writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Titel Gezocht 29

door Koyaanisqatsi

Het moest eerder gezichtsbedrog geweest zijn, want halverwege richting lichte vlek vernauwde de doorgang tot nauwelijks meer dan een claustrofobische kruipruimte. Met de moed der wanhoop wurmde ik me er doorheen, spoedig zwetend als een os en zielig naar adem happend. Natuurlijk had die spiering van een draagtasjesdief daar allemaal geen last van gehad. Die had zich ongetwijfeld met het gemak van een spitsmuis langs dit benauwende obstakel gewurmd en zijn voorsprong alleen maar vergroot.
Gelukkig werd de doorgang na verloop van tijd weer gestaag breder en hoger en uiteindelijk kon ik opnieuw te voet mijn weg vervolgen. De lichte vlek was ondertussen een groot gapend gat geworden dat toegang verschafte tot een heldere ruimte die op het eerste gezicht geen muren had. Toen ik die ruimte eindelijk bereikte werd ik ondergedompeld in een welkome zeeplucht en waaide me een deugddoend briesje tegemoet. Maar het volgende dat me verwelkomde was minder vriendelijk. Vanuit iets wat ik nog het meest kan omschrijven als een sneeuwwitte nevel kwam een kerel in een lange overjas en een donkere borsalino op zijn hoofd op me toegestapt. Dat op zich was natuurlijk onschuldig, maar dat kon niet gezegd worden van het imponerende Thompson machinegeweer dat hij in beide handen hield geklemd.
'En wie jij mag wel zijn?' vroeg hij, op een toontje dat weliswaar niet vijandig klonk maar me toch waarschuwde maar beter zo eerlijk mogelijk te antwoorden.
'Eddy Stoelen is de naam, en ik zit achter een dief aan.'
De kerel grijnsde.
'Een kaal kneusje met geen greintje smaak om zich te kleden?'
'Als dat zijn enige gebrek maar was,' zuchtte ik.
De kerel stapte op me toe, liet zijn machinegeweer zakken en reikte me de hand.
'Meyer Lansky, en die snoeshaan waar jij en ik het over hebben, is momenteel mijn gast, om het omfloerst uit te drukken.'
De handdruk en de knipoog van Meyer Lansky luchtten me op met hetzelfde verlossende gevoel dat een leeglopende blaas veroorzaakt nadat men zijn plas tot gekwordens toe heeft moeten ophouden. Misschien was dat gevoel wat te voorbarig maar het feit dat de kale snoeshaan weer binnen mijn handbereik was volstond ruimschoots om in Meyer Lansky een bondgenoot te zien. Ik werd mee doorheen de witte nevel getroond tot deze na een korte wandeling oploste in een mooi tuintje waarin zich achterin een barak bevond. Daar bungelde Belhamels De Vogelaar ondersteboven aan een touw dat met een stevige zeemansknoop rond zijn enkels zat. Zijn graatmagere armen hing als takken van een dode boom naar beneden en hij kweelde als een kanarie die net niet wordt fijngeknepen in de hand van een sadistische bruut.
'Dit is 'em toch, niet?' vroeg Meyer Lansky terwijl hij met de loop van zijn machinegeweer in het rechterneusgat van het kwastje begon te pulken.
'Zeker weten,' beaamde ik, zowaar met een licht gevoel van medelijden voor de snuiter.
Daarop begon Meyer Lansky met de loop van het machinegeweer in het kwastje zijn neusgat te roeren. Het gevolg? Belhamels De Vogelaar begon te krijsen als een gekeeld varken.
'Pas maar op,' waarschuwde ik, 'want zo meteen laat hij een stinkende wind!'
'Wat?!' riep Meyers Lansky bevond het gekrijs uit.
'Hij laat winden als stress hem parten speelt!'
'Voor mijn part schijt hij in zijn broek! Ik heb het niet begrepen op gluiperige dieven! Als je criminele daden wil stellen, doet het dan met stijl! Alleen al de manier waarop deze snoeshaan er bij loopt doet mijn maag omdraaien. Dit kereltje heeft echt geen schaamte! Hij brengt de hele gangstergilde in diskrediet.'
Pas nu besefte ik ten volle dat Meyers Lansky een collega-concurrent van Gangster Bob was. Ik kreeg het koud en had het gevoel dat het bloed in mijn aderen begon te stollen. Als deze schurk er achter kwam wat die kleine kale me had ontvreemd, was de kans verre van denkbeeldig dat hij de sudoku voor zichzelf zou opeisen, al was het maar om een concurrent een oor aan te naaien. En daarmee kon ik dan wel eens hoogstpersoonlijk de verantwoordelijke worden van een heuse gangsteroorlog.
'Zeg eens, Eddy, wat heeft deze niksnut eigenlijk van je gejat?' vroeg Meyer Lansky - alsof hij mijn gedachten had gelezen.
'Niks bijzonders,' loog ik, 'maar het is me om het principe te doen.'
'Hmm, groot gelijk heb je. Vasthouden aan je principes, dat onderscheidt sterke mannen van slapjanussen.'
''k Heb, 'k heb 't gestolen goed teruggegeven…' onderbrak Belhamels De Vogelaar zijn gekrijs.
Daarop duwde Meyers Lansky de loop van zijn machinegeweer nog wat dieper in zijn neus.
'Heb ik jou wat gevraagd, beunhaas?!'
Nu begon de bron van mijn ellende te janken als een geslagen hond. Ik richtte een bange blik op Meyers Lansky omdat ik vreesde dat hij op het punt stond een kogel door het kereltje zijn neus te jagen, maar eensklaps trok hij zijn Thompson terug en ging hij in zijn broekzak.
'Laten we die lawaaimaker maar even doen zwijgen,' zei hij, terwijl hij een bovengehaalde zakdoek tot een prop perste om deze vervolgens weinig zachtzinnig in het kwastje zijn mond te stompen.

 

feedback van andere lezers

  • Greta
    Allemachtig. Martelpraktijken .. ook dat nog.
    Koyaanisqatsi: 't valt nog goed mee naar mijn mening
  • GoNo2
    Ik vermoed dat Bonnie & Clyde ook nog de revue zullen passeren?
    Koyaanisqatsi: goed idee... al hou ik meer van de naam John Dillinger
  • doolhoofd
    Gevonden!
    Er is wat deining op onze schrijfzee...
    Koyaanisqatsi: laat ons hopen
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 6

Uitstekend: 3 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 3 stem(men)
Er zijn 8 bezoekers online, waarvan 0 leden: .