writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

ONDER SATRAPEN (38)

door koyaanisqatsi

HOOFDSTUK 38 (Waarin Busgy opnieuw gestoord wordt in zijn nachtrust)

De koffie die Barman Bugsy had voorgeschoteld was verrukkelijk. Opgetogen met het compliment had Barman Bugsy op een tweede en derde kop getrakteerd en er vervolgens voor gezorgd dat hij een lekkere maaltijd kreeg voorgeschoteld.
Bugsy had nadien nog geruime tijd met zijn weldoener zitten praten, vooral over zijn werk, wat Barman klaarblijkelijk fascineerde.
'Het moet wat zijn,' had deze laatste zich op zeker ogenblik met ontzag laten ontvallen, 'zowat de hele wereld kunnen afreizen. Formidabel.'
Bugsy had de nadelen van zijn werk voor zich gehouden. De vele uren van leegte die zich als vervelende intermezzo's opdrongen, de onvoorziene obstakels en gewijzigde plannen die uit hemel kwamen vallen, de steeds weerkerende zoektochten naar fatsoenlijke slaap- en eetgelegenheden, het sporadisch voorkomende gebrek aan medewerking van klanten, de lijst was lang maar hij wilde niet de indruk wekken niet tevreden te zijn met zijn lot, in de eerste plaats omdat dat ook niet het geval was.
Pas toen hij uiteindelijk besloot terug naar zijn kamer te gaan, werd hij zich ervan bewust de tijd te hebben vergeten. Er waren nog enkele satraapachtige figuren aanwezig maar de man met de krant en de pianist waren alweer verdwenen.
'Spoedig loopt het hier helemaal leeg,' had Barman nog opgemerkt, waarna hij Bugsy een goede nachtrust had gewenst.
Daar kwam jammer genoeg weinig van in huis. Midden in de nacht werd hij gewekt door luidruchtige stemmen uit een aanpalende kamer.
'Wooow, wat een mooi rond gaatje! Wat een mooi rond gaatje!' riep een doffe mannenstem. 'Daar gaat hij zo meteen in, in dat kakkertje van je!
'Oh nee, Suikerpappie, alsjeblief!' gilde een meisje daarop. 'Niet in mijn kakkertje, ik smeek u: overal, maar niet in mijn kakkertje!'
'Oh, toch wel, popje. Zo'n schitterend sterretje kan ik niet aan me laten voorbijgaan; er kan gewoon geen sprake van zijn om dat prachtige holletje onbesmeurd te laten vannacht! Oh nee, zo meteen gaat hij er in!'
'Nee, Suikerpappie, alsjeblief! Ik smeek het u, nogmaals!'
'Hier komt hij!'
'Nee! Suikerpappieeeeeeeeeeeeeeeeee!'
'Nu is het genoeg!' riep Bugsy terwijl hij uit bed veerde.
Trillend van razernij trok hij zijn broek aan waarna hij naar buiten stormde en zijn rechtervuist herhaalde keren op de deur van de aanpalende kamer plantte.
'Doe open, schoft, voor ik je naar buiten sleur!' brulde hij.
Daarop viel er ijzingwekkende stilte. Bugsy voelde zijn hart in zijn keel kloppen en balde zijn vuisten, klaar om de man die zich aan het meisje wilde vergrijpen te bewerken of, in het geval deze een beer van een vent moest zijn, zich met hand en tand te verdedigen.
Maar toen de deur open ging verscheen er slechts het verontruste gezicht van een gemaskerd meisje.
'Meneer?'
'Is alles goed met u?' vroeg Bugsy, naar adem happend.
'Natuurlijk is alles goed met me,' antwoordde het meisje verbaasd. 'Waarom zou alles niet goed met me zijn?'
'Neem me niet kwalijk,' slikte Bugsy, 'maar uit wat ik opving uit mijn kamer hiernaast is dat verre van het geval. Die schoft daar binnen wilde u… Wilde u…'
'Wij spelen slechts een spelletje,' zei het meisje.
Bugsy moest even naar zijn woorden zoeken en probeerde ondertussen een glimp op te vangen van wat zich achter de op een brede kier staande deur afspeelde. Hij zag echter niets dan de rand van een bed en omgewoelde lakens en stamelde: 'Bent u daar zeker van?'
'Natuurlijk,' zei het meisje, dat het duidelijk moeilijk kreeg om beleefd te blijven.
Toen stak een spichtige, satraapachtig type zijn kale hoofd naar buiten en snauwde: 'Wat doet u hier? U zou hier niet mogen zijn. Mijn confrater had dat toch geregeld, of niet?'
