writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Verhaal geschreven door een Aap (51)

door koyaanisqatsi

We schrijven het jaar des Heren 1826. Op de vooravond van zijn veertiende verjaardag stapte Daniel de herberg binnen. Van zodra hij de drie mannen onder de trap in de gaten kreeg leek het alsof zijn hart in zijn keel klopte. Naar Gallimard moest hij niet uitkijken. Die was drie weken eerder gestorven, waarschijnlijk aan voedselvergiftiging.
Huguette, de dienstmeid, groette hem, louter uit beleefdheid en met nauwelijks verholen tegenzin. Toen de drie mannen in de gaten kregen dat Daniel op hen afkwam staakten ze hun gesprek en begonnen ze hem alle drie dreigend aan te kijken.
'Heren,' zei Daniel, terwijl hij ingehouden knikte.
'Wat moet het schoothondje van de mameluk?!' snauwde één van de mannen.
Daniel wees met zijn kin naar een vrije kruk naast de tafel en vroeg: 'Mag ik?'
De snauwende man gaf een toestemmende hoofdknik en wisselde een korte blik met zijn twee companen.
'Mag ik jullie wat te drinken aanbieden?' vroeg Daniel.
'We hebben nog drinken,' gromde de man. 'Wat moet je?'
Daniel had zich voorgenomen zijn keel niet te schrapen maar nu hij op het punt was aanbeland waarop geen terugkeer mogelijk was, deed hij het toch.
'Jullie moeten niet veel van Nazir hebben, is het niet?'
De snauwende man wisselde opnieuw een blik met de twee anderen en wachtte even alvorens te antwoorden: 'En als dat zo moest zijn, wat dan?'
Daniel ging even verzitten, begon over zijn hele lichaam te trillen, vreesde flauw te vallen, herpakte zich en zuchtte: 'Ik moet hem ook niet. Helemaal niet. Ergers zelfs, ik wil hem kwijt.'
De snauwende man keek hem recht in de ogen. Zijn heldere, blauwe ogen contrasteerden fel met zijn grove, door het leven getekende gelaat en zijn grijze, borstelige wenkbrauwen.
'Jij beseft toch wel wat je zegt, snotneus? Als zo meteen blijkt dat jij ons in één of andere val probeert te lokken, heeft je laatste uur geslagen.'
Daniel graaide haastig in zijn jaszak en haalde een goed gevulde beurs tevoorschijn.
'Dit is een voorschot,' hijgde hij, 'jullie ontvangen het dubbele als het karwei geklaard is.'
Hij schoof de beurs naar het midden van de tafel en aarzelde om ze los te laten, alsof hij daarmee Nazirs doodsvonnis zou bekrachtigen.
De drie mannen keken mekaar beurtelings aan. In hun ogen lag zowel vertwijfeling als de moordlust van een hongerig roofdier.
'Dat is veel geld voor een snotaap als jij. Hoe kom je eraan?'
Ik ben Nazirs vertrouweling, ik weet waar hij het geld bewaart.'
'Zo simpel?' vroeg de man wantrouwig.
Daniel knikte: 'Hij zal de kans niet krijgen het te merken, tenminste als jullie de opdracht goed uitvoeren.'
De man begon met zijn rechterhand langs zijn wangen en over zijn kin te wrijven. Daniel vroeg zich of de twee anderen soms hun tong verloren waren. Zelfs nu de snauwer geen aanstalten maakte om te spreken hielden ze koppig de lippen op mekaar.
Uiteindelijk graaide de snauwer de beurs van tafel en zei hij: 'Als je ons beduvelt zal je alle denkbare goden smeken nooit op deze wereld te zijn gezet, heb je dat begrepen?'
Daniel knikte. Vreemd genoeg boezemde dit dreigement hem niet het minste angst in.
'Wanneer denken jullie ermee klaar te zijn?' vroeg hij.
'Vanwaar zoveel ongeduld?' vroeg de man geamuseerd.
Daniel wist niet meteen wat te zeggen. Zijn ongeduld om Aurelie te bezitten dreef hem stilaan tot waanzin, maar het sprak vanzelf dat dit antwoord alleen maar op ongeloof, hoongelach of een combinatie van beide zou stuiten.
'Ik… Ik was het al zo lang van plan…' stamelde hij, 'en nu ik eindelijk het besluit heb genomen, wil ik er komaf mee maken…'
Tot Daniels ergernis begon de man opnieuw over zijn gezicht te wrijven. Hij knikte een paar keer nadenkend, schoof zijn stoel dichter naar de tafel, boog zich naar Daniel en zei: 'Het driedubbele van wat je zonet op tafel hebt gesmeten.'
'Akkoord,' antwoordde Daniel zonder aarzelen.
'Binnen precies dertig dagen sta je hier weer, met de centen. Zo niet, dan weten we je wel te vinden.'
Daniel veerde recht, knikte de mannen haastig gedag en liep zonder nog naar iets of iemand om te kijken naar buiten. Daar besteeg hij zo snel mogelijk zijn paard om nadien weg te galopperen tot hij in een bos verderop afsteeg om zijn maag leeg te kotsen.



 

feedback van andere lezers

  • Danvoieanne
    gglezen....
    koyaanisqatsi: dank alweer ;-)
  • greta
    Hier worden serieuze zaken gedaan.
    Brrrr. Een huurmoord.
    koyaanisqatsi: Dat hadden we nog niet gehad, vandaar...
  • joplin
    overmoedige idiote snotneus!
    driftig geschift
    xx
    koyaanisqatsi: :-) xx
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 9

Uitstekend: 4 stem(men), 80%
Goed: 1 stem(men), 20%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 5 stem(men)
Er zijn 4 bezoekers online, waarvan 0 leden: .