writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Sorane 2 Delos - hoofdstuk 17/26

door Jelsi

De haat van Alonga
'Zeker weet ik het niet, Roner. Maar ik vermoed van wel. Hebben jullie allen een Hypsoon.'
'Ja, maar voor wat dient dat ding. Ik voel het zelfs niet meer.'
'Dat is voor later, Terya. We moeten snel zijn.'
In de andere basis staren de aanwezigen verbaasd naar de groene overbrengerboog, die plots geopend werd.
'Zijn we ontdekt?' roept iemand, terwijl hij zijn wapen trekt.
'Nee, vrienden. De commandante vereert ons me haar bezoek,' zegt Anya.
'De commandante? Wie…'
Als eerste Raya stapt uit het veld en kijkt glimlachend naar de mensen, die haar verbaasd aankijken.
'Raya, ben jij dat echt,' stamelt Teron.
'Zeker, papa. Ze is zo echt als ik. Ik heb het toch gezegd,' lacht Gayna, terwijl ze naar Raya toe stapt.
Achter de agente komen Konron en zijn mensen uit het veld, dat achter hen afgesloten wordt.
'En wie zijn dat?'
'Dat zijn mijn nieuwe vrienden en bondgenoten in onze strijd.'
'Dan kunnen hen best een kamer toewijzen, Wil jij dat doen, Gayna,' zegt Teron.
Terwijl zijn dochter, die juist eenentwintig jaar oud geworden is, Konron en zijn groep een teken geeft, kijkt Teron Raya aan.
'Mijn naam is Teron, Raya. Het zal een zware dobber worden, commandante. Je ouders denken nog steeds dat je dood bent. Ze geloven mijn dochter niet als zij hun haar ontdekking meedeelde.'
Even kijkt Raya de man aan, terwijl ze beseft dat hij gelijk heeft.
'Dat kan later nog steeds, Teron. We hebben eerst een dringender probleem. Malon is opgepakt.'
'Iedereen is ervan op de hoogte, maar ik vrees dat we hem niet kunnen helpen. Toen hij de beelden zag, kon hij het niet meer uithouden en vertrok. Niemand van ons wist of je het echt was, of, een kloon, of een dubbelgangster, die door de volkors opgepakt was. Misschien was het zelfs een val voor ons.'
Raya staart naar de vloer. Ze moet een moeilijke beslissing nemen.
'Ileja, ik wil dat jij naar Vovnen gaat. Jou taak bestaat erin om Andrea Tanen, een verpleegster en twee kinderen te vinden. Als je daarin slaagt, dan blijven jullie hen observeren zolang ze veilig zijn. Alleen in geval van nood kunnen ingrijpen.'
Even kijkt Ileja de commandante aan.
'Die kinderen zijn toch niet van jou of heb ik het mis.'
'Nee, gelukkig niet, Ileja. Toch mag hun niets overkomen,' glimlacht Raya.
Ileja trekt haar schouders op.
'Ik zal al het mogelijke doen.'
'Neem Terya en drie anderen mee, zodat je hen constant kan bewaken. Breng me zo snel mogelijk op de hoogte, als jullie hen gevonden hebben. Terya kan misschien het vertrouwen van Andrea winnen. Ze is ongeveer van haar leeftijd.'
Ileja brengt de militaire groet uit, terwijl ze de agente glimlachend aankijkt. Dan verlaat ze de centrale en gaat op weg naar de woonkwartieren van de basis. Een paar uur later verlaat ze met Konron, Terya, Togna en Savo de basis. Ze stappen uit de lichtboog nabij het station van Crovon een kleine stad ten noorden van de hoofdstad. Hier nemen ze de trein naar het oosten. Onderweg worden ze door agenten van de nieuw gevormde politiemacht gecontroleerd. Maar hun valse pasporten zijn door hun Hypsoon bijna volmaakt nagemaakt. Tegen de avond bereiken ze het bergdorp Danfon. Van hieruit reizen ze met een bus verder naar Vovnen.
De reis verloop bijna zonder problemen, maar op twintig kilometer van hun doel, worden ze plots opnieuw door volkors tegengehouden. Twee inzittenden worden ruw naar buiten gesleurd en hardhandig in een volkorzwever geduwd. De andere passagiers worden nauwkeurig gecontroleerd. Ileja zucht opgelucht als hun valse pasporten terug gegeven worden. Nadat de passagiers terug ingestapt zijn zet de bus zijn weg verder. Ileja en drie anderen nemen hun intrek in verschillende kamers van het kleine hotel dat aan de rand van het dorp tegen de bergwand staat.
