageren, wordt ze door een kogel geraakt. Hij doorboort haar rechterlong. Door de klap stort ze neer. Raya moet moeite doen om het bewustzijn niet te verliezen. Maar ze slaagt erin. Ze hoort de schutter naderbij komen.
'Je was goed, agente. Maar toch net niet genoeg,' zegt de man, als hij merkt dat ze nog bij bewustzijn is.
Raya probeert om haar wapen omhoog te heffen, maar het lukt haar niet. De baas is intussen naderbij gekomen en schopt het uit haar hand.
'Zo die kan niets meer ondernemen, knal een kogel door haar mooie hoofdje,' zegt hij spottend.
Maar de man hoort een gerucht achter zich en draait zich bliksemsnel om. Maar voor hij zijn wapen kan richten, wordt hij door een energiebol geraakt. Als de baas naar hem kijkt, ziet hij voor zijn ogen in stof uit elkaar vallen.
'Gelukkig heb ik je nodig, Vlandor. Anders was je, je ondergeschikte gevolgd in de dood,' zegt een stem.
De man kijkt naar de onbekende blondine, die op een dertigtal passen van hem staat.
'Mijn naam is Jakira. Misschien ken je hem al ergens van. Nee, die ben ik niet. Ik ben de echte Jakira, niet die bedriegster die mijn naam en gedaante gebruikt,' zegt ze, terwijl ze naar hem toeloopt.
Zonder hem aan te kijken, knielt de blondine naast Raya en kijkt haar aan.
'Ik haal het niet. Maar laat die misdadiger niet ontkomen,' stamelt Raya zwak, terwijl een dun stroompje bloed uit haar mondhoeken loopt.
'Denk jij dat je zo snel je straf ontloopt, agente. Weet jij wel wat een esper kan doen?', lacht Jakira.
'Een esper..; wat is dat voor iets,' vraagt de agente zwak.
'Jullie noemen het paranormale krachten, telepathie, telekinese, enz, Raya,' glimlacht Jakira raadselachtig.
'O, dat. Sommigen beweren dat die krachten bestaan, maar...'
Jakira antwoordt echter niet, op de krakende woorden van de gewonde agente. Ze glimlacht alleen maar. Ze heft haar handen omhoog en houdt ze vlak boven het bovenlichaam van de agente. Plots vloeit er een lichtgroen licht naar Raya's wonde toe. Langzaam groeit de wonde terug dicht en even later is er niets meer van te zien.
Vlandor de baas van deze sector kijkt ontsteld toe.
'Dat kan toch niet,' stamelt hij, terwijl Jakira, Raya helpt recht staan.
'Hoe doe je dat, Jakira?'
'Ik zei het al. Ik ben van geboorte een esper, agente.'
'Je naam, ben je zeker dat Jakira je echte naam is. Je bent toch geen nakomeling van de Jakira uit de geschiedenis boeken.
'Nikita, mijn moeder gaf mij deze naam bij mijn geboorte. Maar dat is al vele jaren geleden,' zegt Jakira en kijkt plots naar Vlandor.
'Nikita. Dat kan niet waar zijn,' stamelt Raya, terwijl ze met grote ogen, naar Jakira staart.
Maar de blondine richt zich tot Vlandor, ze haar hypnotische krachten van hem terugtrekt.
'Nu ben jij aan de beurt.'
Bevrijdt van Jakira's suggestieve krachten, kijkt de man haar verschrikt aan.
'Wat heb je gedaan, vrouw?', vraagt hij met trillende stem.
'Ik heb je een beetje benvloed, zodat je niet ging vluchten, terwijl ik Raya er weer bovenop hielp.
'Benvloed ??? wat bedoel je ?'
'Een soort hypnose, man,' zegt ze ruw en concentreert zich.
Haar telepathische krachten dringen zijn gedachten binnen. Hij wil zich verzetten, maar hij heeft de kracht er niet voor. Toch wankelt hij langzaam achteruit. Als Jakira haar telepathische gedachten terugtrekt, glimlacht ze.
