writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Canagirca

door warket

Maandag 28 april 2014

Het huis waar we vier dagen gaan logeren ligt in een met naaldbomen bebost gebied. De eigenaar heeft de huissleutel onder de deurmat gelegd zodat we vroeger binnen kunnen dan voorzien. Het is vijftien uur. Op de verdieping bevinden zich drie tweepersoons slaapkamers, een toilet en twee badkamers. Beneden is er ook een toilet. De keuken, eetplaats en zitplaats vormen n ruim geheel. Er is ook aan een kinderhoekje voor Lus gedacht. Tegen de achterzijde van het huis is een houten vlonderterras dat toegankelijk is langs een schuifdeur in de zithoek. Daarachter ligt een hellende grasvlakte tussen de bomen die langs beide zijden van het huis naar beneden loopt. Het motregent zachtjes. Terwijl L onze spullen uit de valieskoffer haalt, vouw ik een parasol, die ik in het berghok gevonden heb, open op het terras. De kinderen komen in de vooravond. Tegen dan maak ik spaghetti klaar. Inkopen hebben we al onderweg gedaan.

Koken op een elektrische kookplaat heb ik nog nooit gedaan. Touchscreen bediening met cryptische symbolen. Volautomatisch, halfautomatisch, manueel, net zoals bij een digitaal fotoapparaat. Gelukkig is er een handleiding bij.
Rond twintig uur zit iedereen aan tafel. Lus is boven net in slaap gevallen. De spaghetti is te plakkerig. Doe er wat olijfolie bij, raadt L me aan.
Na het eten drink ik met twee zonen bier op het terras. We filosoferen over politiek, het heelal, bewustzijn en het eventuele eindige van oneindigheid. Elk bewustzijn schept vrijheid. Daar geloof ik in. Geen een van ons gelooft in God. Voor het slapen gaan kijken we naar een film over Lus.

Dinsdag 29 april 2014

Ik ben als laatste opgestaan. De ontbijttafel is gedekt. B bakt spiegelei. 'Jam jam.' zegt Lus. Eten en drinken. Een goedkope vliegtuigreis hier vandaan, in Yarmouk, een Palestijns vluchtelingenkamp nabij Damascus, proberen mensen te overleven op kruiden uit de berm en cactussen. Het kamp wordt belegerd door Syrische militairen. Toegang wordt aan de VN-hulpverleners ontzegd. Maar peuters eten geen cactus. Die hebben melk nodig, en melk is er niet.
Ik rook buiten mijn tweede sigaret. In de asbak liggen vijf zelfgedraaide en vijf gewone peuken van gisteren. De zelfgedraaide zijn van mij, de gewone van B. We hebben beiden evenveel gerookt. Ik rook al vijfenveertig jaar. Het begon stiekem in het atelier van mijn vader. Zijn tabak stak hij altijd in een blauwe schrijnwerkersjas die aan de muur hing. Ik had een pijp gekocht. Die eerste keer werd ik er doodmisselijk van. Ondertussen heb ik een tabakveld opgerookt.
De zeven lege bierflesjes zet ik opzij. Ik dacht dat we meer gedronken hadden onder ons drie.
Vier dagen hypermoderne luxe proeven, zo overdreven modern dat het ingewikkeld wordt. Een huis waar je de seizoenen niet voelt wisselen. De bediening van de massagedouche is al even ingewikkeld als de kookplaat. Drie kranen en opnieuw een touchscreen. Wanneer er eindelijk warm water uit de bovenste sproeikop komt, zet ik me neer op het stoeltje en pruts aan alle toetsen, tot een snerpend koude waterstroom mijn rug haast in tween splijt. S zou achteraf ook in moeilijkheden geraken. Hij kreeg de douche niet gestopt. De gebruiksaanwijzing is onduidelijk.

Buiten blijft het droog. Lus doet haar voormiddagdut. Straks krijgt ze spaghetti. De saus had ik gisteren zonder pikant voor haar apart gehouden. Daarna gaan we te voet naar het dorp.
Ik lees 'De spoorzoeker' van Kamiel. Op de eerste bladzijde na de omslag, bij de presentatie van zijn laatste boek net voor zijn dood zes jaar geleden gepubliceerd, signeerde hij: 'Voor Eddie, die helemaal hier naartoe is komen fietsen. Van ganser harte. Kamiel, Brussel 1 april 2008.' Hij schreef mijn voornaam correct. Ik heb het nooit gelezen. Nu adem ik het in als zuivere lucht.

Lus speelt in het gras. Ze had bij een verschoning op haar slaapzakje geplast. Nu hangt het aan de reling te drogen. Haar vader komt er af en toe aan ruiken. Waarom hij dat doet blijft me een raadsel. Waarom hij dat doet vraag ik hem niet. B ligt in de tuinzetel. L is boodschappen gaan doen. Vanavond eten we vis met prei en patatten uit Cyprus. Cooper heeft dorst.
Het weer valt mee.
Neen.
Ze hadden regen voorspeld en het regent niet.
Die komt nog. Het is te fris. Ook binnen.
Vanmorgen had ik aan de thermostaat geprutst. Dat doe ik nu opnieuw om de temperatuur naar hoger te knoeien. Inderdaad, buiten zucht een lauw frisse bries. Tijd voor bubbels. Ondertussen leg ik met een camera het heden vast in een verleden, ook met dit schrijven waarmee het bewaren lang geleden begon, om er achteraf zachtjes over te praten met overlevenden.
'De oranje gloed van lijsterbessen, wat late rozen, de warme tinten van de verrotting.' Zo beschreef Kamiel de herfst, en op bladzijde 53 schrijft hij nog: 'Het opschrijven is iets ten dode opschrijven, alle leven is eruit weggevloeid. De ervaring is gestold in woorden en kan nu worden bijgezet.'

