writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Verhaal geschreven door een Aap (60)

door koyaanisqatsi

Jean Godecharles ademde zwaar en was sterk vermagerd sinds Mehmed hem de laatste keer had bezocht. De weinige haren die hem nog restten kleefden op zijn benige schedel die klam was van het zweet.
'Hij heeft al enkele dagen koorts,' fluisterde de hospita. Haar niets dan zachtaardigheid uitstralende gelaat stond bezorgd omdat ze begreep dat hij stervende was.
Ondanks zijn toestand herkende Godecharles Mehmed meteen. Bij wijze van groet tilde hij moeizaam zijn rechterhand van het laken, waarna hij kreunde: 'Mehmed, mijn goede vriend.'
Mehmed glimlachte geforceerd en pakte Godecharles's hand vast.
'Ik laat u,' zei de hospita zacht.
'Ik heb een oude vriend meegebracht, Jean,' zei Mehmed.
Nazir knikte de stervende man gedag.
'Net op tijd om dit wrak de pijp te zien uitgaan,' zuchtte Godecharles.
'Je bent nog steeds bij ons,' zei Mehmed troostend.
Godecharles kuchtte en antwoordde: 'Alsof dat een goede zaak is voor de wereld…'
Mehmed keek naar Nazir en zei: 'Een onverbeterlijke cynicus…'
Godecharles verzocht zijn bezoekers te gaan zitten. Mehmed stelde Nazir voor, haalde kort hun gezamelijke geschiedenis aan, vertelde nog wat nieuwtjes en kwam uiteindelijk bij het verhaal van de opossums. Toen Godecharles dit laatste aanhoorde trokken zijn zware oogleden zich op en leken zijn ogen te ontwaken uit een diepe roes.
'Mijn God!' Zijn stem kraakte alsof er een loodzwaar gewicht op zijn keel drukte. 'Dan is het toch waar!'
Mehmed, onder de indruk van Godecharles', naar de omstandigheden, felle reactie, schoof naar het randje van zijn stoel en boog zich dichter naar de oude man, zodat deze zijn stem niet opnieuw hoefde te verheffen. Nazir volgde zijn voorbeeld.
Godecharles sloot de ogen en schudde het hoofd. Zijn geheugen had tijd nodig om de herinnering op te rakelen die hij met zijn bezoekers moest delen. Hij verzocht Mehmed hem wat water te geven, waarop deze hem hielp moeizaam een half glas leeg te drinken.
'Ik heb het maar van horen vertellen,' begon hij, zo goed mogelijk articulerend, 'en heb er nooit veel geloof aan gehecht, ook al huisden er in de wouden van de Noord-Amerika heel wat onverklaarbare verschijnselen. Ik ga jullie de details van de Slag om Quebec besparen maar op het einde, toen de stad op het punt stond te capituleren, waren enkele honderden Fransen ingesloten door de Britse troepen. Onder hen bevonden zich niet alleen infanteristen maar ook gewone burgers, licht bewapende mannen, vrouwen en kinderen, die naar alle kanten vluchtend in de armen van de Britten waren gelopen. Ze waren van plan tot de laatste man door te vechten toen een sjamaan van de Algonkin in hun midden verscheen. De Algonkin hadden jaren op goede voet met de Fransen geleefd, er werd handel gedreven en er was wederzijds respect, en voor de Algonkin leed het geen twijfel dat de expansiedrift van de Britten een einde zou maken aan dit duurzame, harmonieuze bestaan. De sjamaan vertelde de Fransen dat hij weliswaar hun leven niet kon redden maar hen wel een voortbestaan kon verzekeren als wapathemwa-mensen, opossummensen. De in het nauw gedreven Europeanen hadden geen tijd om over de betekenis hiervan te filosoferen. De meerderheid verklaarde zich na niet al te veel nadenken akkoord, een klein deel koos te sterven op het veld van eer. De sjamaan gaf diegenen die op zijn voorstel ingingen een snuifje, op zwarte peper lijkend poeder, dat ze moesten mengen met een minieme hoeveelheid water en in één slok opdrinken. Nadien beval hij hen zich op hun zij te leggen, de ogen te sluiten, hun tong uit te steken en geen vin meer te verroeren. Toen dat gebeurd was danste hij bezwerend om hen heen tot een kogel hem dodelijk in de borst trof. Enkele minuten later kwamen de Britten aangestormd en troffen ze, op de lijken van diegenen die weerstand hadden geboden en de sjamaan na, enkel een hoop dode opossums aan.
De veroveraars hadden tijd noch zin om zich vragen te stellen over dit merkwaardige verschijnsel en trokken verder de zwaar gehavende stad in. Toen pas enkele dagen later begonnen werd met het ruimen van puin, het bergen van lijken en het ophalen van de onfortuinlijken die nog min of meer in leven waren, was zo goed als iedereen de verdwenen opossumkadavers alweer vergeten. Eén Britse sergeant die zich de dood gewaande dieren herinnerde, kreeg van zijn superieur te horen dat een bende indianen hen waarschijnlijk had meegenomen.
'Mogelijk vreten die wilden die beesten op,' had de officier geopperd, en daarmee was voor de Britten de kous af.

 

feedback van andere lezers

  • greta
    Oh wat een bijzonder verhaal dit. Alsof je geschiedkundige research hebt gedaan, zo écht.
    Maar nee jij zuigt alles uit je twee duimen natuurlijk :)
    koyaanisqatsi: Helahola. De historische anekdoten zijn gebaseerd op feiten. In tegenstelling tot in zijn jeugdjaren, maakt deze jongen tegenwoordig zijn huiswerk. :-p
  • joplin
    knap
    xx
    koyaanisqatsi: thnks xx
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 9

Uitstekend: 4 stem(men), 80%
Goed: 1 stem(men), 20%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 5 stem(men)
Er zijn 4 bezoekers online, waarvan 0 leden: .