'Bedankt, Vlandor. Ik weet wat ik wilde weten. Nu komen je vrienden aan de beurt. Geen van jullie zal mij ontkomen.'
De man kijkt haar met verbijstering aan.
'Jij bent een telepate en een duivelin,' roept hij uit.
'Dat klopt, Vlandor. Maar alleen voor de ergste misdadigers zoals jij. Jullie soort heeft geen geweten.'
'Raya, wil jij hem naar het politiebureau brengen.'
'En jij dan.'
'Ik ga zijn maten een beetje lastig vallen. Misschien breng er nog een paar naar cel. Maar met zekerheid kan ik het niet zeggen.'
'Aan onze meesteres ontkom je niet, jij die je zelf Jakira noemt.'
'Nee, Vlandor. Hopelijk kom ik haar tegen, dan kan ze weer op de vlucht slaan, zoals de vorige keer,' spot Jakira en is op hetzelfde moment verdwenen.
Raya richt haar wapen op de misdadiger.
'Vooruit naar je wagen,' beveelt ze.
'Je vriendin is goed gek, agente.'
'Ze is mijn vriendin niet, maar als ik het juist heb dan staat je meesteres op de rand van een afgrond te wankelen.'
'Je bent al even gek als die blonde. Mijn meesteres is een godin.'
'Een godin.. Dat zal voor Jakira geen probleem zijn, Vlandor. Ze heeft al verschillende goden hun verdiende straf gegeven. Je hebt toch geschiedenislessen gekregen op school.'
Vlandor kijkt de agente even aan, als hij de bewonderende klank in haar stem hoort. Hij trekt dan maar zijn schouders op en loopt naar de uitgang toe. Maar hij kiest voor een andere weg, misschien kan hij daar een kans hebben om te ontkomen en zijn maten te waarschuwen. Raya volgt hem op een meter of twee afstand. Iets zegt haar om hem niet te vertrouwen, maar ze merkt niets verdachts. Als ze de uitgang naderen lopen door rijen opgestapelde blokken. Plots werpt Vlandor zich opzij en duwt een steunbalk weg. De blokken beginnen dadelijk te kantelen. Raya ziet het gevaar een springt vooruit. Maar ze is te laat. Ze ziet de zware blokken op haar toekomen. Op hetzelfde moment ziet ze een licht blauwe kring voor haar opdoemen.
'spring er door, meesteres,' hoort ze een bevelende stem in haar hoofd.
Zonder na te denken volgt ze het bevel op en een seconde later staat ze in de openlucht. Verbaasd kijkt ze om zich heen.
'Hoe??', fluistert ze.
'Een overbrengerveld, meesteres.'
'Een overbrengerveld?', herhaalt ze vragend.
Voor de Hypsoon kan antwoorden, merkt ze Vlandor op die uit het gebouw stapt. Ze ziet hem grijnzen en denkt:
-Wat gaat die schrikken als hij mij ziet.-
Dan roept ze.
'Vlandor. Niet schrikken.'
De man verstijft even en kijkt verschrikt om.
'Jij... hoe???'
'Dat kan ik niet uitleggen, misdadiger. Naar je wagen en geen truckjes meer. De volgende keer lig je dood voor mijn voeten.'
Vlandor blijft haar aanstaren, terwijl zijn gedachten door elkaar dwarrelen.
'Ga je nu nog verder, of.'
'Nee, ik ga al.'
Raya volgt de man opgelucht en een paar minuten later duwt ze hem de wagen in. Dan gaat ze naast hem op de bestuurders plaats zitten. Als ze voor het bureau uitstappen, kijken de andere agenten hen verbaasd aan.
'Breng hem naar een cel en sluit hem op,' zegt ze.
Enkele agenten grijpen Vlandor vast en brengen hem weg. Raya haast zich intussen naar haar bureau, maar dan hoort ze de stem van de kapitein.
