writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Het Bestaan in al zijn Eenvoud (31)

door koyaanisqatsi

Het was de geur van uitzichtloze armoede die Abel Bocoums neus als een onwelkom insect binnendrong.
De paalwoning mocht dan wel ruim zijn, binnen was ze, op een paar tot op de draad versleten, handgeweven matten na, leeg. Op de grond, vooraan in een hoek, zat een in lompen geklede, graatmagere vrouw verloren voor zich uit te staren. Aan één van haar slappe borsten hing een baby gekluisterd met een zodanig grauwe huid dat het wel leek of het kind niet meer in leven was. Naast de vrouw haar voeten lagen schamele etensresten van een kleine vis. Haar teennagels waren lang, gekromd en ronduit vies, haar voetzolen zaten onder de zweren.
'Welkom, welkom. Ik ben Karbalan, dorpshoofd van de Gemeenschap van het Kratermeer.'
Karbalan grijnsde gelukzalig, zoals alleen een mens kan grijnzen die alles heeft wat hij verlangt. Voor Bocoum kon het niet anders dan dat de man ze niet allemaal op een rij had. Dat een mens met niets tevreden was, kon alleen maar bewonderenswaardig worden genoemd, maar iemand die zich niet stoorde aan de bittere ellende van zijn vrouw en kind, diende zich te laten onderzoeken.
'Mensen die net zoals wij de autoriteiten tarten zijn onze vrienden,' zei Karbalan terwijl hij zijn hand uitstak.
Bocoum schudde de hand zonder op de woorden te reageren. Wat hem betrof waren de autoriteiten een onmogelijk te verslaan, veelkoppig monster, waar je maar beter zo weinig mogelijk mee te maken kreeg en moest je van een lachwekkende overmoed getuigen als je het omgekeerde voor mogelijk achtte.
'Zit daar onze heldin in?'
Karbalan wees naar de plunjezak, die de moerasduivel naast Bocoum had neergezet, en zette zijn handen opnieuw op zijn heupen. Bocoum knikte, wilde het dorpshoofd waarschuwen voor de naaktheid van de jongedame maar kreeg daar niet eens de kans toe.
'Jammer dat ze in de zak moet blijven natuurlijk,' zuchtte Karbalan, 'want we hadden haar maar al te graag op een feest vergast. Maar ja… Ieder zijn principes... Jammer. Want we zouden rijkelijk met drank en eten gevulde tafels hebben laten aanrukken, en er zou tot in de vroege uren gedanst en gezongen worden. Maar het mag dus niet zijn. Een afspraak is een afspraak en dus blijft de jongedame in de zak, tot ze veilig over de grens is gezet en ze haar gewaad weer kan aantrekken.'
'Ik veronderstel dat u het vanaf hier overneemt?' vroeg Bocoum, hoopvol maar net zo zeer ongerust het omgekeerde te horen te krijgen.
Karbalan knikte maar tegelijkertijd verdween ook de grijns van zijn gezicht.
'Dit wordt een helse operatie,' zei hij, op een toon die een onvermijdelijke oorlog leek aan te kondigen. 'Ons ganse volk zal alert moeten blijven, vanaf nu tot nog minstens een week nadat de opdracht is uitgevoerd. Je weet immers nooit met die schoften van de autoriteiten. Ze blinken net zo goed uit in het overtreden van alle regels dan in corruptie. En ons volk is al goed als vogelvrij, dus kan je je wel inbeelden dat er ons nog wat te wachten staat…'
Karbalans onrustwekkende woorden indachtig stelde Bocoum zich de vraag waarom de Regelaar deze mensen bij de ontsnapping van de jongedame had betrokken. Was die ontsnapping dan zo moeilijk te realiseren dat slechts de moerasduivels in staat waren ze te doen slagen, of was de Regelaar zo gewetenloos dat hij het zijn koude kleren niet raakte hen met deze opdracht in een mogelijk ongeluk te storten?
'Hoe dan ook, waarde vriend,' herpakte Karbalan zich, 'jij bent tot overmorgen onze gast. Het zou te opvallend zijn je al meteen terug te brengen. De smerissen, die ons hoe dan ook constant in de gaten houden, moeten ervan overtuigd zijn dat je een gast bent zoals een ander.'
Bocoum was sprakeloos. Het idee alleen al zich twee dagen in de stank van uitzichtloze armoede te moeten wentelen deed hem wanhopen. Sinds zijn kindertijd was hij er in geslaagd aan die stank te ontsnappen, was hij erin geslaagd zijn eigen behoeftigheid op een niveau te houden waaraan, mits wat meeval, te ontsnappen viel. Maar deze, stinkende armoede was van een ander kaliber: het was een onafwendbare armoede die je meenam van in de wieg tot in het graf, en Bocoum vreesde dat haar stank zich blijvend in zijn kleren, neusgaten, haren en huid zou nestelen indien hij zich niet gauw aan haar kon onttrekken.
'Dat is heel vriendelijk, maar ik heb nog een dringende afspraak,' loog hij daarom. 'Ik zou zo snel mogelijk terug naar huis moeten.'
Karbalan trok zijn wenkbrauwen op, deed een stapje achteruit en zei: 'Wat vreemd. Dat moet een misverstand zijn. Het is niet van de gewoonte van de Regelaar om niet alles tot in de puntjes te regelen. Nee, het spijt me, mijn vriend, maar ik kan onmogelijk uw verzoek inwilligen. Het zou zowel u als ons onnodig in gevaar kunnen brengen, en bovendien zou de Regelaar er alles behalve gelukkig mee zijn. Maar als het u een troost mag wezen: het is de bedoeling is dat u wordt ondergebracht bij Nora en die is, zonder onderdrijven, de allerbeste gastvrouw die mens zich dromen kan. Wat zeg ik? Die een MAN zich dromen kan!'

 

feedback van andere lezers

  • Wee
    Ja ja ... eerst zien, dan geloven!
    Als immer graag gelezen.
    xxx
    koyaanisqatsi: ;-)
  • joplin
    ben curieus
    xx
    koyaanisqatsi: ik ook... ;-)
Er zijn 5 bezoekers online, waarvan 0 leden: .