writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Dag, Bron en...opgedeelde versie 23

door katrijn

Kijk mama: zonder handen!

Dag zit op de leuning van een bank in het parkje, net voor de kerk. Zijn blote voeten staan op de bank en hij steunt met zijn ellebogen op zijn knien.
Ada, het meisje van de eerste dag, zit naast hem en klapt in haar handen telkens n van de jongens een stunt uithaalt met hun fietsen.
Van die kleine fietsjes met veren en springdingen. Dag weet er niet veel van. Bron daarentegen is volledig in zijn nopjes.
Hij heeft een fiets van Thomas en samen met vier anderen maakt hij van ieder obstakel in het park een hindernis. Om op te springen, over te springen, te balanceren.
Dag fluit en klapt mee met Ada.
'Moet jij niet eens?' Ada gluurt naar hem over haar brilglazen heen. Met een gebaar die meer een gewoonte is dan uit noodzaak duwt ze haar bril weer omhoog zodat ze er door kijkt. Dag kijkt even weg van de show.
'Nee, dank u.' Hij vindt het nog steeds vreemd dat deze mensen gewoon tegen hem praten, alsof hij al jaren bij hen op school zit. Ongemakkelijk kijkt hij naar zijn broer. Waarom moest ze nu net weer naast hem komen zitten? Ada glimlacht vaag als ze zijn ongemak opmerkt en kijkt weer voor zich.
'Je moet het maar zeggen h, woehoe, fantastisch Bart!' Ze veert overeind en danst enthousiast in het rond. Dag grijnst, de vrolijke stemming van het meisje is wel aanstekelijk. Hij mag haar wel.
Bron en Bart staan net te balanceren op de rand van een bankje, in opperste concentratie. Als ze eindelijk los laten lijken ze wel twee veldheren die een belangrijke slag gewonnen hadden.
'H, Dag, jij ook eens?' Bart komt naast hen tot stilstand en neemt een slok water. Zijn ogen blinken.
'Nee, euh, het is vriendelijk maar'
'Dag kan niet fietsten.' Bron flapt het eruit en slaat zijn hand dan voor zijn mond. ' Sorry broertje.' Bron leeft helemaal op nu het rennen en vluchten even aan de kant geschoven is. Dag gromt nijdig en Bron kijkt hem met een scheef lachje aan. Even is het stil.
'Pardon, wat hoorde ik daar?' Thomas smijt zijn fietsje op de grond en ploft op de bank. ' Meen je dat?' Verbaasd kijkt hij naar Dag. ' Kan jij echt niet fietsen?'
'Dank je, Bron, echt bedankt,' Dag voelt zich behoorlijk opgelaten en haalt verdedigend zijn schouders op. ' Ik heb het nooit geleerd en er was nooit geen tijd entja, het is er gewoon niet van gekomen. Nee, ik kan niet fietsten.'
'Maar Bron kan wel fietsten, en goed ook.'
'O, er is veel dat Bron kan en ik niet, geloof me.'
'Och, maak je niet kwaad, Dag,' Bron komt naast hem zitten en klopt op zijn knie. ' het is toch geen ramp.' Hij grijpt zijn fietsje en wenkt Thomas. Met een ongelovige blik in zijn ogen volgt Thomas zijn nieuwe vriend.
Dag blijft mokkend zitten.
'Ik kan het je leren,' Ada zit nog steeds naast hem. ' de jongens moeten het niet weten. Ik heb een oude, stevige fiets. Je bent lenig, niet bangik weet zeker dat je het snel onder de knie hebt.'
Dag voelt iets kriebelen in zijn buik. De manier waarop ze ' de jongens' zei. Ze waren er deel van.
'Echt? Denk je dat?' Ada glimlacht met zijn reactie en wipt van de bank. ' Vast en zeker. Heb je er goesting voor?'
De anderen merken niet eens dat ze weg zijn. Dag volgt Ada een beetje zenuwachtig naar haar huis. Haar moeder zwaait van achter het keukenraam.
De fiets staat in de garage. 'Kom, we gaan naar een straatje waar er geen auto's mogen rijden.' Ze wandelen elk aan een kant van de fiets. Dag ziet het helemaal zitten. Niet dat hij al jaren van droomde om te leren fietsten, eerlijk gezegd had hij er voordien eigenlijk nog niet aan gedacht. Hij wist niet eens waar Bron eigenlijk had leren fietsten. Maar nu het zover is, voelt hij zich helemaal vrolijk. Hij, Dag, zal leren fietsten!
Hij en de fiets, daar ter plekke tot Babette gedoopt, worden officieel aan elkaar voorgesteld en dan begint het zwoegen.
Dag geniet van iedere minuut. Van Ada die om de vijf minuten de slappe lach krijgt met zijn pogingen om in evenwicht te blijven, van de eerste maal dat hij rijdt terwijl Ada hem in evenwicht houdt door op het zitje mee te rijden.
'Je doet het!! Duwen Dag! Duwen!!'
Ada danst opgelaten in het rond als hij na een uur of twee voor het eerst alleen de straat af rijdt. Hij fietst!
Dag glimt van trots. Hij krijgt zijn lach niet van zijn gezicht als hij Babette draait en nu naar Ada toe fietst. Ze kijkt hem glunderend trots aan.
Dag staalt. Hij voelt het gewoon. Hij stopt net voor Ada en ze omhelst hem enthousiast.
'Je kan fietsen, Dag! Nu verleer je het nooit meer.' Dag grinnikt en maakt zich los. ' Echt?'
'Ja, fietsen is voor het leven. Eenmaal je het kan. O, ik ben zo trots op je!' Ze klapt verheugd in haar handen. Dag gloeit van pret.
Stalend kijkt hij naar de fiets. ' Wauw, ik kan fietsen. Ada, ik kan fietsten!' Ze doen een bescheiden rondedansje met deze overwinning waarbij Ada iedere keer 'woehoe' roept.
'Wel wel,wel kijk eens wie we hier hebben.' Achter hen klapt iemand traag in de handen.

 

Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 1

Uitstekend: 0 stem(men), 0%
Goed: 1 stem(men), 100%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 1 stem(men)
Er zijn bezoekers online, waarvan leden: .