'Raya. Sorane Cobanon, die jij en je partner moesten bewaken, waar is die?'
'Veilig, Kapitein. Malon bewaakt haar.'
'Waarom ben jij dan hier?'
Raya vertelt ongeveer wat er gebeurt is en kijkt de kapitein afwachtend aan.
'In orde. Dan hen je geluk gehad. Haast je nu naar je partner toe. Jullie moeten haar naar de staatsgevangenis brengen. Haar advocaten komen over een paar om haar verdediging voor te bereiden.'
'In orde, kapitein. Maar mijn wagen staat ergens in de stad, kan ik een nieuwe krijgen.'
'Een nieuwe. Ben je wel goed bij je hoofd. Pak maar n van de in beslag genomen wagens in de garage.'
Raya glimlacht en zegt:
'Dank u. Zoiets bedoelde ik.'
De kapitein kijkt haar achterna, als ze tussen de bureaus toestapt. Dan neemt hij de telefoon in zijn hand en tikt een nummer in. Een tijdje later rijdt Raya in een blauwe wagen uit de garage de weg op. Als ze aan de deur van het schuilhuis aanbelt, doet Malon voorzichtig op.
'We moeten opbreken, Malon. Ze verwachten Sorane in de staatsgevangenis.'
'Wat? Hadden ze ons daar niet dadelijk naar toe kunnen sturen.'
'Ja, misschien wel. Malon, maar wij beslissen zoiets niet.'
'Je hebt gelijk, Raya. Ik zal Sorane..'
'Dat doe ik wel, Malon,' zegt de agente en haast zich naar de kamer.
Als ze de deur opent ligt Sorane op haar rug op het bed.
'Hee, Sorane. Wordt wakker. We moeten je...'
Sorane opent haar ogen en kijkt de agente aan.
'Hai, Raya. Ik sliep niet. Ik doe elke dag concentratie oefeningen. Moet je ook eens doen, want het kan je helpen om je innerlijk evenwicht te bewaren,' zegt ze, terwijl ze op de rand van het bed gaat zitten.
Nadat Raya Sorane's handboeien om haar polsen gesloten geeft, duwt Raya Sorane voor zich uit naar buiten. Malon staat hen al op te wachten.
'In de wagen Sorane.'
De roodharige kijkt Malon even aan.
'Wil je me zo snel in de cel, Malon.'
'Zo snel maar kan, huurmoordenaar. En deze maal geraakt je er zo snel niet uit.
Sorane glimlacht spottend.
'Zeker van, agent. Deze boeien houden mij ook niet tegen als ik niet wil.'
Terwijl ze instapt, kijkt Raya naar Malon. Die trekt zijn schouders op en geeft een teken om in te stappen. Een uur later bereiken ze hun doel en stoppen voor de gevangenis deuren. Maar als ze uitstappen, geeft Sorane Malon plots een duw en werpt zich opzij. Een kogel boort een gat in de deur van de wagen. Sorane rolt over de grond en richt het wapen dat ze uit Malons holster trok, naar omhoog. Terwijl een tweede kogel vlak naast haar inslaat, vuurt ze twee maal.
Haar eerste kogel slaat vlak onder de dakrand in de muur. De schutter schrikt hevig en richt zich een beetje op. De tweede kogel is raak. Terwijl zijn wapen naar beneden valt, stort de man achterover. Malon kijkt naar Sorane, terwijl Raya haar wapen op de huurmoordenares richt. Maar Sorane rent gebukt naar een stilstaande wagen.
'Stop, Sorane. Of ik schiet,' roept ze, maar Sorane duikt op dat moment achter de wagen weg.