De volgende dag gaan ze op zoek naar Andrea Tanen, de verpleegster. Het blijkt echter niet zo gemakkelijk te zijn als ze dachten. Andrea is niet van de domste. Gelukkig is het een klein dorp en de volgende dag ontdekt Savo haar. Andrea Tanen werkt in een restaurant aan de westkant van het dorp. Konron gaat die avond naar het restaurant en koopt een brood. Wat hij echter niet weet, is dat ze een lichte telepathische gave heeft. Wat het is weet ze niet, maar ze voelt dat deze vreemde man achter haar aanzit. Alleen waarom? Na haar werk haast ze zich naar huis? Ze voelt Konron echter niet, maar wel vage gedachten, alleen weet ze niet van waar het vandaan komt. Snel haast ze zich naar het huis waar Arika en Ron zijn. Dantya, de babysitter is verrast als ze Andrea ziet aankomen. Als ze deur opent, zegt de verpleegster:
'Er is iets gaande, Dantya. Ik voel dat er gevaar dreigt. Er was een man in het restaurant, die mij verdacht voorkomt.'
'Ik heb hier niets gemerkt, Andrea.'
'Hoe is het met de kinderen?'
'Ze zijn op hun kamer aan het spelen.'
Andrea haast zich naar de kamer en glimlacht als ze beide kinderen gezond en wel hoort lachen. Ze zijn nu ongeveer 5 jaar oud. Als ze de deur opent, schrikt ze hevig. Ze voelt en ziet een vreemde roodharige vrouw, die de kinderen omarmt.
'Mam, wanneer zien we je eens echt?' hoort ze het meisje vragen.
Dan merkt de vrouw haar op en glimlacht.
'Wat? Wie ben jij?' stamelt ze.
'Ik ben Sorane Cobanon, hun moeder, Andrea.'
'Hun moe… Dat klopt niet.. Dat was…'
'Ovara Darinon, dat weet ik. Dat ben ik ook. Ik moest een andere naam aannemen, omdat ik gezocht werd, Andrea.'
'Sorane Coba… Dat kan ik begrijpen. Je bent niet meer dan een moordenares. En dit zijn je kinderen, zeg je. Dat kan ik niet geloven.'
'Toch is het zo. Alleen ben ik niet meer die Sorane van toen.'
'Zelfs als je leven wil beteren, dan nog kan je het verleden niet uitwissen.'
'Later zal dat wel duidelijker worden, Andrea. Mijn tijd hier is beperkt.'
'Ik zal je niet verraden, Sorane. Als je de waarheid spreekt, dan nog treft je kinderen geen schuld. Ze zijn zo lief, ik wil niet dat ze in een inrichting terecht komen.'
'Dank je.'
'Nu wil ik weten hoe je hier komt?'
'Ik ben hier al verschillende malen geweest, Andrea. Zeker zeven keer, sinds ik terug ben op Yharven, ben ik op geregelde tijdstippen, naar mijn tweeling komen kijken.'
Even slikt Andrea.
'Hoe heeft ze dat gedaan?' denkt ze, maar dan dringen de woorden van Sorane helemaal door.
'Van Yharven, dat is toch een planeet diep in het Amazonegebied. Dat kan toch niet.'
'Toch wel, Andrea. De techniek van de Tiren en mijn esperkrachten laten toe dat ik bijna overal in de Melkweg kan vertonen. Ik kon het niet meer uithouden zonder hen gezien te hebben. Daarom ben ik hier regelmatig.'
Andrea snapt niets van. Zoiets is toch niet mogelijk, ofwel. Als hobby heeft ze altijd al een grote interesse gehad voor de leer van de amazone. Naar mate ze er meer en meer over las, werd ze meer een meer geboeid door de ethiek van deze beschaving, geleid door vrouwen. En dan die vrouw die ze de verhevene noemen. Die zou ze wel eens willen ontmoeten.
'Je kan toch niet van Yharven tot hier…. Nee, dat kan toch niet.'
'Ik ben een esper, Andrea. Ik weet dat je op de hoogte bent van het bestaan van onze evolutie.'
