writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Sorane 1 Een nieuw begin - hoofdstuk 14/17

door Jelsi

Recht of onrecht
Terwijl Deno en Erine het vuur beantwoorden beseffen dat ze zich in een benarde situatie bevinden. Er zijn meer dan tien schutters, die hen langs twee zijden bestoken. Ze kunnen geen kant op.
'Laat jullie wapens vallen of we schieten om te doden,' roept een van de schutters.
'Deno, we kunnen beter doen wat ze zeggen.'
'Je hebt gelijk, Erine. Misschien krijgen we later nog een kans.'
'Die geef ik jullie niet, agent. Zodra ik vrij ben, zijn jullie beiden er geweest. De gevangenen hebben we nog even nodig, die kan ik voorlopig niet bestraffen, maar ik geef geen cent meer voor hun leven, zodra Sorane veroordeeld is,' lacht Tanay.
Deno beseft dat ze niet anders kunnen en laat zijn wapen zaken. Op hetzelfde moment rent Erine weg en vuurt op de schutters. Die laten zich dadelijk in dekking werpen, maar voor twee van hen is het te laat. Ze storten dood naar beneden. Dan worden de schoten op Erine geconcentreerd.
'Die is er gewee..' zegt Tanay, maar schrikt als ze merkt dat Erine, hoewel ze verschillende keren geraakt wordt, verder loopt.
'Zo snel geven wij ons niet gewonnen, Tanay. Jij hebt te vroeg gelachen.'
'Jij bent geen gewone agent. Jullie beschaving is nog zover niet.'
'Goed geraden, Tanay. Zij horen bij mij,' zegt een stem plots.
Verschrikt kijken ze om en zien Sorane staan.
'Jij.. jij zit toch in.. hoe kan..'
'Je meesteres zou je beter de waarheid vertellen in plaats van die te verzwijgen, Tanay. Sorane is dood, maar ik waarvan je meesteres een kloon is, ben nog steeds levend en wel.'
'sorane dood.. Wie ben jij dan?'
'Zo zag ik er vroeger uit, Tanay. Ik kreeg van de hogere machten beschikking over Sorane's lichaam,' zegt de roodharige, terwijl ze haar uiterlijk in Jakira verandert.
'D..at ka.n toch niet,' stamelt de vrouw verschrikt, maar al snel herpakt ze zich.
'Toch heb je niet gewonnen, Sorane of moet ik je Jakira noemen. De gijzelaars kan je niet beschermen. Zij zijn er geweest als jullie je niet overgeven.'
Jakira glimlacht alleen maar, terwijl ze een energiescherm omheen de groep opbouwt.
'Sta maar op, vrienden. Loop kalm naar die groene boog toe,' zegt Jakira
Tanay kijkt haar ontstelt en beseft dat haar kansen verkeken zijn. In stilte vervloekt ze de andere Jakira, die haar de waarheid niet verteld heeft. Had ze geweten wie haar tegenstanders waren, dan had ze het anders aangepakt.
Terwijl de groep aarzelend naar de boog toeloopt, richt Deno zijn wapen op Tanay en geeft en teken om de anderen te volgen. Jakira lost op dat moment op in het niets. Ze materialiseert op een paar passen van een schutter, die verbaast naar de gijzelaars staart, die door iets onbegrijpelijks beschermt lijken te worden. Jakira glimlacht even als ze zijn gedachten opvangt van de man, die de gijzelaars een voor ziet verdwijnen.
'straks krijg je nog een hartstilstand, huurling,' zegt ze plots.
De man verstijft even en draait zich dan bliksemsnel om. Maar hij ziet niemand staan en plots wordt zijn wapen ook nog uit zijn hand gerukt. Voor zijn ogen buigt het wapen tot het breekt. Dan vallen de stukken op het dak. Wat hij niet weet is dat hetzelfde ook bij de andere schutters gebeurde. Allen horen ze de telepathische stem van Jakira.
'Bij onze volgende soortgelijke ontmoeting breek ik jullie wapens niet meer, huurlingen, maar dan zijn jullie aan de beurt. Verdwijn, voor ik mij bedenk.'
Even kijken alle huurlingen om zich heen, maar geen van allen zien iets. Maar ze maken zich allen uit de voeten. Als ze elkaar ontmoeten bij hun wagens, zeggen ze geen van allen iets. Jakira kijkt hen van op het dak na, als ze met grote snelheid wegrijden. Dan bemerkt ze Erine op, die haar beneden staat op te wachten. Een gedachte is genoeg en ze materialiseert naast de jonge vrouw.