Raya schrikt als ze twee kogels in de zijkant van de wagen hoort slaan. Even kijkt ze om zich heen, maar kan ziet niets verdachts. Sorane weet echter telepathisch waar hij zit en blijft hem scannen. Zo komt ze te weten dat ze nog met twee zijn. De ene zit langs de overkant op het dak van het gebouw, terwijl de andere op weg is om haar langs een andere kant onder vuur te nemen. Even kijkt ze naar het wapen in haar hand.
-Nog zes kogels. Dat moet genoeg zijn,- denkt ze.
Even concentreert ze zich en materialiseert in het gebouw achter haar. Ze staat achter een dikke steunpilaar en scant haar omgeving. Niemand heeft haar opgemerkt, maar Sorane ontdekt zeven mensen, die angstig naar buiten staren. Niet wetend wat te doen. Ze loopt op een van hen toe. De man schrikt als hij haar opmerkt. Zij denken dat ze wil ontsnappen, als ze haar handboeien zien. Maar Sorane legt haar pistool op de tafel en zegt:
'Er zitten een paar sluipschutters op het dak, mensen. Ik wil alleen mijn leven verdedigen. Als die schutters verdwijnen, geef ik mij over.'
De mensen kijken haar verbaasd en angstig aan, maar ze beseffen dat ze de waarheid spreekt. Ook zien ze enkele agenten achter de wagens in dekking zitten. Enkele kogels slaan op dat moment in op de wagen, waarachter Sorane zou moeten zitten. Sorane die nog steeds haar omgeving scant, weet dat de andere schutter langs de trap naar beneden komt. Ze loop naar de tafel toe en neemt haar wapen op.
Ze geeft een teken om te zwijgen en wijst naar een hoek waar verschillende kasttafels staan. De mensen haasten zich om erachter te knielen, terwijl Sorane naar de zijkant van de trap loopt. Ze drukt zich tegen de muur, terwijl de man, die nu zijn scherpschutters geweer op de rug gehangen heeft, bijna beneden is.In zijn handen heeft hij twee snelvuur wapens. Voorzichtig kijkt hij om de hoek in de richting van de vensters. Hij kan Sorane in haar dekking niet zien zitten en neemt contact op met zijn maat op het dak. Maar die meldt hem, dat het doelwit zich nog steeds achter de wagen moet bevinden. Op zijn hoede sluipt de man naar het venster toe, maar verstijft als hij een stem hoort zeggen.
'Ben je naar mij op zoek, huurling.'
Bliksemsnel draait hij zich om, maar afdrukken kan hij niet meer. Sorane vuurde een maal en raakte haar doelwit. Als Sorane naar hem toeloopt, richten de zeven mensen zich op en horen haar zeggen.
'Nog eentje.'
Dan zien ze dat Sorane hen een teken geeft om achteruit te gaan. De roodharige maakt de riem van het scherpschutters geweer los en weegt het wapen in haar hand. Langzaam loopt ze gebukt naar de deur, die even open draait. In de inkomhal drukt ze zich dadelijk tegen de muur.
Raya is de enige die haar opmerkt en richt haar wapen op de roodharige. Dan ziet ze dat Sorane haar wapen op de overzijde van de straat richt en laat het haar wapen zakken. Ze stelt vast dat hun gevangene opnieuw geen boeien om haar polsen heeft. Toch is ze verbaasd over het gedrag van Sorane. Als Sorane in het gebouw was, dan had ze zich allang uit de voeten kunnen maken. Waarom deed ze het niet. Dan ziet de agente een lange vuurstraal uit de loop schieten en kijkt in de richting dat Sorane vuurt. Op de rand van het dak merkt ze plots een beweging, maar dan niets meer. Als ze naar Sorane kijkt, ziet ze dat de vrouw haar wapen op de grond legt en haar handen omhoog steekt. Langzaam loopt ze naar Raya en Malon toe.
De zeven mensen in het gebouw komen aarzelend naar buiten, waar ze blijven toekijken hoe ze Sorane naar de gevangenis brengen. Intussen lopen enkele agenten naar de gebouwen toe, waar de schutters zaten. Enkele anderen bekommeren zich om hun twee gewonde kameraden. Ze werden neergeschoten, toen ze het vuur beantwoorden, maar zijn niet levensgevaarlijk gewond.