'Ik weet niet waar u het over hebt,' zei Bugsy, 'maar kan u wel zeggen dat uw gedrag onaanvaardbaar is.'
'Uw bemoeizucht, meneer, die is in feite onaanvaardbaar,' beet de man terug.
'Bemoeizucht?' grinnikte Bugsy, 'mijn recht op nachtrust opeisen, bemoeizucht... U houdt er blijkbaar vreemde normen op na.'
De man leek even na te denken, gaf het meisje met een hoofdgebaar te kennen dat ze terug naar de slaapkamer kon gaan en zei: 'Natuurlijk hebt u recht op uw nachtrust, maar u zou hier niet meer mogen zijn; dat was toch geregeld?'
'Nogmaals,' zuchtte Bugsy, 'ik weet niet wat u bedoelt. Ik logeer hier omdat ik aan de overkant…'
'Mijn confrater zou dit geregeld hebben,' onderbrak de man, 'nadat ook hij door u in verlegenheid was gebracht.'
Het begon Bugsy te dagen hoe de vork in de steel zat. Met zijn confrater bedoelde de man de kerel die hem de vorige nacht uit zijn slaap had gehouden.
'Ik denk te weten wie u bedoelt,' zei Bugsy, 'maar wat mij betreft is er niets geregeld. Ik zou trouwens niet weten wat er te regelen valt.'
'Dat laatste lijkt me nochtans duidelijk. Deze club dient niet om mensen zoals u logies te verschaffen; ze heeft andere doeleinden. Ze dient om heren zoals mijn confrater en ik, heren die verantwoordelijkheden dragen van een omvang die u zich niet eens kan voorstellen, de gelegenheid te geven hun zinnen te verzetten.'
'U bedoelt satrapen?' vroeg Bugsy, gepikeerd omwille van de minachtende toon die de man aansloeg.
'Satrapen!? Satrapen?!' reageerde de man geschokt. 'Wie heeft u op dat idee gebracht?!'
Bugsy was niet van de plan de vrouw die hem van het bestaan van de satrapen op de hoogte had gebracht te verraden. De reactie van de kerel liet duidelijk verstaan dat hij zich ontmaskerd zag en niet zou aarzelen om de persoon die daarvoor verantwoordelijk was aan te pakken van zodra hij daar de kans toe kreeg.
Bugsy moest aan de nachtmerrie denken waarin de vrouw een vreselijk lot was beschoren en zag in deze herinnering een profetische waarschuwing.
'Iedereen weet toch dat de satrapen aan de touwtjes trekken, overal en altijd,' antwoordde hij.
'Is dat zo?' vroeg de man, verre van overtuigd van Bugsy's antwoord.
'Hoe anders zou een gewone sterveling als ik dat weten?'
'Suikerpappie, kom je nog?' klonk het plots vanuit de slaapkamer.
Weer leek de man even na te denken. Toen blies hij door zijn neus en zei: 'Hoewel ik bij mijn standpunt blijft dat u hier niet meer had mogen zijn, vraag ik het ons niet kwalijk te nemen dat we u gewekt hebben. We zullen het voor de rest van de nacht kalm aan doen, maar ik kan u voor de rest wel verzekeren dat dit de laatste keer was dat u mij, of één van mijn confraters, in verlegenheid hebt gebracht. Daar zal ik, pérsoonlijk, morgenochtend voor zorgen.'
'U doet maar,' bromde Bugsy, 'zo lang u het voor de rest van de nacht maar fatsoenlijk houdt.'
'Of ik het fatsoenlijk hou zijn uw zaken niet, maar slapen zal u wel,' zei de man, waarna hij de deur dicht duwde en Bugsy zich terug naar zijn kamer begaf.

 

feedback van andere lezers

  • ivo
    schitterend - het is net of ik naast Bugsy sta mee te kijken.
    koyaanisqatsi: ;-)
  • doolhoofd
    Oral sex makes your day, anal sex makes your hole weak!
    koyaanisqatsi: Weer eentje om te onthouden... ;-)
  • greta
    Zozo, heel heftig.
    "Suikerpappie" .. bah wat een benaming. Om van de handelingen maar niet te spreken.
    Ik had net als Ivo het gevoel om voor die deur te staan. Zo is lezen 'beleven'.
    koyaanisqatsi: "Sugar Daddy" is een uitdrukking zou oud als de straat...
    En ja, er lopen nu eenmaal van die viespeuken rond... :-p
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 6

Uitstekend: 3 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 3 stem(men)
Er zijn 4 bezoekers online, waarvan 0 leden: .