'Waar is de vrouw die mij neerschoot.'
'Die kloon, bedoel je. Waar ze is weet ik niet. Maar ze zal wel haar duivelse plannen aan het uitbroeden zijn. Ze wil over deze planeet heersen. Aqunok is maar een soort marionet."
'Wat bedoel je?'
'Ik heb de datamodules die Sorane door Rinar liet verzamelen. Aqunok heeft zijn mensen op belangrijke plaatsen over heel het continent geplaatst. Zij willen de macht overnemen. En die kloon zal heersen over alle leven op Enuron. Ze bezit een groot deel van mijn vroegere krachten en is een van de beste vechters die ik ken. Of ik haar kan verslaan weet ik niet, maar als het zover is zal ik het proberen.'
'En als je verliest.'
'Dan is het haar grote triomf. Het pad naar de hoogste macht ligt dan voor haar open.'
'En als jij wint. Ligt dat pad dan ook voor jou open.'
'Vermoedelijk wel, Erine. Maar ik wil die macht over leven en dood niet.'
'Gelukkig maar, Sorane. Het zou ons spijten om tegen onze vroegere vriendin te moeten vechten,' zegt een stem achter Sorane.
De roodharige kijkt glimlachend om en bemerkt Tena en Quana.
'Dat zal nooit gebeuren. Ik blijf wie ik ben, Quana.'
'Waarom kom je niet terug naar je oude vrienden? We hebben je nu meer dan ooit nodig. Als Unka weer gezond is, zal ze je zeker willen zien.'
'Wat is er met mijn zusje?'
'Je zus en Rondo werden in de gevechten zwaar gewond, maar ze zijn intussen al buiten levensgevaar.'
'Wat bedoel je, Tena?'
'Dat kunnen we beter uitleggen, terwijl we samen naar de centrale eenheid terugkeren.'
'Dat kan ik niet, Tena. Ik ben niet meer dezelfde als vroeger. Mijn gaven zijn sterk toegenomen. Ik wil ze eerst volledig beheersen, anders zou in de basis wel eens de hel kunnen losbarsten.'
'De basis is niet meer van ons, Sorane.'
'Wat bedoel je? Je hebt een tijdje zoiets gezegd, maar ik luisterde niet zo goed. Wat is er gebeurd?'
'Een paar weken nadat jij de dood vond, werden we aangevallen door soldaten van het zwarte leger. Er werd zwaar gevochten, zowel op Enuron als in de basis. De soldaten drongen de basis op de tweede maan binnen en stoten op de Enuronen. Een vreselijk gevecht barste los. De Enuronen verloren langzaam maar zeker de strijd en begonnen zich terug te trekken. Een deel van de aanvallers drong dieper in de basis binnen en openden de wanden, die de Enuronen van ons afschermden. Toen moesten ook om de basis vechten. Intussen vochten onze schepen in de ruimte zij aan zij met de Enuronen. Toen de Amazonevloot ter hulp kwam, werd de toestand voor het zwarte leger onhoudbaar. De vijand werd verslagen en de overlevenden kozen voor de vlucht."
'Hoe is dat kunnen gebeuren?', vraagt Sorane verschrikt.
'Laat Quana verdergaan, want het wordt nog erger,' merkt Tena op, met een droevige klank in haar stem, als ze aan de gruwelijke gebeurtenissen terug denkt. Even kijkt Sorane Tena ontsteld aan en klinkt dan, waarna Quana haar verhaal weer oppakt.
'Langzaam maar zeker werd de toestand weer normaal. Maar onze schepen hadden vele verliezen geleden. Pas weken later beseften we hoeveel. Meer dan duizend gevechtschepen en drieduizend kruisers gingen verloren. Ook in de basis moesten we onze doden begraven. Onze gevechtkracht bleek tot ťťn tiende gedaald te zijn. We hebben zelfs niet genoeg mensen meer om de resterende tweehonderd schepen volledig te bemannen. Het ergste was dat de Enuronen beseften dat we hen bedrogen hadden. Hun soldaten bezetten de basissen op de twee maan volledig. Ook de derde maan is een paar weken later in hun handen gevallen. Ons centrale schip is gelukkig kunnen ontkomen. Het bevindt met de tweehonderd schepen op een amazone planeet, waar ze een tijdelijke landingsplaats gekregen hebben.'
Even is het stil als Quana haar verhaal beŽindigd.
-Dat kan toch niet waar zijn, zo vele vrienden, dood. Houdt het dan nooit op,- denkt Sorane.
