writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

TAKBIR (64)

door koyaanisqatsi

Toen Ahmed terugkwam van bij de buren waren de meisjes al naar bed. Het monteren van de wandkast, waarvoor zijn buurman hem om zijn assistentie had gevraagd, had meer tijd in beslag genomen dan verwacht. Halima zat naar een soap te kijken die ze met wispelturige regelmaat volgde en had, alsof ze een helderziende was, net verse thee gezet.
'Serieuze kast blijkbaar,' merkte ze met lichte spot op.
'Zwijg,' zuchtte Ahmed, terwijl hij zich in de sofa liet ploffen, 'het bijgevoegde plannetje klopte van geen kant.'
Halima schoof naar de rand van de sofa en schonk hem een glas thee in. Terwijl ze enkele druppels oranjebloesem toevoegde, vroeg ze: 'Waarom heb je mij gisteren niet verteld dat je bij Samia was?'
De vraag kwam zo onverwacht en direct aan dat ze de kracht had van een mokerslag. 's Ochtends, bij het ontbijt, had Ahmed gevraagd hoe de ontmoeting met Samia in de hammâm was verlopen en had hij het met een simpele 'goed' als antwoord moeten stellen. In de veronderstelling dat Halima hiermee bedoelde dat de plooien tussen haar en haar zuster waren gladgestreken, had hij zijn lichte ongerustheid van de vorige avond opgeborgen.
Hoewel hij al weken gebukt ging onder een wrang berouw voor zijn weerkerende lustgevoelens in verband met zijn schoonzuster, ervoer hij de vraag als een onrechtvaardige aanval op zijn onschuld. Het lag op het puntje van zijn tong om onnozel te antwoorden: 'Heb ik je dat dan niet verteld?' maar gelukkig schoot hem net op tijd het excuus te binnen dat hij zichzelf de avond voordien had ingepraat en dat hem nu, in tegenstelling tot zijn eerste oordeel, als een onwrikbaar alibi voorkwam.
'Omdat ik iets te weten gekomen ben waarmee ik je niet wilde lastigvallen,' zei hij, met een zucht die de goede intentie van het achterhouden van zijn laatste ontmoeting met Samia moest onderlijnen.
Halima zag er van af om zijn glas muntthee aan te reiken en liet zich terug naar achter in de sofa glijden.
'En welk nieuw zwaarwichtig feit mag dat dan wel geweest zijn?' vroeg ze, met de nodige irritatie in haar stem.
Ahmed zag dat er een knoopje van haar djelaba was opengesprongen waardoor de binnenste ronding van haar linkerborst zichtbaar was. Het idee om naar Halima toe te schuiven en een hand in de opening te laten glijden, om alzo haar op gang getrokken kruisverhoor te onderbreken, flitste als een absurde ingeving door zijn hoofd. Negentien jaar huwelijk hadden hem geleerd dat dit zowat het domste was wat hij op zo'n ogenblik kon doen. Halima seksueel benaderen in de loop van een discussie of gesprek waarvan zij enige verheldering verwachtte, stond gelijk met olie op het vuur gooien en een afwijzing die op het randje van afkeer balanceerde.
'Heb je nog niet genoeg zorgen aan je hoofd?' probeerde hij zich er van af te maken.
'Bedoel je daarmee de geheimzinnigdoenerij van mijn echtgenoot, waarover ik me al weken zorgen maak?' snauwde Halima met krachtig gefronste wenkbrauwen.
Ahmed kreeg het gevoel dat er in elk van zijn dijen een gigantische spijker werd geslagen, waardoor hij aan de sofa zat vastgenageld tot hij zou opbiechten wat er door zijn hoofd spookte. Hij probeerde opnieuw een glimp van Halima's borst op te vangen, maar ze had zich een klein beetje verzet waardoor er schaduw op de ronding viel en ze aan het zicht te onttrekken bleef.
'Als je het dan toch wil weten,' antwoordde hij brommend, omdat hij terug naar de realiteit werd gedwongen, 'naar het schijnt trekt Samia met vreemde mannen op.'
Halima's boosheid werd door een golfslag van opperste verbazing van haar gezicht gespoeld. Ze leek heel even op te wippen, schoof verkrampt terug naar de rand van de sofa, wierp een blik op het voor Ahmed bedoelde glas muntthee alsof ze overwoog hem alsnog te bedienen, en vroeg, op een toon die liet uitschijnen dat haar verbazing op haar beurt alweer verdreven was door ongeloof: 'Waar heb je dat vandaan?'
Ahmed deed zijn verhaal terwijl hij met relatieve dankbaarheid terugdacht aan de man die van irritante bemoeial tot reddende engel was gepromoveerd. Toen hij klaar was hield hij zijn adem in, rekenend op een van steun betuigende instemming met de manier waarop hij had gereageerd. Maar nu was het zijn beurt weer om met een verrassing geconfronteerd te worden, want Halima bleek helemaal niet van oordeel dat zijn repliek gepast was geweest. Ze klakte met haar tong, schudde het hoofd en zei, onbegrip demonstrerend door wezenloos naar de theepot op de salontafel te staren: 'Waar haal je het vandaan om die man zo te bejegenen? Hij deed toch maar om goed te doen. Had hij je soms moeten feliciteren met Samia's gedrag?'
Ahmed geloofde zijn oren niet. Hij had de woorden van de man zo goed als letterlijk herhaald en de toon die hij had aangeslagen duidelijk nagebootst. Met opzet had hij tenslotte twee keer zijn eigen opmerking aan het adres van de man herhaald, dat deze zijn hoofd maar moest afwenden indien een paar centimeters onbedekte vrouwenhuid hem ademnood bezorgden; een terechtwijzing waarvan hij had verwacht dat ze bij iedere vrouw spontaan waardering zou oproepen.
'Waarom kijk je zo?' vroeg Halima, die niet leek te begrijpen dat haar reactie hem met verstomming had geslagen.
'Ik… Ik begrijp jou niet,' stamelde hij. 'We hebben het hier wel over jouw zuster.'
Halima deed iets wat hem nog meer van zijn stuk bracht: ze begon cynisch te grinniken, wat hij nog nooit had meegemaakt en waardoor hij met een schok besefte dat hun tot voor kort volkomen rimpelloze huwelijk sinds enige tijd voor het eerst op de proef werd gesteld. De angst sloeg hem om het hart, alsof er onheilspellende barsten verschenen in een vaas van onschatbare waarde die hij tot het einde van zijn dagen omklemd diende te houden. Meteen begon hem te dagen hoe kwetsbaar een door bescheiden voorspoed gezegend huwelijk was wanneer er uit het niets problemen kwamen opduiken, zoals gewiekste struikrovers nietsvermoedende passanten wisten te verrassen en zodanig weerloos maakten dat ze volkomen overgeleverd werden aan hun genade.
Halima leek zijn ontreddering in de gaten te hebben, schoof dichter naar hem toe en zei, op een manier die eerder een moeder tegenover een zoon dan een vrouw tegenover haar echtgenoot zou aanslaan: 'Ahmed, mijn empathie voor Samia hoeft echt niet aangewakkerd te worden. Haar bloed stroomt bij wijze van spreken door mijn lichaam. Maar daarom hoef ik haar stommiteiten nog niet toe te juichen. Zou jij het goedkeuren als zij een buitenechtelijke relatie aanging wanneer Suleiman aan een langdurige ziekte leed, of om één of andere reden voor een bepaalde periode in het buitenland moest vertoeven?'
Ahmed schudde plompverloren, als een kind zonder enige levenservaring op het vlak van man-vrouwrelaties, het hoofd.
'Waarom zie je er dan geen graten in dat zich ze wel aan zo'n avontuur waagt omdat Suleiman in de gevangenis zit?'
Ahmed had niets liever willen antwoorden dan: 'Omdat ik haar begrijp,' maar daarvoor ontbrak hem zelfs het kleinste greintje moed, alleen al uit vrees dat hij Halima's deductievermogen er gevaarlijk dicht mee in de richting van zijn geheim zou sturen.
'Ze gaat toch scheiden,' merkte hij op; zijn stem klonk zo zwak dat zijn woorden volkomen gewichtloos de atmosfeer in zweefden.
'Ze is nog niet gescheiden,' reageerde Halima, 'ze heeft Suleiman zelfs nog niet op de hoogte gebracht van haar plannen.'
'Hoezo? Ze zou het hem zaterdag toch vertellen?'
Halima schudde het hoofd en zei: 'Suleiman weet nog steeds van niets…'
Ahmed zag pikzwarte puzzelstukjes voor zijn ogen neerdwarrelen en perfect in mekaar vallen: Samia was de afgelopen zaterdag niet eens naar Suleiman geweest; ze had een afspraak met iemand anders gehad, vandaar haar montere, niet bij een gevangenisbezoek passende uiterlijk. Hij legde zijn handen in zijn hoofd, dat zwaar werd door de wetenschap dat Samia zijn leven maar overhoop bleef gooien en moest bijna letterlijk op zijn tanden bijten om niet tot een vernietigende bekentenis over te gaan.