Malon grijpt Sorane's arm vast en vraagt:
'Mijn wapen, waar is dat gebleven?'
'Op mijn rug, Malon. Achter mijn riem. Ik kan het toch niet in mijn hand nemen, want je collega's zouden dat verkeerd kunnen opvatten,' zegt ze met lichte spot.
Malon wil iets zeggen, maar Raya is hem voor.
'We zouden haar moeten bedanken. Zij heeft in haar eentje drie moordenaars uitgeschakeld. Maar ik zou graag weten waarom ze niet gevlucht is.'
Sorane kijkt de agente even nadenkend aan.
'Raya, je weet wat ik gedaan heb in het verleden. Dit is mijn kans om opnieuw met een schone lei te beginnen. Daar doe ik alles voor. Als ik de vlucht neem, dan is deze kans verkeken en dan zal ik voor altijd op de vlucht zijn. Ik ben mijn vorig bestaan moe.'
Malon kijkt haar nog steeds wrevelig aan en steekt zijn wapen weer in het holster.
'Kom, we gaan. Voor ze nieuwe schutters sturen,' zegt hij, met een licht grijns.
'Dat kunnen we hen niet aandoen. Als Sorane haar vroegere collega's nog meer uitdunt, dan blijven er geen meer over.'
'Misschien zo slecht nog niet. Dan ben ik voor een tijdje de enige die als huurmoordenaar gevraagd wordt. Dan ben ik in een paar jaar zo rijk dat ik een eigen land kan kopen.'
Raya en Malon kijken Sorane verschrikt aan, maar zien haar lachen. Ze beseffen dat het een grapje was. De gevangenis bewakers kijken naar het drietal. Maar Sorane merkt dat ze alleen oog hebben voor haar. Hun gedachten verraden dat ze haar bewonderen, maar ook zijn snappen niet waarom ze zich niet uit de voeten maakte. Toch zijn er andere gedachten. Sommige bewakers zijn haar vijandig gezind.
De volgende dag wordt ze uit haar cel gehaald en naar een kantoor gebracht. Even is ze alleen, maar dan komen drie advocaten binnen. Sorane kijkt hen aan, terwijl ze haar telepathische scan beindigt. De drie, een vrouw en twee mannen, gaan tegenover de gevangene zitten. Ze kijken Sorane aan, zonder iets te zeggen.
'sorane Nador. Wij zijn door..' zegt de vrouw, maar wordt door Sorane onderbroken.
'Mijn naam is Sorane Cobanon, advocate. Ik wil zo genoemd worden. Mijn vorig leven heb ik achter mij gelaten.'
De advocate kijkt even naar haar collega's en trekt haar schouders op.
'Dat is mij gelijk, gevangene,' zeg ze, terwijl de iets aan haar papieren verandert.
'Mijn naam is Anaya Rand. Wij werden u als advocaten toegewezen. Het is echter tegen mijn wil, maar ik wordt gedwongen om het te doen. Dus we moeten met elkaar aan je verdediging werken. Ik moet je eerlijk zeggen, dat ik je liever veroordeeld wil zien. Maar ik moet mijn plicht doen.'
'Wat heb ik je dan misdaan?' vraagt Sorane, hoewel ze het antwoordt al kent.
'Erine rand is mijn zus. Door jou toedoen is ze voor de rest van haar leven verlamd. En alsof dat nog niet genoeg was, wilde je haar ook nog eens in het ziekenhuis kwellen, waardoor haar toestand zorgwekkend veranderd is.'
'Hebben ze je dat wijsgemaakt, advocate. Erine is gezond en wel, alleen wordt ze op dit moment aan vele vermoeiende test onderworpen. De dokters willen weten waarom ze genezen, al staan die nog steeds voor een raadsel.'