Erine kijkt haar nieuwe vriendin aan. Maar ze durft niets zeggen. Ze heeft er maar een deel van begrepen. Ook zij heeft aan de gevechten deel genomen. Gelukkig slaagde de vijand er niet in om op Enuron te landen. Maar toch liggen de vele doden aan boord van de schepen, nog vers in haar geheugen. Ook zij heeft moeten doden om te overleven. Aan boord van een van deze schepen kwam ze voor het eerst in contact met die mensen met zwarte ogen. Zij doden alles en iedereen. Samen met haar speciale eenheid vocht ze tegen deze vreemde soldaten. Toen alles voorbij was, landde ze terug op Enuron en werd agente. Twee jaar later werd ze de partner van Malon.
'We moeten voort maken, Sorane. Als we naar ons schip gaan, dan kunnen weÖ'
'Nee, Quana. Ik kan niet met jullie mee. Ik kan dat nu niet uitleggen, Quana. Maar we mogen nu zeker geen fouten maken. Die kloon van mij wordt gevaarlijk, maar ik moet mijn mensen nog opleiden. We zijn te zwak om het tegen haar op te nemen.'
'Je mensen, wat..'
'Ik was al van plan om een aantal volgelingen op te leiden, Tena. Zij moesten mij helpen om mijn opdracht uit te voeren. Maar nu moet veel aan mijn plannen veranderen. Toch komt die opdracht op de eerste plaats.'
'En die Jakira, wat gaan we daaraan doen?'
'Jullie niets, Quana. Jakira heeft de beschikking over duizenden schepen. Op het moment zijn wij zowel als jullie te zwak om hen te verslaan. Misschien met de hulp van de amazones.'
'Die krijgen we nooit, Sorane. Ze gaven ons wel een afgezonderde planeet om ons terug te trekken. Maar ze lachen ons in stilte uit. Velen van onze mensen hebben ons al in de steek gelaten. Misschien als jij terugkeert, dan..'
'Nee, Tena. Later misschien, maar nu is het nog onmogelijk. Ik denk dat jullie beter die amazone planeet verlaten. Misschien kan ik jullie helpen om een nieuw onderkomen te vinden.'
'Hoe?'
'Ik heb een kleine basis in het gebergte, Tena. Die staat in verbinding met verschillende planeten in het heelal. Misschien is er eentje bij, die jullie bevalt.'
'Zou je mij je vriendinnen nu eindelijk niet voorstellen.'
Sorane kijkt even naar Erine en glimlacht:
'Je hebt gelijk. Jullie zullen elkaar toch ooit beter leren kennen. Dit is Erine, een vroegere agente.'
'Hai, Erine. Ik ben Tena en dit is Quana, wij kennen Sorane als Jakira al heel veel jaren.'
Erine drukt haar hand en kijkt even naar Quana.
'Ik lijk hier niet bij te horen. Jullie zijn allen roodharigen en ik een bruinette.'
Sorane en haar beide vrienden lachen even.
'Je kunt het altijd rood verven, Erine,' spot Quana.
Erine wil iets antwoorden, maar Sorane geeft haar een teken. Ze kijkt Sorane verschrikt aan, als ze haar blik ziet.
'Ik was je zus vergeten,' zegt de roodharige nog en dematerialiseert.
Vele kilometers daarvandaan materialiseert ze in het appartement van Anaya. De advocate is een paar minuten geleden wakker geschrokken van een geluid. Op haar hoede verlaat ze de slaapkamer en waagt zich voorzichtig de gang in. Als ze de trap afloopt, kijkt ze spiedend om zich heen, maar kan niets verdachts opmerken.
Beneden haast ze zich naar de volgende inkomhal toe, maar ziet de twee gedaanten niet, die achter haar, met getrokken wapen opdoemen. Een van de twee geeft haar en duw in de rug, waardoor Anaya op de vloer valt. Voor ze kan rechtkomen, is een van de twee bij haar. Twee maal slaat hij toe. Half bewustloos probeert ze zich toch nog op te richten. Maar de tweede onbekende slaat hard in haar maag, waardoor Anaya in elkaar krimpt van de pijn.
Maar op dat moment wordt de man door iets onzichtbaar geraakt en kijkt verschrikt om zich heen. Zijn maat merkt het en vraagt:
'Wat is er, Brono.'
'Hier is iets vreemds aanwezig,' fluistert hij.
'Je ziet waanbeelden, maat.'
