writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

DE VUURTOREN (1.1)

door Koyaanisqatsi

1.1 DE VREEMDELING
Van zodra de deur openging waaide een felle windstoot de herberg binnen. Omdat er een vreemdeling verscheen waren de blikken die zich op de deur richtten, met geen andere bedoeling dan de nieuwkomer aan te manen niet te treuzelen, des te boosaardiger. Maar de vreemdeling hoefde niet tot haast te worden aangespoord. Na een wandeling door weer en wind van ruim een kwartier kon hij zelf niet gauw genoeg beschutting vinden. Hij trok de deur zelfs iets te snel dicht, waardoor de reistas die over zijn rechterschouder bungelde klem kwam te zitten en hij zich genoodzaakt zag deze onder het slaken van gesmoord gesakker met een stevige ruk naar binnen te trekken.
Van zodra de deur weer in haar slot was gevallen gingen de stamgasten verder met hun bezigheden: schaken, dammen, kaarten, het mompelend opdragen van gedichten, het ruilen van oude naaktprenten of, gewoon, dromerig voor zich uit staren, zoals bijvoorbeeld de plaatsvervangende burgemeester, die geen woord meer had gesproken sinds hij de met de noorderzon verdwenen burgervader moest vervangen.
De vreemdeling was een dertiger, een knappe man -zoals er in het dorp in feite geen rondliepen- met bruine ogen, een donkere, bijna zwarte stoppelbaard en halflange, kastanjebruine haren die, nu de wind er niet langer doorheen wroette, terug in hun natuurlijke golven vielen. Hij droeg een lichtjes versleten leren jekker, idem spijkerbroek en stevige stapschoenen, waardoor moeilijk viel in te schatten hoe rijk of arm hij was.
'Kijk, die man,' fluisterde de herbergier zijn vrouw in, 'ik durf mijn hoofd er op verwedden dat het een reporter is.'
Zijn vrouw gaf een nauwelijks zichtbaar hoofdknikje en kwam vanachter de toog om de enige nog vrije tafel schoon te vegen. De vreemdeling kwam recht op haar af, er op lettend dat de langs zijn zij zwaaiende tas onderweg geen brokken aan de andere tafels maakte, en bedankte haar voor haar vlijt met een gemeende glimlach. De herbergierster, als altijd op haar hoede voor onbekenden, glimlachte zuinig terug.
'Kan ik nog wat te eten krijgen?' vroeg de vreemdeling, terwijl hij zijn tas op de grond liet zakken.
'Zeker,' antwoordde herbergierster. Ze klonk niet enthousiast maar liet ook niet verstaan dat zijn vraag haar tegenstond en ze begaf zich naar de toog om het menu te halen.
'Hij wil nog eten, natuurlijk?' vroeg de herbergier.
'Wat had je gedacht?' mompelde zijn vrouw. 'Dat willen ze toch allemaal, als ze op dit late uur komen binnenvallen.'
'Hij zal wel op doorgang zijn, denk je niet?'
De herbergierster keek haar echtgenoot verontwaardigd aan.
'Je moet die wenkbrauwen van je nog eens bijknippen.'
'Ga het menu maar brengen,' gromde de herbergier. Hij draaide zich naar de spiegel achter de toog om zijn wenkbrauwen te inspecteren en stelde tot zijn ergernis vast dat zijn vrouw gelijk had. Sinds enkele jaren begon hij haren bij te kweken op plaatsen waar die alles behalve een esthetisch nut hadden. Zijn oren, neusgaten en wenkbrauwen werden alsmaar meer en vaker geplaagd door dikke, als de voelsprieten van een insect uitstekende pijlen. Tegelijkertijd werden de haren op zijn hoofd alsmaar minder talrijk.
'Stoofpot en een donker bier,' zuchtte de herbergierster. Ze legde het menu terug op de toog en slofte naar de keuken achter het kralengordijn.
De herbergier nam de vreemdeling nog een keer op. Hij zag er tamelijk vermoeid uit, wat niet abnormaal was aangezien hij een lange, weinig comfortabele reis achter de rug moest hebben. Het dorp lag afgelegen van de geasfalteerde autoweg, die ook al niet veel voorstelde sinds hij veertig kilometer eerder de laatste woonplaats de naam stad waardig had verlaten. Vanzelfsprekend was de vreemdeling met de bus gekomen, want indien hij over eigen vervoer had beschikt, zou hij logischerwijze voor de herberg hebben geparkeerd en er lang niet zo verwaaid hebben uitgezien. Heel even overwoog de herbergier om een praatje met hem te gaan slaan maar dan schoot hem te binnen dat de man vermoedelijk een reporter was en dat hij zich, met zijn beperkte intellect, alleen maar zou belachelijk maken.
'Je ziet gewoon dat die kerel geen idioot is,' fluisterde hij zichzelf in, 'en alleen al over het weer beginnen zou hem waarschijnlijk irriteren.'
