writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

De aanval

door darktain

Een verhaal dat zich afspeelt in de 13de eeuw. Een dappere ridder Charles Dupoint zoon van Ludwig Dupoint, een kasteelheer. De jongeman wou op een dag zijn vader gaan opzoeken. Hij ging op weg, maar onderweg zag hij twee mannen staan die een plan aan het smeedden waren om...


Charles woonde in een klein huisje net naast een rivier waar hij alles zag. Als er een leger de rivier overstak en naar zijn vaders kasteel trok, dan vluchtte hij zo snel als hij kon naar het kasteel. Hij wist immers een veel kortere weg, waardoor hij zijn vader op tijd kon waarschuwen, zodat die nog de verdediging van de burcht kon regelen.

Op een morgen dacht hij eraan om zijn vader eens te gaan opzoeken. Hij trok zijn uitrusting aan, nam zijn paard en weg was hij. Hij doorkruiste het bos, maar onderweg, wat zag hij daar, twee machtige heren, de graaf van Normandië en de graaf van Bretagne. Hij verstopte zich in de struiken zodat hij alles beter kon horen.
'Ik ga Ludwig Dupoint met mijn leger aanvallen. Hij heeft mij al genoeg tegenstand geboden! En daar moet hij voor boeten!' verkondigde de graaf van Bretagne
'Nee, ik ga aanvallen,'riep de andere zelfzeker.
'We vallen samen aan!' riepen ze in koor. En dat werd het ook. Ze gingen samen aanvallen.
Charles schrok, klom op zijn paard en reed naar zijn vader om hem het slechte nieuws te vertellen. Het reusachtig kasteel kwam in zicht.

Toen hij aan de poort kwam, riepen de wachters: 'Halt, wie bent u?'
'De heer kent me wel, ik ben zijn zoon', zei hij. Ze lieten hem meteen binnen.
'Waar is m'n vader?', vroeg hij. 'Ik moet hem dringend spreken!'
'Op zijn kamer', zei de wachter. Charles rende zonder oponthoud naar zijn vaders kamer.
'Vader, vader...!!' Hij vertelde meteen het hele verhaal.
Zijn vader maakte onmiddellijk een plan om het kasteel te verdedigen. De boogschutters en ridders kregen de opdracht om de muren te verdedigen. Andere soldaten moesten pek, zand, stenen en warm water door de luiken laten vallen. De overigen moesten achter de poort staan om, wanneer er aanvallers de poort inbeukten met een stormram, deze te beschermen. Zo stonden het leger de hele nacht gereed om te verdedigen.
Charles wist dat zijn vaders leger het niet alleen zou redden, dus had hij al een noodkreet om hulp naar de graaf van Bourgondië gestuurd.
Hij hoopte dat de graaf dan ook al met hulp onderweg was. Maar voor de zekerheid reed hij het leger tegemoet.
Intussen wou Ludwig net zijn zoon bij de gesprekken roepen toen merkte hij pas dat ie er niet meer was.
Zoon toch, waar ben je als ik je nodig heb?
Hij zocht het hele kasteel af naar Charles. Maar zonder resultaat. Nu werd hij echt ongerust omdat er in deze oorlogstijd wel iets gevaarlijks gebeurd kon zijn. Er stonden immers vele uitkijkposten van Bretagne op de uitkijk. Ludwig kreeg onmiddellijk de gedachte in zich dat Charles ontvoerd was, en barstte daardoor in tranen uit.


De volgend ochtend weerklonk er hoorngeschal van achter de heuvels en er kwamen grote rode vaandels met leeuwen erop tevoorschijn. En even later kwamen er ook de soldaten van Bretagne achter. Die droegen wit-zwarte schilden.
Troepen marcheerden en wapens kletterden… De aanval was begonnen! Boogschutters achter de kantelen maakten zich gereed en de ridders achter de kasteelmuren klommen op hun paarden.
Tot zijn grote angst zag Ludwig dat de vijand enkele katapulten meegebracht hadden.


