writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Verhaal geschreven door een Aap (69)

door koyaanisqatsi

'Het spijt me echt, wapenbroeders. Maar ik had geen keus, geloof me.'
Loïc's stem trilde. Het zweet parelde van zijn voorhoofd waarin zich een hele reeks rimpels hadden genesteld, die er voordien niet hadden gezeten en die bewezen hoe gespannen hij wel was.
Mehmed en Nazir bleven hem zwijgend aanstaren, het beste middel om hem nog meer onder druk te zetten en zo snel mogelijk met de waarheid boven te komen.
'Er is van alles aan de gang, in dit land,' fluisterde de waard, terwijl hij schichtig om zich heen keek alsof hij overal spionnen vermoedde. 'Sinds de val van de Keizer weet je het gewoon niet meer. Het is één groot gekkenhuis. Kijk: mijn herberg moet het hebben van types die op een ander niet welkom zijn, dus ik ben wel het één en ander gewend. Maar gisteren verschenen er rond het middaguur twee mannen die ik hier nog niet eerder heb gezien. De ene leek op een oude indiaan, gekleed in een versleten Frans legeruniform van minstens veertig geleden, de andere was een Afrikaan die met een zwaar accent sprak. Ze bestelden allebei rum en eisten van Germaine dat ze mij aan hun tafel zou roepen. Nu laat ik me meestal niet commanderen, maar ik had meteen in de gaten dat ik met geen doorsnee stervelingen te maken had en dus ging ik maar op hun eis in. De Afrikaan verzocht me te gaan zitten en te luisteren naar zijn kompaan. De kerel zijn boodschap was kort en bondig: als er de volgende dagen iemand naar de Sjamaan zou vragen dan moest ik die persoon, of personen, wijsmaken dat de Sjamaan zich op de kermis bevond; zo niet dan stond me de hel op aarde te wachten. Nu, zoals ik al zei: ik ben wel wat gewend -en vergeet niet dat ik godverdomme Austerlitz heb overleefd- maar toen die indiaan me dreigend in het oog begon te kijken werd ik met iets geconfronteerd dat m'n haren ten berge deed rijzen. Het wit van zijn ogen werd van het ene ogenblik op het andere citroengeel terwijl zijn pupillen vuurrood kleurden en in het rond begonnen te draaien als brandende raderwerken. Voor de eerste keer in mijn leven prees ik me gelukkig nog maar één oog te hebben, want ik geloof nooit dat ik die aanblik met twee ogen had kunnen verdragen. Er ging een dreiging van uit die alle verbeelding tartte, alsof ik gewaarschuwd werd in geval van weigering in een verzengend vuur te belanden, waar ik folteringen zou ondergaan erger dan alles wat de hel zelf in petto heeft. Als betoverd garandeerde ik die kerel dat hij op me kon rekenen, waarop hij zonder enig teken van tevredenheid simultaan met de Afrikaan zijn rum achterover kieperde en opstapte zonder te betalen. Geloof me, wapenbroeders, ik wist niet waar ik het had. Gelukkig had de Sjamaan, die hier zijn vaste stek heeft, alles gezien en kwam hij meteen op me toe. Mijn eerste gedachte was te zwijgen als een graf maar ik ken de Sjamaan te goed om te weten dat je maar moeilijk iets voor hem kan verborgen houden. Ik vertelde hem alles, waarop hij enige tijd zweeg alvorens me gerust te stellen. Hij zei: "Doe gewoon wat die kerel gevraagd heeft en maak je voor de rest geen zorgen." Dat zou ik waarschijnlijk ook niet langer gedaan hebben, indien het lot geen wapenbroeders op me had afgestuurd.'
Loïc zuchtte en liet de schouders zakken. Mehmed gaf hem een tikje tegen de arm en zei, op geruststellende toon: 'We begrijpen je volkomen, mijn vriend. Ik kan me niet inbeelden dat ik, of mijn vriend hier, anders zou gehandeld hebben. Maar, de Sjamaan…'
'Die is hier,' zei de waard zonder aarzelen, 'zoals bijna altijd, eigenlijk.'
Nazir en Mehmed lieten hun ogen over de andere stamgasten gaan maar er was niemand waarin ze een sjamaan herkenden. De meeste klanten waren ruige volksmensen, de rest invalide oud-strijders en versleten straatmadelieven. Ze hadden echter niet in de gaten dat er achterin de herberg een smalle houten draaitrap naar een in het donker liggend, nauwelijks zichtbaar, smal balkon leidde, vanwaar ze al de ganse tijd in het oog werden gehouden.

EN DE BESTE WENSEN AAN ALLE TROUWE LEZERTJES

 

feedback van andere lezers

  • Wee
    Je wentelt net als de trap in dit stukje!
    Ben erg benieuwd naar de echte Sjamaan ...
    (R.17: 'wat' ipv 'want'?)
    Beste wensen voor jou!
    x
    koyaanisqatsi: bedankt!! xx
  • greta
    Dankje voor je wensen K.

    De mysterieuze sjamaan, waar is hij, of is het afleiding voor een ander onheil?

    koyaanisqatsi: (K. neemt hoedje af en maakt lichte buiging)
  • joplin
    we slalommen mee
    xx
    koyaanisqatsi: jihaa... ;-) xx
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 10

Uitstekend: 5 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 5 stem(men)
Er zijn 7 bezoekers online, waarvan 0 leden: .