'Dat klopt, Sorane. Maar jij bent toch, voor zover ik weet, een huurmoordenares.'
'Dat was ik, maar nu niet meer.'
Even is het stil in de kamer. Sorane scant de gedachten van de jonge verpleegster en beseft dat ze Arika en Ron in haar hart gesloten heeft. Ze doet al wat ze kan om hen een veilig onderkomen te verschaffen. Even concentreert ze zich sterk en neemt contact op met Anya. En paar seconden later materialiseert een kleine Hypsoon op de tafel. De verpleegster kijkt er verschrikt naar.
'Neem deze Hypsoon, Andrea en drukt hem achteraan tegen je hals. Hij zal je raadt geven en bestaan in geval van nood. Arika en Ron dragen er al een tijdje zo een.'
De verpleegster kijkt de tweeling even snel aan.
'En jullie hebben niets gezegd.'
'Mama, had het ons verboden, Andrea,' fluistert Ron, terwijl Andrea het apparaat tegen haar hals drukt.
'Vergeef me, Andrea. Ik had je nog niet ontmoet, maar nu weet ik dat je te vertrouwen bent. Waak verder over mijn tweeling, tot iemand je komt helpen om ze in veiligheid te brengen.'
'Wanneer is dat, Sorane? Versta me niet verkeerd, ik doe het met plezier. Maar ik hou van mijn beroep om mensen te helpen. Ik mis dat al een beetje,' vraagt de verpleegster, nadat ze de schok te boven gekomen, toen het apparaat van vorm veranderde.
'Ik kan niet zeggen wanneer dat zal zijn, maar ik denk dat je Hypsoon je kan helpen om je kennis nog meer te vervolmaken.
'Waar dient dat ding voor, Sorane?'
'Dat kan Arika of Ron wel uitleggen. En daarna je Hypsoon zelf.'
'Mag ik ze laten schrikken, mama,' vraagt Arika plots.
'Nee, Arika. Andrea is dat niet gewoon en moet er nog aan wennen,' antwoordt Sorane, terwijl ze voor over buigt en haar vier jaar oude dochtertje een kusje op haar wang geeft.
Even omarmt ze Ron nog en richt zich dan op.
'De hypsoon zal je helpen om je zwakke esperkrachten te trainen en misschien kunnen Arika en Ron je ook iets leren, want zij zijn al zeer begaafd.'
'Esperkrachten, die heb ik niet.'
'Je gevoel dat je gevolgd werd, Andrea. Dat is een begin van een nieuwe wereld. Oefen in je vrije tijd en volg de raad van je hypsoon.'
Even staart Andrea, Sorane aan.
'Ik een esper. Dat is moeilijk te geloven,' denkt ze.
'Ik moet gaan, Andrea. Zorg goed voor mijn kinderen. Als ik terugkeer zal ik alles doen om je te helpen met je levensdoel.'
Andrea knikt.
'Wees gerust, Sorane. Ze zijn beiden veilig. Als ik er niet ben dan past Dantya op hen. Kom, ik zal je uitlaten.'
Sorane scant snel de gedachten van Andrea en komt zo te weten dat Dantya een studente is, die soms op Arika en Ron past als Andrea op haar werk is.
'Dat is niet nodig. Maar schrik niet teveel,' glimlacht Sorane en lost in het niets op.
Toch schrikt Andrea en staart naar de plaats waar Sorane stond.
'Dat doet mama altijd. Je zult, dat wel gewoon worden.'
Even kijkt de verpleegster Ron met een kwade blik aan. Maar dan glimlacht ze:
'Ik hoop het.'
'Andrea, je bent toch niet verloren gelopen,' zegt Dantya op dat moment, terwijl ze de kamer binnenstapt.
'Nee, maar ik heb de indruk dat ik gevolgd wordt. Daarom was ik zo gelukkig toen ik hen ongedeerd zag.'
'Gevolgd. Door wie?'
'Dat weet ik niet. Ik kan het ook verkeerd hebben, maar toch kan ik het niet van mij afzetten.'
'Moet ik de politie bellen.'
'Nee, Dantya. Dat is niet nodig. Je weet dat Arika en Ron mijn kinderen niet zijn. De agenten zouden hen misschien van mij afpakken en ik heb hun moeder beloofd voor hen te zorgen.'
