writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

TASAWWUF 15

door koyaanisqatsi

'Wat is dat blauwe licht, Meester Mahmoed?' vroeg Negar.
'Dat is het Paleis van de Liefde,' antwoordde de Meester.
Negar en Nessim keken mekaar aan. Ze ervoeren hetzelfde gevoel als toen het Paleis van de Verrijking werd geopenbaard en konden niet wachten om deze nieuwe ontdekking van dichtbij te aanschouwen.
'Waar wachten we nog op?' vroeg Negar, terwijl ze Nessim bij de arm pakte en meetrok.
'Vanwaar die haast?' vroeg Meester Mahmoed.
'Misschien is het Paleis zo meteen weer verdwenen, Meester, net zoals het Paleis van de Verrijking!'
Op hun beurt wisselden Meester Mahmoed en Leila een blik van verstandhouding. Ze lieten de jongelui lopen, die zich de zandduin op haasten, en gingen zelf op hun eigen tempo verder. Toen Negar en Nessim de top van de duin hadden bereikt bleven ze als aan de grond genageld staan en ze hadden nog amper bewogen toen de Meester en Leila hen hadden ingehaald. Voor hen lag een enorme vlakte, half woestijn, half savanne, met in de verte de bron van het blauwachtige lichtschijnsel: een paleis, badend in een zodanig schitterend licht dat de contouren ervan nauwelijks te onderscheiden vielen.
'Nog zo ver, Meester Mahmoed,' zuchtte Negar ontmoedigd
'Waarom wanhoop je, Negar? Als je voorbestemd bent om het Paleis te bezoeken, zal dat op zijn tijd gebeuren.'
Negar haalde de schouders op, zuchtte en zei: 'Maar dat haal ik niet meer vandaag. Ik ben moe en wil slapen.'
'Maar zo net wilde je het Paleis van de Liefde nog zo snel mogelijk zien. Zou je daar dan op de gepaste tijd zijn aangekomen, als je moe en slaperig bent?'
'Waarschijnlijk niet,' zei Negar, 'maar hier is ook nergens plaats om te rusten.'
'Kom,' zei Meester Mahmoed en hij begon voorzichtig de duin af te dalen.
Leila liet Negar en Nessim, die hun ogen niet van de schittering konden afhouden, voorgaan.
'Zouden zich engelen in het paleis bevinden?' vroeg Negar aan Leila.
'Heb je dan nog nooit engelen ontmoet?
'Nee, waar zou dat ook? En hoe zou ik ze moeten herkennen?'
'Toen ik mijn tocht pas begonnen was,' zei Leila, 'kwam ik op een avond aan in een grote stad. Ik had het adres van een Meester gekregen, waar ik onderdak kon krijgen voor de nacht, maar algauw bleek dat ik me helemaal aan de andere kant van de stad bevond. Iedere taxichauffeur die ik tegenhield weigerde me zo ver te brengen en dus bleef ik plompverloren achter in de immense drukte van het busstation waar ik was uitgestapt. Tot er een man op me toestapte die me vroeg waar ik heen wilde. Een jonge krantenverkoper had me in de gaten gehouden en de man, die een agent in burger bleek te zijn, verwittigd. De agent hield een taxi aan en gebood de chauffeur in strenge bewoordingen me via de kortst mogelijke weg naar mijn bestemming te brengen. Een klein uur later stond ik aan de deur van de Meester. De krantenverkoper, Negar, was een engel; een volstrekt vreemde die uit het niets kwam opgedoken en me, door de agent te verwittigen, uit de nood hielp.'
Negar herinnerde zich een soortgelijke ervaring.
Ze was nog een kind en werd op weg van school naar huis achternagezeten door een stelletje bullebakken. Precies toen ze op het punt stonden haar in te sluiten kwam een kranige jongeman, die aan de overkant van de straat bezig was met tegels van een wagen te laden, haar ter hulp. Hij pakte de bullebakken één voor één bij de oren en dreigde er mee hen een onvergetelijk pak rammel te verkopen als ze niet meteen ophoepelden. De lafaards zetten het zonder de minste aarzeling op een lopen waarna de jongeman vriendelijk naar Negar glimlachte. Vervolgens stak hij zonder nog een woord te zeggen opnieuw de straat over om zijn karwei te hervatten. Negar herinnerde zich dat ze hem, ondanks zijn sjofele kleren die helemaal onder het stof en steengruis zaten, had beschouwd als een prins met wie ze ooit zou trouwen. En nu ze er zo aan terugdacht kon ze er niet omheen dat Nessim haar aan deze tegellegger, deze engel, deed denken.

 

feedback van andere lezers

  • doolhoofd
    Wat zou het mooi zijn mochten er voor alle levende wezens engelen bestaan. Helaas, het geluk is niet voor iedereen weggelegd. Vandaar waarschijnlijk de uitdrukking "the lucky few..."
    koyaanisqatsi: Inderdaad. De factor geluk is een schromelijk onderschat aspect van het leven.
  • greta
    Een romantische verhaallijn ingezet. Leuk.
    Je schrijverij is oneindig veelzijdig.

    koyaanisqatsi: ;-)
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 4

Uitstekend: 2 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 2 stem(men)
Er zijn 4 bezoekers online, waarvan 0 leden: .