writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

ZAND (47 Het Vijfde Cijfer)

door koyaanisqatsi

Op het ogenblik dat ik het laatste boek bovenop de laatste stapel legde verscheen er een man in de kamer die er uitzag als een woeste krijger uit een ver verleden.
"Salaam aleikum," zei hij terwijl hij een gele, verzegelde envelop naar me uitstak.
"Wa'aleikum salaam," antwoordde ik, waarna ik de envelop met een somber voorgevoel aannam.
Inderdaad, een somber gevoel, omdat ik maar al te goed besefte dat mijn tijd van gaan gekomen was. Ik verbrak het zegel van de envelop en haalde een klein, perkamentachtig lapje papier tevoorschijn waarop het cijfer negen stond geschreven.
"Als u wilt kan u meteen met mij vertrekken," zei de man, "maar dan moet u zich wel haasten, want straks wordt het touw weer weggehaald en ik kan me niet veroorloven hier vast te zitten."
"Maar ik moet toch afscheid kunnen nemen?" vroeg ik.
Een pijnscheut boorde zich door mijn hart. Ik was allang het tijdstip vergeten waarop ik me had laten onderdompelen in de magische bron van de talen en het leek alsof ik nu moest overstappen in een poel van een teer.
Maar de man was onverbiddelijk. Hij schudde het hoofd en zei: "De derwisjen zullen het wel begrijpen. Tenslotte is uw plaats niet hier. U was hier maar een passant, hoe lang uw verblijf ook geweest mag zijn."
Ik dacht: "Ach, misschien is het wel beter om op deze manier afscheid te nemen. Mijn verblijf hier omslaan, als de bladzijde van een groot boek, en verder gaan met mijn gewone leven."
Ik vroeg de man enkele minuten geduld, zodat ik mijn schamele bezittingen -een stel extra kleren, schoeisel en enkele tassen voor proviand- bijeen kon graaien. Toen ik terug uit mijn kamer kwam stuitte ik op Osman die me vriendelijk als altijd begroette.
"Ik zie dat je tijd gekomen is, Ismael," zei hij.
"Zo ziet het er naar uit," antwoordde ik, met een krop in de keel.
"Ik wilde je nog van harte bedanken voor je geleverde werk, en beslist ook voor je betoonde interesse," glimlachte hij gemoedelijk.
Ik schudde het hoofd, moest diep slikken en stamelde: "Nee, jullie zijn bedankt."
De woest ogende man kwam vanachter een zuil tevoorschijn. We hadden duidelijk geen tijd te verliezen. Ik schudde Osman de hand, vroeg hem de andere derwisjen te bedanken voor hun gastvrijheid en wenste hen het allerbeste."
"Moge je in staat zijn om veel liefde te geven op je levenspad, Ismael," zei hij nog, waarna hij vredig wegwandelde.
Toen we bij het touw kwamen vroeg ik de man of we naar boven moesten klimmen of verder afdalen.
"Afdalen natuurlijk," antwoordde hij, verbaasd over mijn vraag. "Er is geen weg terug naar boven. Het is te zeggen: niemand is sterk genoeg om die afstand opwaarts te klimmen."
"Was ik dan zo diep afgedaald?" vroeg ik me af, maar dat zou ik al gauw merken toen ik me in navolging van de man verder naar beneden liet zakken en heel even een blik naar boven richtte.

 

feedback van andere lezers

  • Wee
    Het is een bijzondere weg, die hij 'bewandelen' moet.
    Prachtig stukje weer!
    x
    koyaanisqatsi: xxx
  • Dora
    Net wat ik dacht... of toch ook weer niet. Een veelzijdige weg om mee te wandelen
    koyaanisqatsi: Houden zo...
  • greta
    Een trieste sfeer dit keer. Ik herinner me nog vaag het begin, de arme ziel raakte zijn ouders kwijt in de woestijn, zo was het toch? En nu daalt Ismael af, het onbekende tegemoet. Het stem me triest. Zelfs nu mijn gezellige Sinterklaas-weekend is begonnen.
    koyaanisqatsi: Wat is het leven anders dan ontmoeten en afscheid nemen?
Er zijn 3 bezoekers online, waarvan 0 leden: .