writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

TAKBIR (63)

door koyaanisqatsi

O, gij die gelooft, wanneer gij u opricht tot het gebed, wast uw gezicht en uw handen tot aan de ellebogen en wrijft uw (natte) handen over uw hoofden en (wast) uw voeten tot aan de enkels. En als gij onrein zijt, reinigt u. En als gij ziek of op reis zijt en een uwer komt van de afzondering, of gij hebt vrouwen aangeraakt en gij vindt geen water, zoekt dan uw toevlucht tot zuivere aarde en veegt daarmede uw gezicht en handen af. Allah wenst u niet in moeilijkheden te brengen, maar Hij wenst u te reinigen en Zijn gunst aan u te vervolmaken, opdat gij dankbaar zult zijn. (Soera 5 Vers 6)

62.
Pas toen hij zich in bed tegen Halima aanvlijde, realiseerde hij zich dat het verzwijgen van wat hem ter ore was gekomen over Samia hem in een vervelend parket had gemanoeuvreerd. Het was misplaatste gekrenkte trots die hem er had van weerhouden zijn verhaal te doen, alsof het feit dat Samia andere mannen zag hem persoonlijk te kijk zette tegenover zijn eigen vrouw. Een volkomen belachelijk, op de koop toe naar schijnheiligheid stinkend standpunt, waardoor hij zich nu veroordeeld zag Samia zelf op de hoogte te brengen van de roddels die over haar de ronde deden. Immers, een dag later bij Halima komen aandraven met hun toevallige ontmoeting en het spitante staartje dat eraan vastzat, was echt wel om argwaan vragen.
Gemakshalve drong hij zichzelf het zwakke excuus op Halima niet met de vervelende zaak te confronteren omdat ze al genoeg aan haar hoofd had. Dat hij daardoor zelf een extra perikel op zijn bord kreeg, moest hij dan maar aanvaarden als een rechtvaardige straf voor zijn onvolwassen gevoelens.

Door de wispelturigheid van zijn gedachten slaagde hij er niet in de slaap te vatten. Het ene ogenblik had hij medelijden met Samia en ergerde hij zich oprecht omdat zij het voorwerp was van laster, het andere stak zijn jaloezie de kop op die hij niet zonder moeite probeerde te verdraaien tot een veroordeling van haar lichtzinnige gedrag. Daar tussenin verscheen telkens weer het spookbeeld dat hem het meest parten speelde: Samia, die zich in haar armzalige woonkamer naakt aanbood aan een onbekende man, die zich tussen hem en zijn schoonzuster had geposteerd en van wie hij enkel het achterhoofd en de rug kon zien.
Wanhopig omwille van de vloek van zijn afgunst, die hij ervoer als een ziekte die zijn lichaam niet wilde verlaten, was hij van bij Samia naar Moussa gereden om nogmaals zijn hart uit te storten.
Moussa had aandachtig geluisterd, zonder leedvermaak, wat nochtans een vruchtbare voedingsbodem in de zwakheid van zijn vriend vond. Na afloop van Ahmeds uiteenzetting had hij bij wijze ritueel zijn onafscheidbaar glaasje muntthee enkele keren op het tafelblad rondgedraaid en zijn vriend op het hart gedrukt minder streng over zichzelf te oordelen.
'Ahmed, je bent een mens van vlees en bloed. Een man dan nog, lid van de menselijke soort waarvan geweten is dat het brein op regelmatige tijdstippen naar een welbepaald lichaamsdeel zakt dat niet geschikt is voor het degelijk functioneren van verstand. Wat verwacht je van jezelf? Dat je hetgeen gebeurd is als een stofpluisje van je schouder kan blazen? Ja, als je van steen was, of op mannen viel, dan was je daar waarschijnlijk toe in staat, maar nu…'
Ahmed had schouderophalend gereageerd, wat Moussa had geďnterpreteerd als een 'onvoldoende' voor zijn standpunt. Daardoor had hij zich verplicht gezien een veronderstelling ter sprake brengen die al enige tijd in zijn gedachten sluimerde maar die hij, uit vrees dat er mogelijk enige juistheid in schuilde, liever onuitgesproken had gelaten.
'Of ben misschien verliefd op je schoonzus?'
Ahmed was dubbel verrast geworden door de vraag. Aan de ene kant omdat hij deze mogelijkheid zelf nog geen seconde in overweging had genomen en anderzijds omdat ze de logica zelve inhield. Zijn opluchting was dan ook groot toen hij erin slaagde zonder de minste aarzeling en met des te meer overtuiging nee te schudden, waaruit hij noodgedwongen wel de bekentenis op tafel moest gooien dat zijn fascinatie voor Samia op pure lustgevoelen was gestoeld.
'Ze is adembenemend, Moussa,' had hij, uitgeput door machteloosheid, gezucht. 'Geloof me, je hoofd zou van minder op hol slaan.'
Moussa had daarop voldaan geglimlacht en geantwoord: 'Dat is dan een reden te meer om je gevoelens te relativeren. Welke man zou niet van de kaart zijn, als er plots een oogverblindende naakte vrouw voor zijn neus staat, die hem op de koop uitnodigt om te vrijen. Wees maar gerust, Broeder, iedere gezonde man droomt er net zo goed van in jouw plaats te zijn geweest als dat hij zich gelukkig prijst dat hem bespaard is gebleven. Naargelang zijn stemming zal iedere man je benijden of beklagen, dat wil ik zonder de minste angst zweren op de Heilige Koran.'
Met een mengeling van schaamte en dankbaarheid had hij, nadat ze nog even over niemandalletjes hadden gekeuveld, Moussa verlaten. Thuisgekomen had hij vermeden al te grote inspanningen te doen om zo normaal mogelijk voor de dag te komen maar eigenlijk was het Samia die ervoor had gezorgd dat hij zich in de loop van avond wat meer op zijn gemak kon voelen door Halima uit te nodigen om samen naar de hammâm te gaan.
En terwijl hij luisterde naar de zachte adem van zijn slapende echtgenote, begon hij zich met enige ongerustheid af te vragen in hoeverre de vrouwen tijdens hun verblijf in het badhuis de zaken hadden uitgepraat.

 

feedback van andere lezers

  • ivo
    schitterend mooi hoe je dit weeft in mijn geest
    koyaanisqatsi: Ach, kon ik ook maar (Perzische) tapijten weven...
    Thnks ivo.
  • manono
    Het lezen blijft boeiend.
    koyaanisqatsi: Bedankt voor de "volharding"! ;-)
  • Mephistopheles
    Oké ben weer bijgebeend. Wat moet komen komt maar, niet noodzakelijk in seksuele zin
    koyaanisqatsi: Inch'allah! ;-)
  • ppe
    ma goed dat er Moussa is voor een goede raad
    koyaanisqatsi: Goede raad komt (soms) van pas, nietwaar?
  • Wee
    Ben het helemaal met Moussa eens.
    (Alinea twee, is het niet: aanvlIJde?)
    (En o ja, in deel 60, derde stukje: 'Farida, ga naar je kamer, ik moet met je vader praten, ipv moeten.'
    Vergat ik eerder te zeggen, sorry voor m'n zeverij!)
    x
    koyaanisqatsi: Niks zeverij. Het bewijst dat je aandachtig leest. BEDANKT!!
Er zijn 7 bezoekers online, waarvan 0 leden: .