'Tja, misschien heb je gelijk. Hopelijk is het alleen maar een gevoel dat je hebt.'
'We zien wel, Dantya,' glimlacht Andrea en heft Ron van de vloer op. Dantya neemt Arika op haar arm en volgt de verpleegster de trap af.
Even later kijkt Dantya met gemengde gevoelens de wagen na, als Andrea wegrijdt. Als de wagen in de verte verdwenen is, draait ze zich om en loopt weer naar binnen. Toch heeft zij de wagen van Ileja, die achter Andrea rijdt, niet opgemerkt. Als de verpleegster een kwartier later aan haar hotel stopt, voelt ze opnieuw een vreemde aanwezigheid. Maar deze maal is het een vrouw. Ileja, die haar wagen op een parking geparkeerd heeft, kijkt van op afstand toe hoe de verpleegster Ron en Arika uitstappen. Plots schrikt ze echter de jonge vrouw kijkt om zich heen, alsof ze iets gemerkt heeft. Dadelijk opent ze de deur en sluit de wagen af. Andrea die haar voelt, kijkt argwanend toe, hoe Ileja naar de deur van de winkel toeloopt. Ze trekt haar schouders op en denkt:
'Ik begin nu al overal verdachte mensen te zien, straks word ik nog paranoïde.'
Ileja vermoed dat de verpleegster een soort telepate is en brengt haar drie vrienden op de hoogte. Ze moeten het voorzichtiger aanpakken. Ze stuurt Terya er op uit. De volgende weken, merkt Andrea niets meer van hen op, maar toch blijven ze haar en de kinderen observeren. Ze weet niet dat Terya, een jonge vrouw, die ze pas leerde kennen bij hen hoort. De volgende maandag verlaat ze s'middags zoals altijd de bakkerij en om in een klein restaurant iets te gaan eten.
'Hai, Andrea,' hoort ze plots roepen.
Ze draait zich om en ziet Terya naar haar toestappen.
'Ik ging juist iets eten, Terya.'
'Weet ik. Ik heb je verleden week hier al eens zien binnen gaan, maar toen was ik niet vrij. Vandaag heb ik een vrije dag.'
'Als je wil kan je meekomen, dan kunnen we eens praten.'
'Oké,' lacht Terya en slaat een arm om de schouders van Andrea.
Zo lopen ze het restaurant binnen. Even later zitten ze gezellig te praten, als de bediende het bestelde eten brengt.
'Waarom ga niet eens een keertje uit? Je moet je ook eens amuseren.'
'Ik kan niet, Terya. Ik moet op jonge twee kinderen passen. Ze nemen een groot deel van mijn vrije tijd in beslag.'
'Zijn dat jouw kinderen?'
'Nee, ik heb hun moeder beloofd om voor haar kinderen te zorgen.'
'Alleen, dat kan je niet in je eentje.'
'Ik doe het al drie jaar ongeveer, Terya. Hun moeder komt soms even helpen en ik heb ook een babysitter.'
'Hun moeder, ben je zeker?'
'Ja, ik weet zeker dat het hun moeder is.'
'Dat vind ik vreemd, Andrea.'
'Waarom vind je dat vreemd, ken je hun moeder.'
'Nee, ik ken haar niet, maar ik heb berichten gehoord over een tweeling, waarvan de moeder dood is,' zegt Terya, maar ze beseft dat ze een fout gemaakt heeft, als ze de blik van Andrea ziet.
'Wie ben jij, Terya. Hoor je ook bij de mensen die mij in het oog houden. Als dat zo is, dan doe je je job heel goed. Jij had bijna mijn vertrouwen gewonnen.'
'Wij willen hen beschermen, Andrea.'
'Ik geloof je niet. Waag het niet me te volgen, Terya. Ik heb veel van hun moeder geleerd en ik sta mijn mannetje,' zegt Andrea dreigend en staat op.
Ze haast zich het restaurant uit. Terya volgt haar, maar Andrea begint te rennen. En ze is snel, dat ondervind Terya al snel. Haar hypsoon heeft Ileja op de hoogte gebracht van wart er gaande is. Ileja en Konron haasten zich ook naar hert flat van Andrea. Terya kan Andrea echter niet bij houden en plots ziet ze de verpleegster nergens meer. Ze besluit dan maar snel naar de flat van Andrea te gaan. Misschien kan ze haar daar opwachten.
