writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Dag, Bron en...de aanhouder wint!!

door katrijn

'Ik wel.' En ze kijkt hem zo warm aan dat Dag zijn lepel neerlegt. ' Ik had je moeten herkennen toen je de deur binnenkwam maar toen zag je'
'Niet echt op mijn best uit, nee, naar het schijnt. Ik heb het ook maar van horen zeggen.' Dag klinkt korter dan hij wil. Hij weet niets meer van die dag en wil dat zo houden. Hij weet alleen dat deze mensen stonden te kijken en dat niemand een vinger uitstak. En dat wil hij nu niet ter sprake brengen.
'Hanna, lieverd, misschien wil Dag daar niet direct aan herinnerd worden.' Yannick kijkt naar Dag en hij slaat zijn ogen neer.
'Het spijt me, ik wilde niet grof worden.'
'O lieverd, dat hoef je niet te spijten. Ik mocht er niet ver begonnen zijn. Ik kan me wel voorstellen dat je daar niet aan wilt terugdenken. Kom, neem nog een beetje eend, je ziet wat bleek.'

Waarin katers en wolvinnen oude vriendschapsbanden aansterken.

Dag wordt wakker in een vreemd bed met een heel erg bekend gevoel. Zijn hoofd bonkt genadeloos tegen zijn schedel, zijn maag draait en hij heeft een droge mond. Prachtig, gisteravond was net iets te leuk.
'Bron?' Dag opent zijn ogen en probeert iets te zien. Hij heeft hard spijt van al dat goede bier, kruipt wiebelig uit het bed en vindt net op tijd de weg naar de nachtemmer om zijn maag te legen. Als hij zich al zo mottig voelt, dan moet Bron aan de rand van waanzin bungelen. Want Dag is de gematigde drinker van hun twee. Hij herinnert zich vaag nog enkele andere ochtenden waarin ze in deze toestand wakker geworden zijn, allebei compleet van de wereld. Dit gaat meestal samen met de eed dat ze ' nooit, nooit of te nimmer nog alcohol zouden drinken. De enige eed die ze vrolijk schonden. Dag veegt zijn mond af en blijft hijgend zitten tot zijn maag gekalmeerd is.
Lap.
Als hij min of meer helder ziet, merkt hij op dat hij in een kamer is die hij niet herkent. Er staat maar 1 bed. Shit, is hij met iemand mee gegaan?
Hij denkt na maar kan zich in de verste verte niets herinneren, behalve een donkere kroeg, de geur van bier en mannen die zijn beker steeds opnieuw bijvullen.
'Bron?' Dag veert overeind, negeert zijn draaiende maag en kijkt wild rond. Hij vindt zijn broek, wurmt zich er met de nodige moeite in en doet de deur open. Een huis dat hij niet herkent.
Wat is er gisteren gebeurd?
Hij graaft in zijn brein, op zoek naar een antwoord, maar vindt er niets zinnigs. Waar is hij in hemelsnaam zo dronken geworden? En met wie, als het niet met Bron was?
'Dag, ben je wakker?' Dag verstijft op de trap. Het is een stem die hij niet kan plaatsen maar iemand kent zijn naam. Hij gaat behoedzaam naar beneden.
Er zit een hele tafel vol naar hem te staren. Kinderen en een koppel. Dag gaapt hen aan en n van de kleintjes begint te giechelen.
'Dag?'
'Ok, ik droom.' Dag strompelt naar de enige vrije stoel en gaat met een plof zitten. Man en vrouw kijken elkaar aan.
'Waarom denk je dat je droomt?' Dag haalt zijn schouders op. Hij probeert te denken maar gisteren is n wazige vlek. Een biervlek.
'Waar is Bron? Hebben jullie mijn broer gezien?' Als hij hier terecht is gekomen kan dat alleen maar zijn omdat hij alleen naar huis is gegaan en halverwege de weg ineen gestuikt is. Gnant, dat wel.
'Is hij bij Ada?' Misschien was Ada ook bij de drinkpartij geweest. Misschien hadden ze iets te vieren. Verloving? Thomas die geslaagd was voor zijn rijexamen? Dag weet het echt niet meer.
'Euh, Dagjouw broer is hier niet. Nooit geweest.' De man neemt een snee brood en doet en jam op. ' Is er iets?' Dag staart hem aan.
Er is iets mis.
Iets heel erg mis. Hij kijkt het huis rond. Dit is zeker niet Vijfwegen. Hij kent iedereen in Vijfwegen en deze mensen horen daar niet bij.
'Waar ben ik?' Dat is de hamvraag.
'Ok, jongen, jij hebt gisteren duidelijk net iets te veel gedronken.' De man lacht en klopt hem op zijn rug. Dag verslikt zich bijna.
'Duidelijk.' Hij kijkt de man aan, ' maar wat bedoelde je met 'Jouw broer is hier niet.' Waar is hij dan?' Hij probeert de paniek te onderdrukken.
Ergens keert het terug.
Hij is met zijn stomme kop naar Huis gegaan.
Ada, hij wilde Ada vinden.
O, man, dit was zo verkeerd. Zo verkeerd. Dag staart verbijstert naar de gezichten rondom hem.
'Ik ben terug,' hij kijkt naar de man, die hem ongerust bestudeert, ' ik ben terug.' Ontzet laat hij het doordringen. Waarom heeft Bron hem niet tegengehouden?
De ruzie keert in flarden terug. Dag kan met moeite geloven dat hij zo stom is geweest. God, Bron zal ziek zijn van ongerustheid, hij moet naar huis. Zijn huis, Vijfwegen.
'Dag, misschien moet je nog een beetje slapen. Al dat bier is duidelijk nog niet uit je lijf. Kruip weer in bed en slaap nog een paar uurtjes. Niet iedereen kan tegen ons bier, het is geen schande.'
Dag schuift zijn stoel achteruit en rent naar buiten. Er zijn mensen buiten. En die begroeten hem allemaal.
'Ha, Dag!'
'Al wakker, Dag.'
'Thuisgeraakt Dag?'
Hij kijkt onthutst naar de vriendelijke gezichten. Iedereen kent hem, iedereen herkent hem.
Hij schudt ongelovig zijn hoofd en woelt door zijn haar.
En nu?
Wat was zijn volgende briljante zet, behalve dronken worden in een dorp ergens aan de grens van het rijk?
Hij schopt nijdig tegen een steentje en het arme ding kaatst weg tegen een overdekte kooi. Achter het doek klinkt er een humeurige grom.
Oeps.
Dag gluurt nieuwsgierig naar de kooi. Ze is groot genoeg voor een wild dier. Misschien wel een echte leeuw. Hij heeft nog nooit een leeuw gezien. Hij schuifelt onopgemerkt dichterbij en heft het doek een beetje op. Een laag, dreigend gegrom waarschuwt hem vooral niet verder te doen.
Dag is nieuwsgierig.
En leergierig. Hij vergeet zijn netelige toestand even.
'H, Dag, niet doen!' iemand komt aangelopen, met zwaaiende armen. Maar te laat. Dag gluurt in de kooi.
Twee donkerbruine ogen staren hem aan. In een door de zon gebruind gezicht. Onder een bos warrige, bruine haren.
Hoewel de helft van het gezicht op ruwe wijze blauw is geschilderd, herkent Dag het gezicht.
Het heeft iets vertrouwds.
Woudmensen.
Noorderlingen.
De bruine ogen nemen hem nieuwsgierig op en het gezicht splijt open in een stralende lach.
'Hallo,' mompelt Dag tegen het meisje in de kooi. ' Pech gehad?'
Ze glimlacht.
'Hallo Dag, lang geleden, is het niet?' Dag grijnst. Hij krijgt het helemaal warm en voelt zich direct een heel stuk vrolijker.
'Niet lang genoeg, Aix, niet lang genoeg.' Hij frunnikt aan de kooi en doet de deur open. Mensen deinzen achteruit maar het meisje heeft geen oog voor hen.
Ze is kleiner dan Dag.
Maar even stevig en gespierd.
Ze is helemaal naakt, op de blauwe stamtatoeages na en de kralen en pluimen in haar lange, samengeklitte haren. Ze draagt drie enkelbanden, om haar pols een afgebleekt festivalbandje en een dun koordje rond haar heupen. Dags hart trekt even samen, maar het meisje is duidelijk niet onder de indruk van haar benarde situatie. Alsof ze iedere dag uit een kooi komt gekropen.
Ze delen dezelfde wilde uitstraling, hoewel die van Dag goed bijgeschaafd is en begraven is onder opvoeding en charme.
Dag trekt zijn hemd uit en legt het bezitterig om haar schouders.
'Aanhouden, je trekt aandacht.' Ze snuift minachtend maar doet wat hij zegt. Met een geconcentreerd fronsje doet ze de knoopjes dicht.
'Dag?' Yannick staart hem van uit zijn huis aan. Het geschilderde meisje grauwt geschrokken en Dag draait met zijn ogen.
'Wat heeft dat te betekenen?' Dag kan met zijn vreugde geen blijf. Aix is zijn nestzuster, het wilde heksje zoals Bron haar noemt en voor zover Dag weet de belangrijkste reden waarom hij terugkeert.