'Vuur!' riep Ludwig tussen het geluid van vliegende projectielen. Honderden pijlen zoefden door de lucht, recht door de maliënkolders van de Normandiërs. Maar zij antwoordden terug door pijlen af te vuren. Vele boogschutters, ondanks de kantelen, werden getroffen. Dit kan toch niet, door één keer schot? dacht de burchtheer bij zichzelf.
Bij de vijand waren er ook gewonden, maar die waren niet zo talrijk. Daardoor waren de Normandiërs en de Bretoenen in overmacht.
Toen hij de overmacht zag, beval Ludwig de overige ridders angstig om terug te trekken tot achter de tweede muur en het kasteel van daaruit te verdedigen. De vijand beukte met de stormram de poort open en kwam zo de burcht binnen. Charles gaf enkele bataljonnen zware cavalerie het bevel om onder dekking van de resterende boogschutters zich beneden te gaan moeien.

Plotseling werd het gevecht onderbroken door een schorre klaroenstoot, maar het klonk niet hetzelfde als dat van de Normandiërs. Ludwig wist niet waarom, maar toch bracht het een warm gevoel en een sprankeltje hoop met zich mee. Drieduizend ridders en voetsoldaten reden de heuvels op in de richting van het kasteel. Allen droegen ze rood-witte schilden en over hun harnas droegen ze een rood-wit wapenkleed.

Maar, die ridder daar, de man die samen met de graaf aan het begin van de karavaan reed, herkende Ludwig precies. De man was niet in dezelfde kleuren als Bourgondië gekleed. Hij was volledig in het zwart gekleed. Zijn schild, helm, wapenkleed... alles.
Nu wist de Ludwig Het was zijn zoon... Ja, zijn eigen zoon was versterking gaan halen bij de graaf van Bourgondië en had die ook gekregen. Nu was het Ludwig degene die in overmacht was.
Vanaf het moment de de Bourgondiërs gearriveerd waren, duurde de veldslag niet zo lang meer. Er werd nog enkele ogenblikken gevochten, maar door de overmacht kon de vijand niets meer uitrichten. Er was maar één oplossing: overgave. Enkele Bretoenen wouden het verlies niet in de ogen zien en bleven nog doorvechten, maar toen die uitgeschakeled waren, bood niemand nog tegenstand. Zelfs de twee graven zakten jammerend door hun knieën. 'Weest vervloekt, Ludwig! De goden zullen ons wel nog wreken! We zijn nog niet klaar met jou!'
'Maar ik wel met jullie! Voer ze weg, wachter! En neem de andere kapiteins ook maar mee, maar laat de soldaten vrij. Ik denk niet dat zij het zo leuk vonden in Normandië of Bretagne. Ze zullen in het vervolg wel twee keer nadenken voor ze onze burcht kunnen innemen.' De wachters knikten en voerden de graven weg.

Ondanks dat zij in het begin in de minderheid waren, hadden ze niet zo heel veel manschappen verloren, maar het kasteel had wel veel schade opgelopen door de blijden en de katapulten. Bij de vijand waren er wel talrijke slachtoffers en gewonden.

Ludwig bedankte de graaf van Bourgondië, maar vooral zijn eigen zoon. 'Zoon toch, hoe ben jij uit het zicht gebleven voor de Bretoense verkenners? Het wemelt ervan in het bos!' 'Wel, dat was eigenlijk niet zo moeilijk. Na al die jaren dat ik alleen woon heb ik de nodige ervaring opgedaan. Daardoor kan ik nu uit het zicht kan blijven.'
'Je hebt echt veel geluk gehad.' Ludwig wendde zich nu tot de Bourgondiërs. 'Jullie blijven toch wel nog even? We hebben gewonnen! En daar hoort natuurlijk een feest bij!' De graaf van Bretagne stemde ermee in en stuurde onmiddellijk een bericht naar het thuisfront dat ze hem daar nog enkele dagen moesten missen.

Hoewel de beide legers door de strijd uitgeput waren, hadden ze toch nog genoeg energie om te feesten.


Het feest duurde vele dagen, van 's morgens tot 's avonds, dag en nacht…

 

Er zijn bezoekers online, waarvan leden: .