'Je bent gek, Sorane. Mijn zus zal nooit meer kunnen lopen.'
'schrik niet teveel als je haar ziet, Anaya,' zegt Sorane nog.
Maar wat de advocate ook doet, ze zegt niets meer over de agente.
'Jullie zijn hier om over mijn zaak te praten, advocate. Niet over uw zus. Kom ter zake anders, verspeel je mijn tijd,' zegt Sorane streng.
Anaya kijkt Sorane woedend aan. Haar ogen lijken wel vuur te spuwen, maar ze houdt zich in, omdat ze weet dat de gevangene gelijk heeft.
In de twee weken die volgen, komen de drie advocaten soms afzonderlijk een paar keer terug. Aan het begin van de derde week, merkt Sorane dadelijk dat er iets scheelt. Anaya is helemaal uit haar doen.
'Ze hebben je bedreigd, als ik het niet mis hebt.'
De advocate kijkt Sorane verschrikt aan.
'Hoe weet..'
'Het is een vermoeden, Anaya. Vertel mij wat er gebeurt is .'
'Nee, Sorane. Jij hebt al moeilijkheden genoeg.'
Sorane weet echter uit haar gedachten wat er gaande is. Haar vriend, een van de twee andere advocaten, is bedreigd. Als ze niet doen wat er gezegd wordt, dan is zijn dochtertje er geweest.
'Misschien kan ik je toch helpen, Anaya.'
'Nee, dat kan je niet. Toch niet zolang je hier gevangen zit.'
'Toch heb ik nog vrienden buiten deze cellen.'
'Moei je niet, Sorane. Ik wil geen hulp van een misdadigster.'
'Dat is uw beslissing, maar ik denk dat je...'
'Nee, Sorane. Waag het niet,' zegt Anaya kwaad en staat op.
'Vandaag kan ik niet over je zaak praten.'
Sorane kijkt de jonge vrouw na, als ze de ruimte verlaat. Enkele ogenblikken later komen ze haar weer halen en brengen haar naar de cel. Maar ze is er nog niet aangekomen of ze brengen haar weer naar de bezoekersruimte terug. Nog voor ze kan gaan zitten, gaat de deur open en twee jonge vrouwen komen binnen.
'Het lijkt wel een clubje van roodharigen,' hoort ze een bewaker spottend zeggen.
Dan herkent ze Tena en Quana. Beiden kijken haar zwijgend aan tot de deur weer gesloten is.
'sorane, ben jij werkelijk Jakira,' vraagt Tena.
'Nee, was ik het maar, dan was ik hier al lang niet,' antwoordt Sorane.
Maar telepathisch denkt ze:
-Ja, Tena. Ik ben Jakira, alleen heb ik een ander lichaam. Er zijn afluisterapparaten in dit vertrek aanwezig.-
Quana kijkt even om zich heen en glimlacht:
-Je hebt het ver geschopt, zo te zien.-
-Goed opgemerkt, Quana. Maar ik had mijn leven wel iets anders voorgesteld.-
-Waarom blijf je hier zitten? Je weet toch wel dat Jakira in de stad rondzwerft. Ze heeft het op het moment wel gemunt op misdadigers van de lagere klassen.-
-Dat is die Jakira niet, Tena. Maar dat ben ik. Terwijl ik hier zit, ga ik soms in mijn oude gedaante op onderzoek uit. Ik wil de juiste daders die hier achter zitten opsporen. Een aantal ken ik al van naam en ik weet zelfs waar ik ze ongeveer moet zoeken.-
-Ach zo. Dat is niet zo dom.. in de gevangenis en toch vrij om de jacht verder te zetten,- denkt Tena terug.
Verder praten ze een tijdje normaal over de rechtszaak en de daden van Sorane. Tot de bewaker Quana en Tena naar buiten begeleidt. Sorane wordt naar haar cel teruggebracht.
