writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

ONDER SATRAPEN (51)

door koyaanisqatsi

HOOFDSTUK 51 (Waarin Bugsy het één en ander wordt duidelijk gemaakt)

Bugsy kon zijn ogen niet geloven. In de woonkamer stuitte hij op Ahmara, die bezig was koffie uit te schenken en op zijn minst twintig jaar ouder leek dan hij zich kon herinneren. Haar blonde haren waren nog steeds kort maar niet langer gemillimeterd en hadden een zilverachtige schijn gekregen, ze was nog steeds mager maar niet langer vel over been, haar kastanjebruine ogen hadden hun jeugdige glans verloren en rond haar ogen waren de eerste tekenen van ouderdomsrimpels verschenen.
'Goeiemorgen, meneer Waldorf,' zei ze, zonder haar ogen van haar werk af te wenden. 'Hebt u goed geslapen?'
'Goed geslapen?' reageerde Bugsy, half kuchend omdat hij nauwelijks adem kreeg. 'Zie je niet wat er met ons is gebeurd?' Tegelijkertijd schreeuwde een hysterische stem in zijn hoofd: 'Het moet een epidemie zijn!'
Nu keek Ahmara wel even op naar Bugsy. Ze glimlachte, schoof de kop koffie die ze had vol gegoten opzij en zei: 'We zijn weeral een dagje ouder geworden.'
'Een dagje?!' lachte Bugsy sarcastisch. 'Wat u een dagje noemt?'
Toen viel zijn oog op een portret van Weduwe Holle waar eerder één van de talrijke portretten van haar broer had gehangen. Ingegeven door deze ontdekking keek hij vluchtig in het rond om te moeten vaststellen dat al de portretten van de militair door foto's van de weduwe waren vervangen.
'En wat heeft dat te betekenen?' vroeg hij, wijzend naar het eerste portret.
Ahmara wierp een korte blik op het portret, fronste haar wenkbrauwen en antwoordde: 'Ik vond het hoog tijd dat mijn oom plaats ruimde voor mama. Het is per slot van rekening al vijf jaar geleden dat ze van ons is heengegaan.'
Bugsy begon te duizelen, trok een stoel van onder tafel en ging zitten.
'Wat zegt u allemaal?' vroeg hij met trillende stem, 'willen ze mij hier gek maken, of wat?'
Ahmara schudde zachtjes het hoofd en begon een tweede kop koffie in te schenken.
'Ik begrijp dat het allemaal wat veel wordt voor u,' zei ze, 'op een paar weken na bent u tenslotte al achttien jaar onze gast.'
Bugsy keek Ahmara compleet verloren aan. Verteerd door verwarring restte hem zelfs te weinig energie om haar aan te vliegen en de strot toe te knijpen, om niet meer los te laten tot ze vertelde wat er aan de hand was.
'En het jammere daarvan is dat u niet eens enige schuld treft. U hebt uw verblijf alhier immers te danken aan de vrouw.'
'De vrouw?'
Ahmara zette het kopje koffie voor Bugsy neer en ging op een stoel tegenover hem zitten.
'U weet toch wel: de vrouw die het bestaan van de satrapen aan u heeft verraden.'
Bugsy probeerde zich een beeld van de vrouw voor de geest te halen maar vreemd genoeg leek het plots zo lang geleden dat hij met haar tussen de laken had gelegen dat hij zich, behalve haar heftigheid, niets van haar kon herinneren.
'Een onvergeeflijke fout van de dame ,' klakte Ahmara met haar tong. 'Daarmee heeft ze u veroordeeld tot een verblijf in Pokkendorp tot het einde van uw dagen.'
Bugsy herinnerde zich plots de nachtmerrie waarin de vrouw vreselijk toegetakeld was, evenwel zonder er alsnog in te slagen haar opnieuw voor de geest te halen
'Is ze daarvoor gestraft?' vroeg hij, wauwelend.
'Wat had u gedacht? Zo'n daad van verklikking kon men toch onmogelijk door de vingers zien.'
'Is ze daarvoor een vreselijke dood gestorven?'
'Op die vraag moet ik u het antwoord schuldig blijven. Want ik heb er geen flauw idee van wat er met haar gebeurd is.'
Bugsy legde z'n hoofd in z'n handen en mompelde: 'Wat is er dan zo erg aan, om van het bestaan van de satrapen op de hoogte te zijn?'
Verrast door deze vraag trok Ahmara haar wenkbrauwen op. Ze schoof even heen en weer op haar stoel, nipte van haar koffie en sloot de ogen, alsof ze wilde nagenieten van de drank.
'Ik zou durven stellen dat er zo goed als niets ergers is dan van het bestaan van de satrapen afweten, meneer Waldorf.'
'Omdat ze aan de touwtjes trekken?' vroeg Bugsy terwijl hij zijn hoofd weer ophief.