Ze weet echter niet dat Andrea in paniek handelt en op weg is naar haar flat. Als ze daar aankomt, kijkt Dantya verbaasd op.
'Wat is er gaande?'
'We moeten hier weg, Dantya. Ze zijn ons op het spoor. Mijn zogenaamde nieuwe vriendin waar ik over sprak, hoort bij hem.'
'Wat bedoel je?'
'We verlaten dit dorp zo snel mogelijk.'
'Misschien kan je bij mij onderduiken.'
'Nee, Dantya. Ik heb je naam genoemd, dus zullen ze intussen ook je adres kennen,' zegt Andrea, terwijl ze enkele noodzakelijke dingen inpakt.
Dantya helpt haar om Ron en Arika klaar te maken voor vertrek. Terwijl Terya op haar wacht aan de voorkant van het gebouw, verlaat Andrea het langs de achterzijde.
Enkele minuten later verlaat Dantya langs de voorzijde het gebouw en merkt dadelijk de jonge vrouw op die langs de overkant staat te kijken. Als Terya de babysitter opmerkt weet ze dadelijk dat er iets mis is. Ze haast zich om de straat over te steken, maar het meisje rent plots weg. In de armen van Konron en Ileja, die links van de uitgang stonden te wachten.
'We doen je niets, meisje. Wij zijn hier om Arika en Ron, de kinderen van Sorane te beschermen, maar Andrea ontdekte ons. Weet jij waar ze is?'
'Nee, ze was in paniek, omdat ze voor de tweeling vreesde. Ik bood haar onderdak aan bij mijn ouders thuis, maar dat weigerde ze.'
Even kijkt Ileja het meisje aan, maar ze is er van overtuigd dat ze de waarheid spreekt. Op dat moment komen verschillende wagens aan gereden en stoppen voor het gebouw. Gewapende mannen springen eruit.
'Ga jij naar huis, Dantya. Wij zorgen wel voor Andrea.'
'Ileja, misschien is ze in het restaurant, want toen ze wegvluchtte had ze alleen haar tasje bij zich. Ze had ook een grote tas bij zich en die moet zich nog in het restaurant bevinden.'
Ileja kijkt Terya even aan, terwijl Konron langs zijn hypsoon de twee anderen op de hoogte brengt. Zij moeten Andrea opvangen als die in het restaurant aankomt. Ileja en de twee anderen haasten zich ook naar het restaurant toe. Andrea laat intussen de kinderen in een donker steegje achter.
'Blijf hier achter zitten tot ik terugkom,' zegt ze.
Dan haast ze zich naar het restaurant toe. Als ze het restaurant binnen stapt, stoppen drie wagens met piepende remmen. Gewapende mannen dringen het gebouw binnen en openen het vuur op de klanten.
Drie dagen na het vertrek van Ileja, maakten Raya, Serdon en twee anderen, zich klaar. Samen een twintigtal rebellen verlieten toen ze de basis met een overbrenger.
Nu twee weken later hebben ze hun bestemming bereikt. Ze ziet er uit als volkors, op het moment dat ze verschillende zwevers instappen. De zeven toestellen stijgen langzaam op en zetten koers naar Mogwan. Met de censors vinden ze al snel de ondergrondse gebouwen, maar stellen verbaasd vast dat er geen bewakers te zien zijn, behalve een paar gewapende mensen. Die nemen het echter niet zo nauw met de bewaking. Raya besluit tot een verrassingsaanval, voor zover er sprake van kan zijn.
De zeven zwevers landen met grote snelheid neer op het binnenplein. Raya en haar groep springen dadelijk uit de toestellen, maar de bewakers laten bliksemsnel hun wapens vallen, als de eerste schoten vallen. Raya is even verbaasd, maar herpakt zich dadelijk.
'Serdon, en jullie twee volg me. De anderen beveiligen de landingsplaats.'
'Oké. Commandante,' lacht een van de rebellen spottend.
Serdon en twee mannen volgen Raya naar de toegang van het kleine gebouw. Maar als ze verder het ondergrondse binnendringen, stellen ze vast dat er geen bewakers te vinden zijn.
'Snel, we moeten Malon vinden.'
Het groepje haast zich op hun hoede verder en dalen af naar de diepste niveaus van de basis.