'Nee, ik. Pas op, Poran', stamelt Brono en ziet plots een half doorzichtige gedaante achter zijn kompaan opduiken.
Maar het is te laat. Sorane concentreert zich en laat Poran, de volle pijn voelen van iemand, die onder een truck verplettert wordt. Poran krimpt in elkaar, terwijl hij het luidt uitroept.
Sorane richt dan haar blik op Brono.
-Jij hebt mijn vriendin ook geslagen, man. Geniet er maar van,- hoort hij een stem in zijn hoofd zeggen.
Op hetzelfde moment raast de pijn door zijn hand, als de krachten van Sorane zijn hand fijn knijpen, zodat hij de beentjes hoort kraken. Als de vreemde vrouw hem eindelijk loslaat, krimpt hij opnieuw in elkaar, van de pijn in zijn buik.
'Genade,' kreunt hij.
-Heb jij genade gekend bij je slachtoffers, beul,- hoort hij de vreemde stem weer.
Op dat moment voelt hij dat iets zijn hand vastpakt en op hetzelfde moment zijn beide mannen samen met Sorane verdwenen. Anaya, die juist een beetje bekomen is van de pijn, hoorde de luidde kreten, die beide mannen slaakten, als van ver. Ze ziet hen nog juist verdwijnen en herkent de halfdoorzichtige gedaante.
'sorane, wat? Droom ik,' stamelt ze.
Langzaam staat de advocate op en kijkt trillend om zich heen. Ze voelt nog steeds een lichte pijn waar de mannen haar geraakt hebben. Ze snapt nog steeds niet wat er gebeurt is.
-Was Sorane hier.. Dat kan toch niet. Maar wie heb ik dan gezien,- denkt ze.
Ze kijkt snel om zich heen en loopt dan doorheen heel haar flat. Als ze voor de voordeur staat, blijft ze verbaasd staan. Toen haar blik op het veiligheidsslot viel, stelde ze vast dat het nog steeds afgesloten was.
-Hoe zijn die dan buiten geraakt of heb ik het allemaal gedroomd.-
Maar ze voelt de pijn nog steeds en tast naar haar wang. Als ze in de spiegel kijkt merkt ze dadelijk dat haar rechterwang, helemaal rood ziet en lichtjes gezwollen is.
Niet begrijpend kijkt ze nog eens om zich heen.
Intussen is Sorane met de twee in de buurt van Erine gematerialiseerd. De bruinette kijkt Sorane verbaasd aan.
'Wat is er gebeurd?'
'Deze twee wilden je zus onder handen nemen, maar ik kwam juist op tijd.'
'Je hebt ze al een beetje toegetakeld, zie ik,' lacht Tena.
'Ze mogen blij zijn, dat ze nog leven.'
'Mijn zus, wat heeft mijn zus hiermee te maken.'
'Ze is mij als advocate toegewezen, Erine. Maar ze deed te veel haar best, dus wilden haar een lesje leren, maar ik kwam juist op tijd.'
'Quana, kunnen jullie deze twee naar de gevangenis brengen. Ik moet terug naar mijn cel.'
'In orde, Sorane.'
'Erine, jij moet Deno en de anderen volgen.'
De vroegere agente kijkt Sorane aan, want ze was met haar gedachten bij haar zus. Wat zal die geschrokken zijn, toen ze haar cliŽnte plots zag verschijnen.
'Ze heeft me niet gezien, Erine. Het ging allemaal veel te snel.'
'Waar kan ik Deno en den anderen vinden, Sorane?'
'Naar het gerechtsgebouw. Je Hypsoon zal je de weg wel wijzen. Maar haast je, misschien heeft Deno je hulp nodig.'
'Uw wil is een bevel, meesteres,' zegt de jonge vrouw lachend en haast zich dan naar de boog toe.
Zodra ze verdwenen is, verdwijnt de overbrengerboog.
'Niet slecht, Sorane. Als alle leden van je groep zo zijn.'
'spijtig genoeg niet, Quana. Er zijn er ook bij die eerst nog moeten gestraft worden.'
'Gestraft, wat bedoel je?'
'Dat is voor later. Ik moet eens terugkeren naar mijn cel. Het wordt al ochtend. Als ze mij komen halen voor de rechtszaak, dan moet ik er zijn. Ik zie jullie later wel,' zegt Sorane en is plots verdwenen.
'Ze lijkt nog steeds niet veel veranderd. Altijd zo impulsief,' lacht Tena.
'Kom, we brengen deze twee eerst naar hun nieuwe onderkomen. En dan naar Xan. Hij zal al op ons verslag staan wachten.'
