writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Titel Gezocht 48

door Koyaanisqatsi

De dubbele schuifdeur ging gastvrij open en zo opeens stond ik weer op het plein met het onder de duivenstront zittende standbeeld. Ik draaide me om en staarde verstomd naar de hoge gevel van het gebouw waar Shigeharu Tanaka's kantoor was gevestigd. Met andere woorden, ik had zo net hetzelfde gebouw verlaten waar ik god weet hoeveel uren eerder verslagen en moedeloos was buiten gestapt.
Het was ondertussen alweer volop dag, hetgeen betekende dat ik behoorlijk lang buiten westen moest verkeerd hebben. Voor het eerst sinds enige tijd moest ik plots ook weer aan Belhamels De Vogelaar denken. Zou die nog steeds liggen creperen in de kofferruimte van de auto, of had de Yakuza hem ondertussen een kopje kleiner gemaakt? Hoe je het draaide of keerde, zijn toekomst zag er even weinig rooskleurig uit als de mijne en vanuit dat perspectief schoot me het idee te binnen dat ik hem misschien voor me kon winnen door hem te bevrijden. Als ik hem uit de klauwen van meedogenloze gangsters kon halen moest de kans toch reel zijn dat hij me uit dankbaarheid de sudoku zou terugbezorgen. Hoe onbetrouwbaar hij ook was, niemand kon toch zo'n verraderlijk karakter hebben dat hij het zou vertikken zijn redder in nood een tegendienst te bewijzen?
De vraag was alleen: hoe geraakte ik terug naar de ondergrondse garage waar Ryuunosuke Akutagawa de rammelkast had geparkeerd? Ik had echt geen zin om het gebouw weer in te lopen met het risico opnieuw in die geheimzinnige gang terecht te komen, laat staan dat ik er naar uitzag de halve gare in de doktersjas terug tegen het lijf te lopen. Het beste dat ik kon doen, leek me, was blokje om te lopen in de hoop de ingang van de garage terug te vinden. Ik tuurde even nog over het plein, dat ondanks een helder zonnetje niets van zijn troosteloosheid had ingeboet, en begaf me in westelijke richting, waar zo'n vijftig meter verder een zijstraat was. Die zijstraat bleek echter al meteen een doodlopende steeg, waardoor ik me verplicht zag verder te lopen tot aan de volgende hoek. Daar botste ik op een Zeeuws meisje dat tegen een al te hoge snelheid de straat kwam uitgedraaid. We ging allebei tegen de vlakte, krabbelden kreunend overeind en keken mekaar aan met hetzelfde soort rommelige blik: n die zowel verwarring, verwijten, als een poging tot verontschuldiging probeerde uit te drukken.
'Ik moet er weer vandoor, meneer,' hijgde het Zeeuws meisje, 'want er zit een ongehoorde vuilak achter me aan.'
Maar ze voegde de daad niet bij het woord. Ze bleef me diep in mijn ogen kijken terwijl haar ferme boezem zwaar op en neer ging.
'Een vuilak?' vroeg ik.
'Een ander woord heb ik er niet voor. Een paar minuten geleden stond ik nietsvermoedend voor het uitstalraam van een handtassenzaak toen een vent me opeens iets ongehoords in het oor fluisterde. Daarop heb ik hem zonder de minste aarzeling een oorveeg verkocht maar heb ik het vervolgens voor alle zekerheid op een lopen gezet. Met mannen die in staat zijn tot zo'n schabouwelijke zaken weet men immers maar nooit.'
Ik keek even om de hoek. De straat waaruit het Zeeuws meisje was komen gelopen lag er verlaten bij. Het was een smalle maar keurige, autovrije winkelstraat waar geen levende ziel te bespeuren viel. Misschien niet helemaal onlogisch aangezien de winkels nog allemaal gesloten leken, waaruit ik dan weer de conclusie trok dat het toch nog redelijk vroeg in de ochtend moest zijn.
'Ik denk niet dat hij u gevolgd is, juffrouw,' probeerde ik het Zeeuws meisje gerust te stellen', 'want er is niemand te zien.'
'Ooh, maar dan onderschat u dat heerschap, meneer. Toen ik halt hield voor de handtassenzaak verkeerde ik ook in de overtuiging moederziel alleen in de straat te zijn. Die viezerik beschikt over de gave onzichtbaar te blijven tot op het moment dat hij toeslaat. Het zou me ook niet verbazen dat hij zich niet laat zien, zo lang u in mijn gezelschap vertoeft.'
Ik voelde de bui al hangen. Het meisje had het niet opnieuw op een lopen gezet omdat ze op mijn bescherming rekende. Maar ik was niet van plan haar als een toegewijde vader te gaan afleveren op een veilig adres en vroeg, in een poging zo diplomatisch mogelijk iedere morele verplichting af te wimpelen: 'Maar u zal wel ergens heen willen, veronderstel ik?'
'Niet echt. Ik was bezig zomaar wat rond te lopen. Dat doe ik vaak, is eigenlijk mijn dagelijkse bezigheid.'
'Dan kan u voor vandaag misschien best die plannen voor n keer wijzigen.'
Ik had echt geen zin om de rest van de dag met haar opgescheept te zitten en maakte aanstalten om de winkelstraat in te draaien.
'Wacht!' Het Zeeuws meisje pakte me bij de arm. 'Wil u dan niet weten wat voor ongehoords die vieze man in mijn oor heeft gefluisterd.'
Ik zou gelogen hebben als ik niet nieuwsgierig was geweest. En als journalist had ik natuurlijk een uitstekend excuus om eender welke nieuwsgierigheid te verantwoorden; nieuwsgierigheid was tenslotte mijn tweede natuur.
'Als u dat per se kwijt wilt,' zuchtte ik als een volbloed hypocriet, waarna het Zeeuws meisje diep ademhaalde en zei: 'Die viezerik fluisterde: "Ik ben er zeker van dat jouw muisje naar onvervalste Nederlandse margarine proeft."'

 

feedback van andere lezers

  • Greta
    Haha, gezonde Hollandse meid, die Zeeuwse schone.
    "schabouwelijk", wat een mooi woord.
    Koyaanisqatsi: ;-)
  • doolhoofd
    One Flew Over de Vogelaar's Nest...
    Koyaanisqatsi: We zien ze in alle geval vliegen :-)
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 5

Uitstekend: 2 stem(men), 67%
Goed: 1 stem(men), 33%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 3 stem(men)
Er zijn 2 bezoekers online, waarvan 0 leden: .