'Nog minder dan een week Sorane, dan sta je voor je rechters. Al is de doodstraf nog niet uitgesproken, toch staat ze al vast.'
'Misschien wel, Vernan. Maar zo snel krijgen jullie mij niet dood. Je kunt je beter uit de voeten maken.'
De bewaker kijkt haar even met een vreemde blik aan, maar dan trekt hij zijn schouders op.
'stoute praat kan je niet meer helpen, gevangene. Misschien is er zelfs geen rechtszaak nodig.'
'Probeer het maar. Dan kan ik ervan genieten,' fluistert Sorane, zodat alleen Vernan het kan horen.
Sorane blijft nadenkend in de cel achter. Ze moet denken aan Anaya en het dochtertje van haar vriend.
-Waar ben ik toch mee bezig, straks is heel de planeet nog lid van mijn groepje. Nog deze twee, misschien alle drie, maar dan is het voorlopig genoeg. Eerst orde op zaken stellen en daarna zien we wel,- denkt ze.
Nu ze haar besluit genomen heeft, gaat ze op het bed liggen. Een paar seconden later wordt ze even doorzichtig en kilometers daar vandaan wordt ze als Jakira terug stoffelijk. Ze bevindt zich nabij n van de grote rijke villa's, die door de grote bazen bewoond worden. Een gedachte en ze staat in de slaapkamer van de baas. Zoals ze telepathisch vaststelde is er niemand aanwezig.
Glimlachend gaat ze op het bed liggen in een halfdoorschijnend nachtgewaad. Ongeveer een uur later komt Duno Cornod, de baas, met zijn vrouw in de arm naar hun vertrekken toe. Als ze beiden de slaapkamer binnenkomen, kijken ze verschrikt naar Jakira. De blondine richt zich op.
'He, wat.. Schat, je bent onze afspraak toch niet vergeten. Dan heb ik mij voor niets zo opgemaakt,' zegt Jakira
Even is het doodstil in het vertrek.
'Verdomme, jij vuile..' roept de vrouw uit en wil haar man een klap geven, maar die is sneller.
Hij grijpt haar hand stevig vast.
'Ik ken die vrouw niet. Dit moet een vergissing zijn,' roept hij uit.
'Duno, lieveling.. een vergissing, wat zeg je nu.'
De vrouw van Duno kijkt Jakira met vuurschietende ogen aan en rukt zich los. Dan rent ze bijna de kamer uit. Ze horen de deur achter haar dichtslaan.
'Ik hoop voor jou dat dit een grap is van een van mijn vrienden, want anders kom je hier niet levend weg,' zegt de misdadiger met ingehouden woede.
'Het is geen grap, Duno. Ik ben hier voor jou,' zegt Jakira spottend, terwijl haar kleren veranderen in het ijsgroene uniform van de basis.
'Wat is dat? Hoe.. Blijf daar of ik..'
'Of wat, Duno,' zegt Jakira, terwijl ze zijn arm vastgrijpt.
Op hetzelfde moment zijn ze verdwenen.
Als zijn lijfwachten en zijn vrouw terug binnen stormen vinden ze niemand meer. Beiden zijn intussen recht in een cel van de gevangenis gematerialiseerd. Verschrikt kijkt de misdadiger om zich heen.
'Hoe komen we hier?' stamelt hij.
'Teleportatie, Duno. Kijk maar eens naar je vrienden. Zij zitten hier al een tijdje, volledig afgezonderd.'
De man kijkt nu pas naar de andere cellen en ziet een zes tal andere leiders, elk in een afzonderlijke cel staan.
'Zij heeft ons hier gebracht, Duno. Maar zonder haar raken we hier nooit weg,' zegt een van hen.
'Wie geeft haar dat recht?'