21u25: Schoenmaat 38 staat nog buiten. Geen zweetgeur aan de binnenkant. Gore-Tex made in Vietnam. Ik zet ze onder de parasol want vannacht kan het regenen. Daarna ga ik als eerste slapen, ook al is het gezellig bij elkaar aan tafel.

Woensdag 30 april 2014

5u45: Lus en A zijn een uur eerder opgestaan. Ik ga met een kop koffie buiten zitten. Lus wil mee, maar het is voor haar nog te fris. In deze atmosfeer lees ik een gedicht van Brecht:

Van het verdronken meisje

Toen zij verdronken was en zachtjes afdreef
Van beek naar stroom en groter water,Toen lichtte het opaal van de hemel zo donker op,
Alsof het lijk gesust moest worden.

Wier en algen klampten zich aan haar vast
Zodat ze alsmaar dieper zonk.
Koel zwommen vissen om haar heen,
Bezwaarden nog haar laatste reis.

's Avonds werd de hemel donker als rook
En hielden de sterren het licht in beraad.
Dan kwam de ochtend weer, opdat ook
Zij nog dag en nacht zou kennen.

Toen haar bleke lichaam in het water was vergaan
Gebeurde het (zeer langzaam) dat God haar vergat,
Eerst haar gezicht, dan de handen en pas helemaal
Op het laatst haar haar

Dan werd ze aas in het water tussen aas.

9u45: A en Lus slapen een gemiste nachtrust. B, S en E zijn naar de markt in Barvaux. Cooper wacht hijgend in onrust op hun terugkeer. Een hond met verlatingsangst die je hier nooit alleen mag laten. In de tuin liggen gekliefde houtblokken waarmee we de kachel niet aansteken vanwege Lus. Drie onbewoonde vogelnesthokjes, vier ligstoelen, een klimrek, een schommel en een glijbaan. Het gras staat te hoog om de ochtenddrollen van Cooper te zien. Wat reist de hele wereld af en blijft altijd in een hoekje zitten? Een postzegel.

18u50 min vijf is 18u45. De digitale klok van mijn mobiel loopt vijf minuten voor. In feite geeft ze 17u50 aan, het winteruur. Ik ben het gewoon om elke zomer een uur bij te tellen. Plus zestig min vijf. Zo speel ik met de tijd als een rekenmachine.
De dampen in de keuken porren mijn eetlust aan. Er wordt nog wat gediscussieerd in het salon. Ik heb de tafel gedekt. De asbak buiten wordt niet leeg gemaakt. Ik wil voor het slapen gaan weten hoeveel sigaretten hij en ik vandaag rookten. Het wordt avond drie en morgen dag vier. Sinds vandaag kan lus 'mm' en 'omi' zeggen. Mij noemt ze nog steeds'mama'. Ik ben de oudste hier. Ik prijs mijn jaren niet, ik draag ze.


Donderdag 1 mei 2014

De ochtend is uit de schemer tevoorschijn gekomen. Ik kijk naar het ijle nevellicht waarin schimmende boomkruinen in de verte langzaam zichtbaar worden. Alleen mijn vingertoppen hebben het fris. Canagirca.
Melkflesje voor Lus, dat ze met twee handjes vast houd en ad fundum leeg drinkt. Een jaar geleden hing ze nog aan de borst en keken we naar haar eerste glimlachjes.
'Au fond,' schreef Richler, 'gaat elk schrijven over hetzelfde, het gaat over doodgaan, over het vleugje tijd dat we maar hebben en de frustratie die daaruit voortvloeit.'

Bijna iedereen leest een boek. Van binnen in een zetel lezen wordt ik slaperig. Om mijn concentratie te behouden heb ik zon en schaduw of wind nodig. Alleen zijn. En zo lees ik buiten, zittend op een bank aan een tafel. En zo zie ik hoe Lus soms, dromend voor zich uitstarend, in haar neus peutert. En zo zeg ik, dat ik straks niet meega, omdat ik liever aan deze tafel blijf zitten, verzonken in het schrift.

 

feedback van andere lezers

  • ivo
    een onwaarschijnlijke rust en haast stilte - terwijl het verhaal zich verder trekt met details die op zich geen enkel belang hebben, maar als kapstok van een herinnering het plots heel boeiend maken
    Wereldnieuws en verschillen - haast gebreken - maken dat het verhaal veel dieper graaft dan wat er feitelijk staat.

    Knap dat je dit zomaar neerschrijft alsof het niets is, het is jandorie een hele roman bij elkaar mama - en de oudste - knap hoor, hoe je dit in een zin weet te zeggen :)
    warket: Altijd ben ik beniewd wat een ander denkt over wat ik gisteren schreef. U leest mij tenminste, waarvoor dank.
  • dorus
    mooi!
  • andremoortgat
    Heb je ook gelezen
    Huis, tuin en keuken en...
    touch-domotica
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 6

Uitstekend: 3 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 3 stem(men)
Er zijn 7 bezoekers online, waarvan 0 leden: .