'Precies omdat ze dat niet doen, meneer Waldorf. Of toch zeker niet in de mate dat het verondersteld wordt. Kijk: de satrapen sturen de wereld, manipuleren, complotteren en oefenen macht uit. Maar het reilen en zeilen van de wereld is net als een gigantische kosmos en er is geen mens of groep mensen die dat allemaal onder controle kan houden. We spreken hier over een dynamische massa van factoren, zo immens dat de inmenging van de satrapen niet veel meer is dan het bijsturen van een schip in volle storm. En daarom moeten de satrapen verborgen blijven.
Meneer Waldorf: een groot deel van de intelligentsia vermoedt het bestaan van de satrapen als een geheim, alles controlerend genootschap. En hoewel ze het daar helemaal niet mee eens zijn, stelt dat hun in zekere mate gerust, omdat ze daarin een verklaring vinden voor wat er allemaal goed en fout loopt in de wereld. Met mondjesmaat wordt deze veronderstelling van de intelligentsia hier en daar door de massa voor waar overgenomen, wat op zijn beurt voor een comfortabeler gevoel bij deze, voor het overgrote deel uit goedgelovige luitjes bestaande bende zorgt. Dus stel u maar eens voor, meneer Waldorf, dat door een algemene bevestiging van het bestaan van de satrapen zou uitlekken dat ze lang niet zo almachtig zijn als door sommige wordt gedacht; dat de mensheid niet de speelbal is van een genootschap van almachtige heerschappen, maar van onzichtbare krachten van een onvoorstelbare omvang, net zo meedogenloos als de dood en de tijd, twee begrippen waarvan ieder redelijk mens aanvaardt dat zelfs de satrapen er geen vat op hebben. Er zou een tot collectieve waanzin uitbrekende paniek ontstaan, met op haar beurt verschrikkelijke consequenties.
Bugsy wreef over zijn gelaat, blies vermoeid door zijn neus en vroeg: 'En dus moet ik opdraaien voor de loslippigheid van een vrouw?'
'Dat is één manier om de zaken te bekijken,' beaamde Ahmara, waarna ze weer van haar koffie nipte.
'Jullie hebben mij dus al die tijd hier gehouden met een smoesje? Wollbekers assistente sprak de waarheid, toen ze zei dat Makerij Peeppersack alle benodigde onderdelen voor de fabriek in voorraad had…'
Ahmara knikte.
'En dus speelde die schoft van een Wollbeker het spelletje mee?'
'Inderdaad. Hij had geen keus. Het was dat of het lot van de vrouw ondergaan, wat dat ook geweest mag zijn.'
'Wacht maar tot ik hem onder handen krijgt,' zei Bugsy dreigend.
Ahmara fronste de wenkbrauwen opnieuw.
'Meneer Waldorf, Hadrianus Wollbeker is acht jaar geleden overleden aan een hartaanval.'
'Acht jaar geleden?' herhaalde Busgy ongelovig, al vond hij de doodsoorzaak van het diensthoofd, gezien zijn lamlendigheid, tegelijkertijd weer heel aannemelijk.
'Meneer Pulp is nu diensthoofd,' zei Ahmara. 'Dat weet u toch?'
'Nee, dat weet ik niet.'
'Dat kan dan alleen maar te verklaren zijn als u zich al op zijn minst acht jaar niet meer naar de Makerij hebt begeven,' merkte Ahmara op een licht verwijtend toontje op.
'Wat maakt het uit? Ik ben op een schandalige wijze voorgelogen.'
Ahmara dronk weer van haar koffie, maakte een smakgeluidje en zei: 'Laten we het er bij houden dat er geen alternatief was.'
'En mijn baas? Wat is mijn baas wijsgemaakt?'
'Dat u zich nooit bij Makerij Peeppersack hebt aangemeld,' antwoordde Ahmara droogweg.
Er viel een loodzware stilte in de kamer. Ahmara nam weer een slok koffie terwijl ze een afwachtende houding aannam. Bugsy was ten einde raad. Hij wist niet meer wat te denken of te geloven en slaagde er niet meer in een zinnige gedachte te formuleren. Om toch maar iets te doen dronk hij zijn kop koffie met enkele grote slokken leeg. Toen stond hij recht en zei, met trillende stem: 'Ik stap op. Al moet ik te voet dit verdoemde oord verlaten.'
'Dat kan ik, als officier van de bewakingsdienst van de satrapen onmogelijk toelaten,' glimlachte Ahmara.
'Werkelijk?' lachte Busgy uitdagend, 'en u gaat me eigenhandig tegenhouden?'
'Ik, of één van mijn agenten,' antwoordde Ahmara, niet het minst onder de indruk.
'Dat zullen nog wel eens zien!' riep Bugsy, waarna hij van razernij zijn stoel omgooide en zich naar boven begaf.

 

feedback van andere lezers

  • ivo
    wat een wending en wat een verhaal - knap bijzonder knap
    koyaanisqatsi: (auteur) buigt ;-)
  • greta
    Wat een onverwachte vaart in je verhaal! Goed gedaan.
    koyaanisqatsi: (buigt)
  • doolhoofd
    Uitstekend over de hele lijn.
    koyaanisqatsi: thnks
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 6

Uitstekend: 3 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 3 stem(men)
Er zijn 6 bezoekers online, waarvan 0 leden: .