 

feedback van andere lezers

  • ivo
    schitterend, hoe gaat dit aflopen ... prachtig gewoon
    koyaanisqatsi: waarvoor dank ivo
  • jack
    Heel knap stuk, virtuoze beschrijvingen.
    Beste dat ik tot nu toe van je las, denk ik!
    koyaanisqatsi: (auteurtje) BUIG(t)
  • Mephistopheles
    Yep, dit is top.
    Eindzin blijft nazinderen.
    koyaanisqatsi: Thks Maestro!
  • manono
    Ik begrijp de context waarin Salima's doen en laten wordt geëvalueerd door Achmed en Salima e.a., maar oh jee, hoe verstikkend!
    Even een analyse :
    1° Salima heeft waarschijnlijk een bedongen huwelijk aangegaan
    2° ze zit opgescheept met een flierefluiter
    3° zo gevangen in dat 'familiale' dat ze haar schoonbroer ziet (zag) als een mogelijke 'trooster'
    4° na dat feit zoekt ze het elders en dat is nog niet oké.
    Conclusie : Wat wilt de familie dan dat ze doet? Soms krijg je meer steun en hulp van 'vreemden' dan van je eigen familie.

    Maar het blijft spannend en dat is het belangrijkste!
    koyaanisqatsi: Even kleine rechtzetting: het is 'Samia' en 'Halima' :-)
    1) niet bepaald
    2) da's wel duidelijk
    3) de 'troostende' persoon wordt al gauw in de nabijheid gezocht
    4) haar zus is het niet met haar handelswijze eens (schoonbroer heeft er wel begrip voor) dus de familie is op zijn minst verdeeld.

    bedankt voor het 'analytisch' lezen
  • ppe
    zeer sterk.
    dit vond ik heel leuk om te lezen: "Negentien jaar huwelijk hadden hem geleerd dat dit zowat het domste was wat hij op zo'n ogenblik kon doen" :)
    koyaanisqatsi: thnks ppe!
  • Wee
    Die laatste zin blijft idd hangen, dreigt ...
    Mooi geschreven weer.
    x
    koyaanisqatsi: xxx
Er zijn 4 bezoekers online, waarvan 0 leden: .