Intussen schrikken de rebellen, die bij de toestellen gebleven zijn. Uit het niets verschijnen plots zwaargewapende volkors en een hevig vuurgevecht barst los. Verschillende rebellen worden gedood, terwijl ze zich naar het kleine gebouw terugtrekken. Twee willen met een zwever opstijgen, maar worden hevig beschoten. Het toestel ontploft op twintig meter hoogte. Terwijl de stralen inslaan in de muren van het gebouw, trekken de andere rebellen zich dieper terug.
'Zoek Raya, Dina. We zitten in problemen, ' beveelt Incor.
De jonge blondine kijkt even naar Incor. Dan haast ze zich geleid door haar Hypsoon naar de naar beneden. Zij ziet niet dat er een vreemde vrouw uit het niets verschijnt, die in een blauw licht gehuld is. De volkors beginnen dadelijk te wankelen, laten hun wapens vallen en storten in elkaar. Anderen blijven wankelend staan. Sommigen richten hun wapen op hun hoofd, maar voor ze kunnen afdrukken, verdwijnen hun wapens door de aportatiekrachten van Sorane. De roodharige wacht tot de Symbiont trillend en kreunend samenvloeit. Dan schiet een energiestraal uit haar hand op de brij toe, die krijsend in rook opgaat.
'Volkors, ik heb jullie de vrijheid weergegeven. Ik acht geen van jullie schuldig aan jullie daden, die jullie onder invloed van de Symbiont gepleegd hebben. Maak mij dus niet kwaad, door zelfmoord te willen plegen,' zegt Sorane en draait zich dan om naar de mensen van Incor, die verbaasd uit hun dekking komen.
'Rebellen, deze mannen en vrouwen hebben hulp nodig. Maar waag het niet om hen een haar te krenken.'
'Ben jij die Sorane niet, waar Raya soms van spreekt.'
'Vergeet niet wat ik gezegd heb,' zegt de roodharige nog en is dan verdwenen.
Raya en enkele anderen hebben op dat moment het onderste niveau bereikt en ze merken dadelijk dat alleen één gang verlicht is. Langzaam en op hun hoede stappen ze verder. Traag schuift de deur open, en Serdon stapt als eerste naar binnen. Oron die achter hem loopt, botst tegen hem op, als Serdon verschrikt blijft staan. Raya en Kiro blijven ook verstijfd staan als ze binnenstappen. In de tienhoekige zaal hangen acht zwaar toegetakelde mensen aan de muren. vijf mannen en drie vrouwen.
'Malon,' roept Raya plots en rent naar de man toe die aan de andere kant zijde hangt.
Plots verdwijnt de muur langs de andere zijde en Hoson Povan stapt naar voor.
'Geniet je ervan zoals ik, rebellen. Dit staat jullie ook te wachten.'
Raya kijkt de vrouw vol walging aan. Ze herkent haar bijna niet. De gevolgen van de straf van Jakira zijn nog altijd zichtbaar.
'Alonga,'
'Wapens neer, of deze gevangen zijn er geweest. Dat is misschien beter voor hen, want ik denk niet dat zijn na mijn luxe behandeling, nog verder willen leven,' zegt de Hoson met trillende haperende stem.
'Jij, monster. Hiervoor zal jij boeten,' roept Raya vol woede uit.
Ze stort zich naar voor, terwijl ze haar energiezwaard activeert. Maar van twee zijden wordt er op haar gevuurd. Verdoofd stort ze neer. Als Alonga een stap vooruit doet, wankelt ze. Op nieuw begint de symbiont zijn greep te verliezen. De haat voor de meesteres van de symbiont is zo krachtig dat hij steeds meer terrein verliest. Als de symbiont uit haar lichaam moet wijken, richten de vier robots hun wapen op haar, maar Alonga duikt naar de vloer toe en vuurt met haar wapen. Ze is zo snel, dat drie robots geen kans hebben. De resten blijven na rokend staan. De vierde wordt echter door Serdons energiezwaard doorboord, voor hij kan vuren. Terwijl de vonken rondvliegen, draait hij zich om en kijkt de Hoson verbaasd aan.