-Ik zal de coŲrdinaten vanuit mijn basis Taran 1 naar Xan zenden, zodra ik de kans krijg,- horen ze de telepathische van Sorane nog.
Tena knikt Quana toe en dan worden beiden samen met de twee misdadigers ook onstoffelijk.
De volgende morgen rond zeven uur wordt Sorane Cobanon gewekt door de bewakers. Ze brengen haar naar de badruimte, waar ze zich mag wassen en kleden, onder grijnzend toezicht van de bewakers.
Dan wordt ze naar de uitgang gebracht waar Malon en Raya haar opwachten.
'Goed geslapen, Sorane.'
Sorane knikt alleen maar, terwijl ze haar omgeving scant.
'Kom, je advocaten wachten op je.'
'Laat haar nog even genieten, agenten. Het is een van de laatste keren, dat ze hier naar buiten loopt. Iedereen weet dat ze de doodstraf krijgt.'
Sorane kijkt de agent, glimlachend aan en zegt:
'Dovuno, iedereen wordt ooit voor zijn daden gestraft of denk jij dat muren geen ogen hebben.'
De bewaker verstijft en blijft Sorane nadenkend nakijken.
-Zou ze weten.. Nee, dat kan toch niet. Of zou iemand iets verraden hebben,- denkt hij.
-Ik weet wat jij weet, Dovuno. Jij bent een meervoudige moordenaar en een sadist. Vroeg of laat staat jij voor je rechter en beul,- hoort hij een stem in zijn hoofd.
Met trillende handen draait hij zich om en loopt achter de drie andere bewakers terug het cellenblok in.
Sorane loopt intussen glimlachend de lift in, die hen naar de gelijkvloers brengt. Even later lopen ze gedrieŽn de rechtszaal binnen. De toeschouwers kijken verbaasd naar de beschuldigde. Ze lijkt zo opgewekt, terwijl de jury er maar droevig en ernstig kijkend bij zit.
Kalm gaat Sorane op haar plaats zitten en kijkt even naar Anaya. De wang van de advocate ziet helemaal blauw.
'Wat is er gebeurt, Anaya?'
'Weet jij dat niet, Sorane.'
'Hoe kan ik dat weten? Niemand deelt mij in de gevangenis het laatste nieuws mee.'
De advocate kijkt Sorane even weifelend aan.
'Ik werd in mijn flat door twee mannen overvallen. Tenminste dat dacht ik, maar ze verdwenen plots. Achteraf lijkt het wel een droom, maar ik voelt de pijn nog steeds waar ik de klappen kreeg.'
'Ja, ik zie het. Je wang is..'
'Genoeg, Sorane. Ik wil er niet meer over praten.
Een paar minuten later klopt de rechter met een hamer op zijn bureau en zegt, terwijl hij naar Sorane en haar advocaten kijkt.
'De rechtszaak wordt hervat.'
Jon staat op en roept de eerste getuigen, die in Sorane's voordeel moeten getuigen, op. Maar hun antwoorden zijn niet wat de advocaten verwachtten. Ze beschuldigen de gevangene van koelbloedige moord op en enkele mensen die hun aflossingen niet wilden betalen. Anaya kijkt verschrikt naar Sorane, die nog steeds lachend toekijkt. Ze snapt er niets van. Ze was langzaam maar zeker in Sorane's onschuld gaan geloven, maar nu ze haar zo ziet zitten.
-Zou het dan toch waar zijn, dat een zo onschuldig lijkende vrouw een koelbloedige moordenares is,- denkt ze verward.
Plots voelt ze echter de hand van Sorane op de hare, maar als deze wil wegtrekken, houdt de roodharige ze vast. Op hetzelfde moment ziet ze een groen licht tussen hun handen oplichten. Ze schrikt ervan, maar voelt op hetzelfde moment haar buik en wang tintelen. Voorzichtig tast ze met haar andere hand naar haar wang en stelt vast dat ze minder dik is.
Niet goed wetend wat te denken, kijkt ze schuw naar haar cliŽnte, maar die heeft alleen aandacht voor de nieuwe getuige die gaat zitten. Het verhaal dat deze man vertelt is nog een gruwelijker, dan het eerste. Hij was er zelf bij, toen Sorane de vrouw van een agent, zo goed als dood martelde om haar man te dwingen, om de verblijfplaats van een getuige te verraden. Nadat de agent gesproken had, dode Sorane hen allebei. Even keek ze nog even grijnzend naar de doden en ging dan naar buiten.
