writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Het Bestaan in al zijn Eenvoud (1)

door koyaanisqatsi

Abel Bocoum woonde sinds mensenheugenis in een kartonnen doos, geïnstalleerd langs de oever van de rivier, op een plaats waar deze zodanig recht liep dat de zeldzame buitenlanders die er kennis mee maakten -veelal verdwaalde toeristen- hem per vergissing voor een kanaal hielden. Zijn schamele bezittingen bewaarde hij in een oude kist waarvan hij tegenover de achtereenvolgende generaties kinderen uit de omgeving met net zo onvermoeibare als kinderlijke overtuiging beweerde dat ze ooit had toebehoord aan een beruchte kaper. In werkelijkheid had hij de kist in één van de zeldzame perioden dat hij meer geld in zijn zakken had dan nodig was om in zijn dagelijkse behoeften te voorzien, tegen een maar net aanvaarbare prijs op de kop getikt in een duister, naar kaneel ruikend snuisterijwinkeltje, uitgebaat door een lugubere, een tulband dragende grijsaard die er door al zijn buren van verdacht werd een op het verkeerde pad gesukkelde fakir te zijn.
Slapen deed Abel Bocoum maar weinig, meestal overdag en dan nog met korte tussenpozen die hij afwisselde met al even korte, doelloze wandelingen. 's Avonds en 's nachts was hij zo goed als altijd wakker en slenterde hij door de stad of langs de velden, of bracht hij korte bezoeken aan zijn eindeloze reeks van kennissen waarvan hij niemand als een familielid of vriend kon beschouwen. Soms, heel soms, ging hij langs een kroeg, die hij pas betrad na minuten- of zelfs urenlang twijfelend naar binnen te hebben gestaard, met als enig doel zich ervan te verzekeren dat zich niemand bekend in de slijterij bevond.
Deze routineuze manier van leven had Abel Bocoum ongetwijfeld volgehouden tot het einde van zijn dagen als er niet op een noodlottige dag een man was komen opdagen die zich uitgaf voor de Minister van Huisvesting. Normaal gezien zou Bocoum de man nooit geloofd hebben, maar aangezien hij vergezeld was door de burgemeester van de sloppen -zowat de enige man van aanzien in de wijde omtrek- en een gelegenheidsagent, kon hij niet anders dan zijn titel voor waar aannemen.
Beleefd maar streng vroeg de Minister of hij Bocoums kartonnen doos mocht betreden; een verzoek waarmee deze laatste, hoewel met tegenzin, zonder aarzelen toestemde, al was het maar om zich geen onnodige moeilijkheden op de hals te halen.
Tevreden met zoveel spontane bereidwilligheid stapte de Minister daarop de kartonnen doos binnen om een goed kwartier later opnieuw naar buiten te komen en met zijn bezem, die al die tijd onder zijn lange jas verborgen had gezeten, enkele bezwerende bewegingen te maken.
'Wat mag dit te betekenen hebben?' vroeg Bocoum mompelend aan de burgemeester, waarop deze een zacht sissend geluid maakte, het hoofd schudde en amper hoorbaar: 'Geen flauw idee,' antwoordde.
Nadat de Minister zijn bezem weer had opgeborgen, schraapte hij zijn keel, zette een hoge borst op en zei: 'Die doos van u, meneer, heeft duidelijk zijn beste tijd gehad. U zal zich een nieuwe moeten aanschaffen. Ik geef u twee weken de tijd om hier werk van te maken, zoniet zal ik mij verplicht zien opdracht te geven uw doos plat te walsen en u te laten deporteren naar een afspanning waar zich alleen maar schorremorrie ophoudt. En tussen ons gezegd en gezwegen: u ziet mij er niet iemand uit die zich daar op zijn gemak zou voelen; daarvoor lijkt u me al te erudiet.'
Abel Bocoum staarde plompverloren naar de burgemeester, die naarstig knikte terwijl hij plechtstatig de omslagen van zijn tot op de draad versleten colbert omklemde.
'Meneer de Minister heeft gelijk,' beaamde hij, 'een beschaafd man als u zou daar maar moeilijk kunnen aarden. Niet dat het onmogelijk zou zijn -voorbeelden zat die het tegendeel kunnen bewijzen-, maar een gezondheidswandeling zou het beslist niet worden.'
Zonder dat Bocoum het besefte had de Minister ondertussen zijn hand gepakt om deze zowel welgemeend als ingetogen te schudden.
'Ik ben er zo goed als zeker van dat u het zal redden,' zei hij op een sussend toontje, 'per slot van rekening is twee weken, in dit geval althans, zo goed als een eeuwigheid,' waarna hij de gelegenheidsagent en de burgemeester met een hoofdgebaar liet verstaan dat het tijd was om op te krassen.

 

feedback van andere lezers

  • GoNo2
    Prachtig en goed verteld, ik blijf volgen...
    koyaanisqatsi: thnks...
  • Wee
    Je bent er weer! En hóe! Ik volg mee ...
    Goede vakantie gehad?
    x
    koyaanisqatsi: Ja. Helaas jaren te kort... :-( Stel voor, leven onder de Gambiaanse palmbomen en alleen maar verhaaltjes schrijven... (zucht)
    xxx
  • joplin
    goed verhaal
    leest aangenaam
    x
    koyaanisqatsi: thnks
  • greta
    Leesmomentje kunnen pikken hier ....
    Fijn verhaal joh. Ik ga je volgen. x
    koyaanisqatsi: ;-)
  • Hoeselaar
    Knappe vertelling, blijf je volgen daarom ook dat ik bij het begin begin

    Willy
    koyaanisqatsi: thnks
Er zijn 3 bezoekers online, waarvan 0 leden: .