Maar deze vuurt met haar wapen naar de symbiont, die naar Raya toeschoof. Terwijl zijn doodskreet nagalmt in het vertrek, richt de Hoson zich om en ziet de verbaasde blikken van Serdon en de twee anderen op zich gericht. De vrouw stapt naar Raya toe en bukt zich. Kiro richt zijn wapen op de Hoson, maar na een teken van Serdon, laat hij het wapen zakken. Alonga legt haar hand tegen de hals van Raya en langzaam verdwijnt de verlamming. Als Raya haar ogen opent, grijpt ze naar haar energiezwaard.
'Raya, stop. Ze heeft ons geholpen.'
Alonga die achteruit geweken is, kijkt de agente standvastig aan. Raya staat langzaam op en deactiveert haar wapen.
'Wat ben jij van plan, Povan. Jij bent de Hoson van deze basis.' zegt Raya terwijl ze naar de gefolderden wijst.
'Dat was ik, maar toen Jakira mij zo hevig strafte. Begon ik haar te haten, zo hevig dat zelfs de Symbiont die ze in mij plaatste, zich er niet tegen kon verzetten. Met dat resultaat,' geeft Alonga als uitleg.
De agente kijkt even naar de plaats op de vloer waarheen de Hoson wijst. Daar liggen de resten van de Symbiont. Serdon en beide anderen zijn intussen bezig de gevangen los te maken, maar die kreunen van de pijn, terwijl ze hen op de vloer neerleggen. Raya knielt naast Malon, die haar gekweld aankijkt.
'Gayna had dus toch al die tijd gelijk, Raya. Je bent in leven, al stierf je in mijn armen.'
'Het spijt me, Malon. Maar het was nodig. Jakira en haar aanhangers, zoals deze vrouw hier, moesten denken dat ik en Sorane gedood werden.'
'Leeft Sorane dan ook nog.'
Even kijkt Raya naar Alonga en twijfelt, maar besluit dan toch om de waarheid te zeggen.
'Zeker, Malon. Sorane leeft, maar bevindt zich ver van hier in het Amazonegebied.'
Alonga staart bleek, naar de rug van Raya. Haar gedachten zijn tegenstrijdig. Als ze dit nieuws naar Jakira brengt, dan zal die haar belonen. Maar dan voelt ze opnieuw die gruwelijke pijn, toen ze gestraft werd, voor haar fouten. Ze balt haar vuisten om het trillen van haar handen te verbergen. Ook Serdon voelt dat de Hoson zich innerlijk in een tweestrijd is. Hij schrikt ook van de haat die hij plots voelt, maar ze is tegen de kloon gericht. Alonga heeft intussen beseft dat ze geen kans heeft om hier weg te komen. Iets in haar binnenste zegt haar dat ze dat monster moet uitschakelen, maar ze twijfelt. Ze voelt nog steeds de drang naar macht, al is het veel minder dan een paar dagen geleden.
'Je bent op de goede weg, Alonga. Maar vergeven kan ik je daden niet,' zegt een vreemde stem plots.
Verschrikt kijkt ze om en kijkt een roodharige vrouw recht in de ogen.
'Sorane, jij hier. Hoe?'
'Ik voel dat je twijfelt, Alonga, ook al is het uit haat. Ban de haat en je streven naar macht uit je ziel en verheft jezelf op een hoger niveau.'
'Wat Jakira mij aangedaan heeft, zal ik haar nooit vergeven. Dank zij haar ben ik voor de rest van mijn leven verminkt. Als de goden mij de kracht schenken om een kans te hebben tegen dat monster, dan ik haar tegemoet gaan ook al is het mijn dood.'
Even kijkt Sorane Alonga nadenkend aan, terwijl de gedachten van de Hoson als een open boek voor haar liggen. Ze voelt de haat, maar ook de wil, al is het zwak, om met haar verleden te breken. De roodharige doet plots een stap naar voor en raakt de hand van de Hoson aan. Een fel groen licht vloeit langs de hand van Alonga naar haar hals toe. Alle aanwezigen zien de huidstructuur van de vrouw verandert en langzaam verdwijnt de verminking van Alonga. Dan vloeit de groene gloed over de vloer Malon en de zeven anderen toe. Langzaam worden ook zij genezen van hun uiterlijke verwondingen. Als Sorane haar hand loslaat, wankelt de vrouw achteruit.
'Nee, dat niet. Ik verdien dit niet, Sorane.'
'Misschien niet, Alonga. Maar als je de ingeslagen weg verder volgt, dan zal je het ooit verdienen.'
