writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

ZAND (36 Al Faatiha)

door koyaanisqatsi

Ik bleef niet lang bij de Abessijnen. In feite verkeerde ik zo kortstondig in hun gezelschap dat het bijna lachwekkend was.
Nadat de ruiter afscheid had genomen trokken we zo'n twee kilometer verder in noordoostelijke richting tot we op een onoverbrugbare ravijn stuitten. Die ravijn was de ganse tijd aan het oog onttrokken gebleven omdat de vlakte een verraderlijke glooiing maakte waardoor de indruk ontstond dat ze zich ononderbroken tot aan de horizon uitstrekte.
"Hier scheiden onze wegen, jonge Ismael," zei n van de mannen tot mijn verbazing, "wij trekken verder langs het ravijn in zuidelijke richting, terwijl jij naar het noorden moet."
En van de andere mannen kreeg mijn ontsteltenis meteen in de gaten, legde een geruststellende hand op mijn schouder en zei: "Wees maar niet ongerust. Alles staat al geschreven; wat gebeuren moet zal gebeuren. Vervolg onversaagd je weg tot je een bijzonder iemand ontmoet. Luister naar wat die iemand te zeggen heeft en trek daar je conclusies uit om de juiste beslissing te nemen."
Ik kan moeilijk beweren in volle vertrouwen afscheid te hebben genomen van de drie mannen. In feite heb ik zelfs meerdere malen op het punt gestaan om rechtsomkeer te maken, hen achterna te lopen en te smeken me niet aan mijn lot over te laten. Die gedachte bleef in mijn hoofd spelen tot ze uit zicht verdwenen waren, hetgeen achteraf gezien vrij snel en op quasi onverklaarbare wijze gebeurde. Want de vlakte liep de richting die zij uitgingen lichtjes bergaf, waardoor ik normaal gezien geruime tijd in staat had moeten zijn om hen na te kijken. Nu waren ze verdwenen, als een luchtspiegeling, of als geesten die me voor het lapje hadden gehouden.
Moederziel alleen wist ik weer waarom het niets me de dag voordien zo'n bang voorgevoel had bezorgd. Ja, ik had nog wat proviand en water, maar de vlakte leek eindeloos en zo ver het oog reikte was er geen sprake van een plaats waar het ravijn op n of andere manier viel over te steken.
Volstrekt tegen de logica in om haast te maken, legde ik me aan de rand van het ravijn neer om de diepte in te kijken zonder het risico te lopen erin te donderen. Want, zonder enige overdrijving, de diepte was duizelingwekkend.
Lange tijd staarde ik de gapende wonde in de vlakte in. Ik kon slechts gissen wat zich daar beneden, op de bodem, bevond en fantaseerde dat er een kolkende rivier stroomde met ijskoud water dat als een wildeman tegen de ruwe oevers sloeg en onophoudend in ontelbare schuimvlokken tegen rotsen uiteenspatte.
"Hier heeft God de aarde in twee gescheurd."
Ik schrok me een bult en sprong recht zonder het te beseffen. Achter mij stond een man in een donkerblauw gewaad en met een even donkerblauwe tulband op zijn hoofd, aan een lange, grijze baard te plukken.
"Asalaam aleikum," zei hij met een onheilspellende strengheid.
"Wa'aleikum salaam," stamelde ik.
"Het is tijd voor het middaggebed," zei de man, opnieuw streng.
"Ik bid niet," antwoordde ik aarzelend.
"Dat dacht ik al," bromde de man. "Maar da's niet mijn probleem. Het is wel jouw probleem dat je zal moeten wachten tot ik het gebed volbracht heb."
"Bent u dan die bijzondere iemand die ik zou ontmoeten?" vroeg ik hoopvol.
"Nee," klonk het antwoord pertinent, "ik ben alles behalve bijzonder. Ik ben niet eens een boodschapper. In feite ben ik niets. Zoals de meeste stervelingen. En tik van God en ik behoor tot het verleden."
Toen hief de man zijn handen naast zijn oren, zei: "Allah Akbar" en begon de Al Faatiha te reciteren.
Ondertussen wist ik hoe laat het dan was. De man zou voor enkele minuten van de aardbol verdwijnen; weliswaar niet lichamelijk maar spiritueel. Ik had geleerd dat ik op zo'n ogenblikken kon doen wat ik wou, van snuiten trekken tot vloeken als een ketter, niets zou deze man kunnen doen afdwalen van zijn gebed.
En dus zette me maar even in kleermakers zit neer, in afwachting van zijn terugkeer naar de stoffelijke wereld.

 

feedback van andere lezers

  • Dora
    Blauw, blauw maar weer genoten.
    koyaanisqatsi: :-)
  • Wee
    Wondermooi.
    k zou wel snuitjes trekken :))
    x
    koyaanisqatsi: Het zou weinig uithalen... ;-)
  • greta
    "In feite ben ik niets. Zoals de meeste stervelingen. En tik van God en ik behoor tot het verleden."

    Ademloos.
    koyaanisqatsi: Alhamdullillah!
  • mephistopheles
    wat gebeuren moet, moet gebeuren, zo is het. En die lange, troosteloze vlaktes moet hij naderhand aan gewend aan het raken zijn
    koyaanisqatsi: Ja, nu, je hebt die eindeloze vlaktes in verschillende types, dus hij kan er nog gerust een paar tegenkomen.
Er zijn 7 bezoekers online, waarvan 0 leden: .