De vreemdeling wreef een paar keer met een vlakke hand over zijn gezicht, geeuwde en wierp een korte blik op de herbergier die er hierdoor aan herinnerd werd dat hij een donker bier moest tappen. Een paar kaarters geraakten in een luidruchtige discussie gewikkeld die niemand leek te storen en iemand schoot in een scherpe schaterlach. De herbergierster kwam terug uit de keuken en graaide het glas dat haar echtgenoot had volgetapt van de toog.
'Als ik me niet vergis kan ik hier ook overnachten,' zei de vreemdeling.
'Inderdaad,' beaamde de herbergierster, 'maar ik moet u wel waarschuwen: heel comfortabel is het allemaal niet. Eerst en vooral moet u weer naar buiten, want de kamers bevinden zich hierachter, een twintigtal meter verderop, in een middeleeuwse torentje. En behalve een kleine kast, een bed en een onbetekenend badkamertje hoeft u niets te verwachten.'
'Meer heb ik niet nodig,' glimlachte de vreemdeling, blijkbaar tevreden. 'En een middeleeuws torentje, dat zal zijn charmes wel hebben.'
'Ook daar moet u zich niet al te veel van voorstellen,' zuchtte de herbergierster, 'het is gebouwd aan het begin van de twaalfde eeuw, door een imbeciel van een landheer die plannen had om een fortengordel rond een dorp te leggen dat van nul en generlei strategische waarde was. Gelukkig is die vent gestorven voor hij zijn geldverslindende hersenkronkel kon realiseren en is het bij dat ene torentje gebleven. Ik veronderstel dat u een kamer voor één nacht wenst?'
De vreemdeling dronk van zijn glas, trok een bitter gezicht, schudde het hoofd en antwoordde: 'Voor onbepaalde tijd.'
'Voor onbepaalde tijd?' herhaalde de herbergierster vol ongeloof. 'Bent u dan niet op doorreis?'
'Ik ben hier voor de vuurtoren. Het is te zeggen: voor zijn bewoner.'
'U komt voor Bill Sychs?' De herbergierster viel van de ene verbazing in de andere.
De vreemdeling knikte en boog zich naar zijn tas om een boek tevoorschijn te halen. Enigszins geërgerd omdat hij niet meer wilde loslaten, begaf ze zich ter naar de toog.
'Moet je horen,' mompelde ze tegen haar echtgenoot, 'die man is hier voor Bill Sychs.'
'Voor Bill Sychs?'
'En hij wil een kamer voor onbepaalde tijd.'
De herbergier keek zijn vrouw aan met blik die leek te vragen of ze soms gedronken had.
'Wat zou hij van Bill Sychs willen?'
'Hoe kan ik dat weten?' bromde de herbergierster. Ze klakte met haar tong en begaf zich terug naar de keuken.
Vol achterdocht keek de herbergier opnieuw naar de vreemdeling, die zijn boek had opengeslagen en weer naar zijn glas pakte. In zijn gedachten zag hij Bill Sychs.
'Wat heeft die kerel bij Bill Sychs te zoeken?' vroeg hij zich af, en zich bewust van het feit dat hem de moed ontbrak om dat via een spontante babbel met de vreemdeling aan de weet te komen, werd zijn nieuwsgierigheid bijna ondraaglijk.
Gelukkig kwam op dat ogenblik een stamgast naar de toog met een nieuwe bestelling voor de kaarters. De man had alles in een duidelijk handschrift op een bierviltje genoteerd en maakte de opmerking dat de klok boven de deur naar de keuken een paar minuten achterliep. Dat verbaasde de herbergier omdat hij nog maar pas de batterijen had vervangen. Mogelijk had de klok haar beste tijd gehad en was ze aan vervanging toe, wat hem zwaar zou vallen vermits het een erfstuk van zijn ouders betrof.
Terwijl de herbergier begon met het klaarzetten van de bestelling kwam zijn vrouw met een bord stoofpot in haar rechter- en een mes en een vork in haar linkerhand langs hem heen gelopen. Op het ogenblik dat ze het bord voor de neus van de vreemdeling op tafel zette en het mes en vork er op de juiste plaats naast legde, kwam de ontwormer binnen.

 

feedback van andere lezers

  • Greta
    Sfeervol en veelbelovend begin van je nieuwe serie. Van mij alvast een Uitstekend.
    Koyaanisqatsi: ;-)
  • GoNo2
    Ik snap niet dat je nog niet op de eerste plaats staat in de Top 10, zoals jij kunt schrijven!!
    Koyaanisqatsi: Goh, ik hoor al dertig jaar van mensen dat ze niet snappen dat ik niet uitgegeven geraak. Zo schitterend zal het dan wel niet zijn, veronderstel ik. Maar het compliment wordt niettemin ten zeerste gewaardeerd. ;-)
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 4

Uitstekend: 2 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 2 stem(men)
Er zijn 5 bezoekers online, waarvan 0 leden: .