Heel de zaal is in rep en roer. Ze eisen de doodstraf. De man die dit vertelde, durft Sorane niet in de ogen kijken, hij leeft in angst voor het leven van zijn vrouw, die sinds gisteren verdwenen is. Als Sorane de hand van Anaya loslaat en opstaat, kijkt Anaya haar met een vreemde blik aan. Ze snapt niet goed wat er gebeurt is, maar de pijn en de zwelling zijn weg.
-Dat kan Sorane toch niet gedaan hebben of wel,- denkt ze.
Haar cliŽnt blijft intussen naast de getuige staan en kijkt om zich heen. In de zaal wordt het doodstil. De jury leden rillen als ze de koele blik zien, waarmee ze om zich heen kijkt.
'Urvan, ik vergeef u deze beschuldiging, want je kunt niet anders.' horen ze haar zeggen.
De man kijkt haar aarzelend aan.
'Het spijt me..'
'Jij moet geen spijt hebben, maar de ontvoerders van je vrouw, die kunnen beter naar voor treden,' zegt Sorane luidop.
Op hetzelfde moment verandert haar kledij voor de ogen van iedereen van vorm, in het ijsblauwe uniform van haar groep..
Langzaam draait ze zich om. Iedereen merkt de vreemde cilinder op, die op haar dij hangt. Ook Anaya schrikt.
-Hoe komt Sorane zo plots aan een energiezwaard.-
-Dat heeft ze altijd bij zich, meesteres,- hoort ze de stem van haar Hypsoon zeggen.
De advocate kijkt even verrast om zich heen, maar ziet niemand. Maar wordt haar aandacht getrokken door haar cliŽnte die naar de rechter toestapt.
'Jullie noemen dit recht, rechter. Getuigen die bedreigd worden en een jury, die alleen maar het woord schuldig kan uitspreken, omdat hun familieleden ontvoerd zijn. Het spijt me, maar dat kan ik geen gerecht noemen. Als misdadigers de wetten bepalen, dan wordt het tijd om eigenhandig het recht in eigen hand te nemen.'
Na de woorden van Sorane is het doodstil in de zaal. Dit kan niemand geloven. De beweringen van de beschuldigde kunnen niet waar zijn.
'sorane, spreek je de waarheid. Als dat waar is, dan..' roept Anaya.
'sluit de gevangene op,' roept de rechter uit.
'Zwijg, rechter. Je hebt genoeg geld aangenomen voor dit schijnproces, maar de plannen van Aqunok zijn mislukt,' zegt Sorane zonder zich om te draaien.
Malon kijkt de rechter aan, en zien hem verbleken. Hij beseft op dat moment dat Sorane de waarheid spreekt.
'sorane, jij hebt zojuist het doodvonnis uitgesproken van hun familieleden.'
Sorane kijkt de aanklager aan, terwijl ze de omgeving scant. Dan kijkt ze een bewaker en geeft zegt bevelend.
'Jij en jij, arresteer jullie maat daar, op beschuldiging van medeplichtigheid van ontvoering en bedreiging.'
'Dat kan je niet doen, jij.' roept de aanklager uit, terwijl de twee bewakers Sorane verbaasd aankijken.
Hun maat staat er maar bleek bij.
'Hij heeft de namen en adressen van de getuigen aan misdadigers, waar hij al velen jaren voor werkt verraden,' legt Sorane uit.
'Op het moment dat de twee hem de handboeien omdoen, gaat de deur achter in de rechtszaal open.
'Daar, nog een veroordeelde gevangene,' roept de aanklager uit, als hij Deno herkent.
Maar dan zien ze enkele kinderen aarzelend naar binnenkomen, gevolgd door een zestal volwassenen.
'Je ziet aanklager, dat ze nog leven. Wie hen wil doden zal het in het openbaar moeten doen.'
Terwijl de juryleden rechtstaan en op hun kinderen en vrouwen toelopen, met tranen in de ogen, kijkt de aanklager Sorane ontsteld aan.
'Jij komt hier niet levend buiten,' roept hij uit.
'Erine, ben jij dat?', hoort Sorane Anaya vragend uitroepen, als ze haar zus in het oog krijgt.
'Ja, zus,' antwoordt Erine, terwijl Anaya op haar toerend.
Sorane kijkt even toe hoe beide zussen elkaar omarmen, maar voelt op hetzelfde moment dat twee toeschouwers plots bijna gelijktijdig een wapen trekken. Bliksemsnel beweegt haar hand en als ze zich omdraait schieten twee stralen uit haar cilinder, die ze in haar rechterhand houdt. Dodelijk getroffen storten de twee mannen neer. De aanklager kijkt ontstelt naar Sorane.