'Sorane wat moet er nu gebeuren?' vraagt Raya op dat moment.
'Eerst onze nieuwe bondgenote, Raya. Ik heb een opdracht voor Alonga.'
'Gebied, Meesteres,' stamelt de Hoson met trillende stem.
'Ik gebied niets, Alonga. Jij wil wraak nemen. Dus ik zend je naar Jakira, maar niet om te vechten, tenzij om je leven te verdedigen. Ik wil dat jij voor haar komt te staan en dan aan mij denkt. Dan zal je kunnen genieten van je wraak. Alleen zal dat niet zijn, wat je wenste, maar een grotere straf kan je die kloon niet bezorgen.'
'Wat! Moet ik naar dat monster gaan. Dat meen je niet.'
'Er zal je niets gebeuren, Alonga. Je staat onder mijn bescherming,' zegt Sorane, terwijl negen groene Pentagons op de tafel materialiseert.
'Een van deze is voor jou, Alonga Povan. De Hypsoon zal je leiden en beschermen als het nodig is. Maar pas op, zijn kracht is niet onbeperkt.'
Op dat moment komt Terya het vertrek binnengestormd.
'Raya, we hebben hulp nodig. De volkors zijn…. Sorane… U.'
'Je vrienden zijn in veiligheid, Dina. Zij bekommeren zich nu om de volkors, die zonder symbiont hulp nodig hebben,' zegt Sorane nog en is plots verdwenen.
Alonga neemt voorzichtig een Hypsoon van de tafel.
'Ik hoop dat je het vertrouwen dat Sorane in jou gesteld heeft niet misbruikt, Alonga. Anders krijg je ook met mij te maken.'
De Hoson kijkt Raya met vaste blik aan en zegt:
'Dat zal nooit gebeuren, rebel. Sorane heeft mij een nieuwe weg gewezen. Ik wil die weg een tijdje inslaan en daarbij Jakira laten boeten voor wat ze mij aangedaan heeft. Toch snap ik niet goed wat Sorane bedoelde.'
'Jij wilt Jakira laten boeten voor wat zij jou aangedaan heeft, Alonga en dat op zich is al verkeerd.'
'Misschien wel, Raya. Ik weet wel wat van de gruwelijke misdaden die Jakira zelfs nu nog uitvoert. Ikzelf ben ook aan soortgelijke daden schuldig. Vergiffenis zal ik daar nooit voor krijgen. Maar deze maal zal ik Jakira strijdend tegemoet treden.'
'Ik denk dat van strijden niet veel zal komen, Alonga. Je zei dat je niet snapte wat Sorane bedoelde, maar ik geloof dat je dat wel zal weten als je voor die kloon staat. Als mijn vermoeden klopt zal je zelfs geen wapen moeten gebruiken. Alleen zou ik mij daarna wel snel uit de voeten maken, want als ze in woede losbarst, dan zal Jakira je verpulveren tot stof.'
Even kijkt Alonga Raya aan. De acht slachtoffers nemen op een teken van Raya, een Hypsoon van de tafel. Malon helpt zijn lotgenoten om het apparaatje te bevestigen. Zodra ze de hypsoon aangebracht worden kleren gevormd van de groep van Sorane. Dan verlaat de groep de ruimte en bereikt twintig minuten later de oppervlakte. Hier zien ze de volkors die de strijd, maar nu van de symbiont bevrijd zijn, overleefden. Zij worden geholpen door de rebellen.
Als Raya omkijkt naar Alonga ziet ze haar nergens.

 

feedback van andere lezers

  • Dora
    Ik heb niets met dit genre en het stuk is erg lang, maar kwa opzet ziet het er gewoon goed uit.
    een open boek voor haar OPEN liggen.
    Probeer wellicht een ander eind van de zin: te lezen zijn (of iets dergelijk)
    'Ik hoop (de) DAT je het vertrouwen dat Sorane in jou gesteld heeft niet misbruikt, Alonga. Anders kom ik achter je aan
    Jelsi: Bedankt; Dora. Weer een paar foutjes weggewerkt.
    IK denk dat ik miet gaan beginnen, met de verhalen kleiner in te delen, voor het internet. Voor een gedrukt boek zijn deze lange hoofdstukken wel bruikbaar.
Er zijn 10 bezoekers online, waarvan 1 lid: louisaatje.