writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Titel Gezocht 50

door Koyaanisqatsi

In de verte, aan het einde van de winkelstraat, daagden de contouren van een park op. Zo ver zou ik evenwel niet geraken want ongeveer halfweg kon ik links afslaan in een nauwe straat van grotendeels ťťnsgezinswoningen. Met een klein beetje zin voor oriŽntering moest het er op neerkomen dat ik me daar aan de achterkant van het huizenblok bevond waarvan het kantoorgebouw deel uitmaakte. Er viel evenwel niets op te merken dat wees op een mogelijke inrit van een ondergrondse parking.
Vanuit een keldergat kwam een kat tevoorschijn met een piepende muis in haar bek. Die heeft haar job alvast gedaan voor vandaag, dacht ik, toch ook wel met enig medeleven voor het tevergeefs om genade smekende knaagdiertje.
De muis, Belhamels De Vogelaar en mezelf indachtig, stelde ik me de deprimerende vraag hoeveel levende wezen dagelijks de dood in de ogen zagen. Misschien overdreef ik wat mezelf en Belhamels De Vogelaar betrof, maar ongetwijfeld was het aantal levende creaturen dat zich op hetzelfde ogenblik in eenzelfde hopeloze positie als de muis bevond beangstigend groot.
Om deze donkere gedachten uit mijn hoofd te verjagen probeerde ik hoop te putten uit mijn plan Belhamels De Vogelaar te redden. Maar daarvoor moest ik natuurlijk nog steeds eerst en vooral terug in de ondergrondse garage zien te geraken. Ik kwam aan het eind van de nauwe straat en sloeg weer links af in het besef dat daar mijn laatste kans lag om daar in te slagen. Maar de straat waar ik in belandde lag helemaal opgebroken, ook al had ik eerder geen enkele signalisatie opgemerkt die daarvoor waarschuwde.
'Jij lijkt wel te schrikken omdat de boel hier ondersteboven is gedraaid.'
Een gespierde man met een gele veiligheidshelm schuin op zijn hoofd, en gekleed in een hemd van rode en gele blokjes en een blauwe overall, kwam uit een rioolput gekropen. Hoe hij vanuit het donkere gat mijn verraste blik had gezien was me een raadsel.
'Schrikken is veel gezegd,' zuchtte ik, 'maar in de straat hier om de hoek staat nergens een waarschuwing.'
'Daar trekken de meeste mensen zich toch niks van aan; die lappen ieder bord dat werken aankondigt simpelweg aan hun laars. Du waarom zouden we daar energie aan verspillen.'
'Maar dat is toch gevaarlijk?'
'Tja, wij zijn het ondertussen wel gewend constant uit onze doppen te kijken. En als ze hun auto, fiets of wat dan ook naar de vaantjes rijden op de werf, dan is dat hun probleem.'
'Akkoord en niet akkoord,' zei ik. 'Jullie scheren iedereen over dezelfde kam. Met die instelling zijn mensen die de waarschuwingstekens wel zouden respecteren de dupe van het slechte gedrag van de asocialen.
'Dat is niks nieuws. De goeden moeten het altijd met de slechten bekopen. Nooit anders geweest. En het zal ook nooit anders zijn.'
Waar maakte ik me druk over? Bovendien had de man helaas overschot van gelijk: de meerderheid van de wereldbevolking gaat gebukt onder restricties en bestraffingen, in het leven geroepen om een ellendige minderheid in het gareel te houden te houden. Het was een ongeschreven wet, zo oud als de straat.
'Iets helemaal anders,' zei ik. 'Ik ben op zoek naar de ingang van de ondergrondse garage van het kantoorgebouw hier wat verder, links om de hoek.'
'Ondergrondse parking?' De man fronste zijn dikke, harde wenkbrauwen, die veel weg hadden van kleine staalborstels. 'Dat gebouw heeft geen ondergrondse parking.'
'Toch wel. Ik ben langs daar naar het gebouw gebracht.'
'Onmogelijk. Ik ben hier de werfleider en heb voor de aanvang van de werken alle plannen van de hele omgeving aandachtig bestudeerd. Op zijn minst in een straal van vijfhonderd meter vanaf hier te vertrekken bevindt zich geen enkele ondergrondse parking.'
'Bent u daar heel zeker van?'
'Zowaar ik Bob De Bouwer heet,' antwoordde de man, met een overtuiging waar weinig veel tegen in te brengen.
Ik probeerde na te denken maar mijn hersens leken zo opeens compleet uitgeput. Mijn schedel leek net zo leeg als een ballon gevuld met niets dan helium. Vaarwel sudoku, welkom leven van een voortvluchtige; meer kon ik niet bedenken.
'Zeg, jij zit toch niet aan de drugs of zo?' vroeg Bob De Bouwer met een achterdochtige grijns.
'Zeker niet,' zuchtte ik. 'Ik vrees alleen hopeloos verdwaald te zijn.'
'Waar moet je heen?'
'Misschien best terug naar huis,' mompelde ik, omdat ik niks anders wist te zeggen.
'En waar mag dat wel zijn?' wilde Bob De Bouwer weten.
Maar daar gaf ik geen antwoord op. Want achter Bob De Bouwer, op de hoek van de straat waar het kantoorgebouw gevestigd was, verschenen Kenzaburo OŽ en Shigeharu Tanaka ten tonele.

 

feedback van andere lezers

  • doolhoofd
    Wederom graag gelezen, deed wat denken aan Grunbergs Lof Der Zotheid.
    Koyaanisqatsi: niet gelezen vrees ik... ;-)
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 2

Uitstekend: 1 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 1 stem(men)
Er zijn 6 bezoekers online, waarvan 0 leden: .