'Wil jij ook naast hen liggen,' klinkt haar stem dreigend.
Hij schudt zijn hoofd en ziet Sorane een teken geven. Eerst aarzelen, maar dan komen Malon en Raya met getrokken wapen op de man toe. Terwijl Malon handboeien om de polsen van de aanklager sluit, houdt Raya de omstanders in het oog. Maar nergens ziet zij een verdachte beweging.
Een paar kilometer van de rechtszaal. Zit Aqunok voor de teevee de live uitzending van de rechtszaak te volgen. Zijn handen zijn tot vuisten gebald. Zijn hele plan is in duigen gevallen. Hij vervloekt Jakira, die hem niet voldoende ingelicht heeft.
Sorane en haar mensen verlaten met hun gevangenen de rechtszaal en lopen door de gangen naar de cellen toe. Op haar teken arresteren de bewakers nog enkele anderen, waardoor een paar van hun eigen collega's. In de cellen is het doodstil als de gevangenen de groep zien voorbij lopen. Ze beseffen niet goed wat er gebeurt. Dan ziet Sorane, Dovuno, die met een paar gevangenen staat te praten. Ze glimlacht als ze zijn gedachten scant. Ze zijn juist een plannetje tegen haar aan het plannen. Ze geeft Malon en Raya een teken en loopt met hen naar de vier mannen toe. De rest van de groep gaat met Erine en Deno verder naar het einde van de gang.
'Wat ben je van plan, Sorane,' vraagt Raya.
'Me een beetje vermaken met die idioten. Ze plannen een pijnlijk grapje met mij. Jullie moeten hen bevelen om mij zelf naar de cel te brengen.'
'Je vermaken. Daar heb ik niets tegen, Sorane. Je doet maar. Die drie behoren tot de ergste misdadigers die er zijn. Als je wil kan ik de bewaker wel wegsturen.'
'De wegsturen, Malon. Hij is erger dan de misdadigers. Zij zitten tenminste hun straf uit. Hij moet de zijne nog krijgen en dat zal hem niet goed bekomen.'
'Zoals je wenst, baas,' lacht Malon.
'He, bewaker. Ik heb een opdracht voor u. Deze gevangene moet terug naar haar cel,' roept Raya.
Dovuno kijkt om en herkent Sorane.
'Moet ik haar wegbrengen, detective. Waar zijn de andere bewakers.'
'Die hebben wat anders te doen. Na de uitspraak van haar vonnis is er een rel in de rechtszaal losgebarsten. Wij moeten dadelijk terug om te helpen.'
'Okee, geef haar maar aan mij, dan breng ik haar wel.'
Sorane loopt aarzelend op de man toe, terwijl Malon en Raya in de richting van de uitgang stappen.
'Haha. Nu ben je van mij, Sorane. En hoe was de uitspraak.'
Sorane buigt haar hoofd en zegt niets.
'Dus ik had gelijk. Je kreeg de doodstraf. Kom, dan breng ik je naar je luxe hotelkamer,' grijnst de bewaker.
Sorane volgt hem en merkt dadelijk dat de drie gevangenen hen volgen. Maar de bewaker leidt haar niet naar de cellen, maar naar de vuilstortplaats.
'Waar brengen jullie mij naar toe?'
'Naar een plaats waar niemand komt, schatje. We gaan je eens de prettigste dag van je leven bezorgen en als je nog niet genoeg hebt, dan kan je morgen nog steeds om meer smeken.'
'Bedoel je dat ik mij met jullie vier mag amuseren en de volgende dagen ook. Wauw. Wat zal ik genieten, maar zijn jullie er wel zeker van.'
Even kijken de vier haar verbaasd aan, dan begint de bewaker te lachen.
'Haha. Ze wil grappig zijn, terwijl ze in haar slipje doet van angst.'
'Werp haar in het vuil, waar ze thuishoort,' roept Dovuno uit.
De drie grijpen Sorane vast en willen haar door de deur duwen. Sorane reageert echter sneller en twee van de drie, strompelen in haar plaats naar voor. Als ze plots geen grond meer onder hun voeten voelen en verliezen ze hun evenwicht. Met een luidde plons komen ze twee meter lager in de vuile brij terecht. De derde wil haar nog snel vastgrijpen, maar ook hij is te laat. Sorane grijpt hem bij zijn arm en geeft er een ruk aan. De man vliegt vooruit en valt bovenop beide anderen, die juist weer boven komen. Een paar seconden later komen ze proestend en brullend weer boven.