 

feedback van andere lezers

  • doolhoofd
    Ik snap het niet goed. Enerzijds speelt het zich af in het heden (festivalbandje, rijbewijs), en anderzijds in een soort nabije middeleeuwen?

    Paar schrijffouten hier en daar, maar details, niets ernstigs.

    Weinig reactie... Mss zit je op de verkeerde site? Heb je http://www.schrijvenonline.org/proeflezen al eens geprobeerd? Ik kreeg daar een zeer warm onthaal.
    Wel de regels volgen, duidelijk schrijven wat je van de proeflezer wil weten.
    katrijn: Ik ga daar eens spieken. Sorry voor de fouten. Ik heb een hekel aan fouten maar ik lees daar over als het op scherm is. Tedju toch.
    En het speelt zich af, een beetje hier en gewoon ergens anders, op zo'n plek waar alles kan en ik dus geen regels moeten volgen :) Ons Dagje komt van daar. Ooit op een godverlaten plek gestaan in Ierland. Mistig en creepy. De sfeer was ronduit magisch en bijna geloofde ik alle verhalen over wisselkinderen, kabouters en andere legendes. ( ik was ook heel snel weer die berg af). Van zo'n plek komt Dag :)
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 3

Uitstekend: 1 stem(men), 50%
Goed: 1 stem(men), 50%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 2 stem(men)
Er zijn bezoekers online, waarvan leden: .