'Niemand, Duno. Jullie mogen blij zijn, dat ik jullie levend hier gebracht heb. Moordenaars stel ik meestal zelf terecht, maar deze maal maak ik een uitzondering. Jullie komen voor de rechtbank, maar pas wel op. Het is de bedoeling dat jullie zwaar gestraft worden voor jullie misdaden. Wie vrijgesproken wordt, geraakt juist tot aan de uitgang van de rechtszaal en dan sta ik voor hem. Als rechter en als voltrekker van het doodsvonnis, dat ik uitgesproken heb.'
'Jullie plaatsen jezelf boven de wet,' roept Duno uit.
'Boven de wet, Duno. Nee, jullie staan boven de wet, dankzij jullie geld. Maar ik pas de wet toe, alleen ben ik het enige jurylid en vergeet niet ik kan tot diep in je binnenste kijken. Tussen haakjes, geld interesseert mij niet. '
'Laat me niet lachen, Jakira. Geld betekent macht. Niemand laat zoiets onverschillig.'
'Mij wel, bandiet,' zegt Jakira, maar op dat moment schrikt ze.
Iemand raakt Sorane's lichaam aan. Ze moet dadelijk terug.
'Ik moet weg, tot over een paar dagen. Dan breng ik nieuwe collega's. Roep maar zoveel jullie willen, niemand kan jullie hier horen,' lacht Jakira en is op hetzelfde moment verdwenen.
Raya die intussen naast Sorane knielde en even lichtjes tegen de wangen van de roodharige vrouw sloeg, ziet Sorane even doorzichtig worden. Ze schrikt ervan, maar dan is het al weer normaal. Sorane opent haar ogen en kijkt haar verbaasd aan.
'He.. wat.' stamelt ze.
'Je leekt wel dood, Sorane,' antwoordt Raya met trillende stem.
'Dat is altijd als ik mij in een diepe concentratie bevindt. Wat doen jullie hier?'
'We hebben de opdracht op je naar de rechtbank te brengen,' zegt Malon.
'Geen probleem, Agenten. Als ik wil vrij komen moet ik doen wat jullie zeggen,' glimlacht de roodharige.
Twee uur later lopen ze samen met de drie advocaten de rechtszaal binnen. Malon en Raya nemen plaats tussen het publiek, terwijl Sorane op de beschuldigde bank gaat zitten. Haar advocaten nemen links en rechts van haar plaats. Als de juryleden binnenkomen, scant Sorane hun gedachten en beseft dadelijk dat ze niet zal vrijkomen. Van elk jurylid is een kind of een vrouw of man ontvoerd. Als ze hen levend willen terugzien, moeten ze Sorane ter dood veroordelen. De aanklager kijkt spottend naar Sorane, maar de roodharige kijkt hem koel aan, terwijl haar telepathische gedachten diep in zijn binnenste dringen.
Zo komt ze te weten wie er achter zitten. Enkelen stonden al op haar lijst, maar nu komen die op de eerste plaats. Zodra ze in de cel zit, is het de beurt aan Jakira. Terwijl het proces verder zijn verloop kent en de ene bewezen aanklacht de andere opvolgt. Het interesseert Sorane niet zoveel, haar gedachten scannen haar omgeving op zoek naar iedere aanwezige die met de ontvoering van de familieleden van de juryleden te maken. Ze merkt wel dat Anaya haar soms verbaasd aankijkt, maar als ze de gedachten van de advocate opvangt, vertoont haar mond een lichte glimlach.
De jonge advocate doet haar best om haar clinte te verdedigen, hoewel ze Sorane niet kan vergeven voor wat ze haar zus aangedaan heeft. Maar ook Erine zou haar niet vergeven als ze haar gevoelens boven haar werk zou plaatsen. Daarom doet ze zoveel moeilijk haar best, maar de tegenstanders beginnen haar meer en meer als een gevaar te zien. Plots schrikt Sorane. Aqunok zit tussen de toeschouwers en hij heeft telefonisch juist het doodvonnis van Anaya doorgegeven. Nog deze avond moet ze aangepakt worden.

 

Er zijn bezoekers online, waarvan leden: .