'Wil jij ook een lekker bad nemen, Dovuno,' zegt Sorane op dat moment.
'Nee, Sorane. Je bent goed en snel, maar toch ga jij een duikje nemen,' lacht de bewaker, terwijl hij zijn wapen op haar richt.
Sorane kijkt even verschrikt het wapen.
'Kom eruit, jullie en snel.'
De gevangen ploeteren door de brij naar de ladder toe en klimmen omhoog, terwijl ze Sorane woedend aanstaren.
'Nu jij, veroordeelde,' zegt Dovuno spottend.
'Ik, waarom zou ik dat doen, man,' zegt Sorane ernstig.
'Dat wapen zegt mij dat je erin springt of wil jij een kogel in je mooie benen, schat.'
'Ik ben je schat niet, Dovuno,' fluistert Sorane en springt plots op hem toe.
Als de bewaker verschrikt afdrukt, heeft de roodharige het wapen al opzij geslagen. De kogel boort zich naast haar in de muur, terwijl het wapen in de kuil valt.
'He, je wapen is erin gevallen, Dovuno. Haal het er maar uit,' hoort hij haar naast zich zeggen.
'Nee, dat nie.' roept hij nog, maar dan duikelt hij naar beneden, zijn wapen achterna.
'Help jullie collega eruit,' richt Sorane zich tot de gevangenen.
'Collega, wat bedoel je?', vraagt een van de gevangenen.
'Hij is geen bewaker meer. Hij is nog een ergere moordenaar dan jullie.'
De drie mannen kijken elkaar aan, ze snappen er niets van. Maar als het waar is wat die vrouw zegt, dan kunnen ze zich eindelijk die beul van een bewaker zijn verdiende loon bezorgen. Maar als ze hem uit de kuil willen helpen, deinzen ze terug. Dovuno heeft zijn pistool terug en klimt omhoog. Dreigend richt hij het op Sorane, maar die doet een stap achteruit, waardoor hij haar niet meer kan zien. Snel rent de bewaker naar de deur toe en voorkomt dat Sorane deze kan sluiten.
Hij richt het pistool op haar.
'Nu beef je van angst niet, Sorane. Jij gaat erin ofÖ'
'Angst, Dovuno. Waarom zou ik angst hebben, ik heb al meer tegenstanders gedood, dan jij je maar kunt indenken.'
'Gedood. Wat bedoel je?'
'Gewoon dat ik soms optreed als rechter en beul, zoals daarstraks in de rechtszaal.'
'In de rechtszaal, wat bedoel je?'
'De aanklager en een heel pak anderen, waaronder bewakers zitten in zware problemen, denk ik. Ik geloof dat jij de enige bent van jullie clubje, die nog op vrije voeten is.'
'Misschien, Sorane Cobanon. Maar jij geraakt hier niet levend buiten.'
'Mag ik lachen, Donuvo. Jij wilt proberen wat ook goden geprobeerd hebben. Denk je dat je een kans maakt, als zij faalden.'
'Je droomt, Sorane. Jij zou tegen goden gevochten hebben. Bestaan die dan echt.'
Sorane zegt niets meer, maar doet een paar stappen opzij.
'Kom dan maar op,' zegt ze en maakt een paar snelle bewegingen.
Ze zijn zo snel en vloeiend, dat de drie gevangen even schrikken. Ze beseffen dat ze tegenover een getrainde vechtster staan. Ze voelen er plots niet zoveel meer voor om het tegen haar op te nemen. Dovuno kijkt hen even aan en ziet hun aarzeling.
'Wij zijn met vier en zij alleen. Sla haar neer,' brult hij.
'Mij niet gezien, wij gaan eerst een bad nemen, want we stinken teveel. Of durf je zelf niet.'
Dovuno richt zijn wapen woedend op de drie gevangenen.
'Doe wat ik zeg of jullie sterven nog voor haar.'
'Eens een moordenaar, altijd een moordenaar,' zegt Sorane kalm.
Dovuno draait zich om.
'Hoe weet ik niet, Sorane, Maar jij weet teveel,' roept hij uit.
Drie maal vuurt hij, maar de kogels deren niemand. Ze botsen allen op het energiescherm dat Sorane omgeeft. Met een verschrikte blik kijkt hij haar aan.
'Wat is dat voor iets?'

 

Er zijn bezoekers online, waarvan leden: .