writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

DE VUURTOREN (1.2)

door Koyaanisqatsi

1.2 DE ONTWORMER
'Wat een weer vandaag!' zei de ontwormer luid, nadat hij de deur had dichtgeslagen.
Niemand reageerde. De man baande zich een weg langs de tafels, fronste de wenkbrauwen toen hij vaststelde dat deze allemaal bezet waren, snoof krachtig lucht op en vroeg uiteindelijk aan de vreemdeling of hij aan zijn tafel mocht bijschuiven. De vreemdeling stemde in op een wijze waar niet uit viel op te maken of hij het van harte deed of niet.
'Dat is erg vriendelijk van u,' zei de ontwormer, terwijl hij ging zitten, 'want de meesten hier mijden mij liever als de pest. Een paria ben ik voor ze, alsof ik een leproos ben. Tot ze me een keer nodig hebben natuurlijk, want dan weten ze Hieronymus Bos wel wonen.'
'Hieronymus Bosch, zegt u?' De vreemdeling verslikte zich bijna.
De ontwormer knikte. 'Maar niet zoals de kunstenaar. Bos, niet Bos-ch.'
De vreemdeling glimlachte en knikte terug.
'Ik begrijp het.'
'Ik niet,' reageerde de ontwormer ernstig. 'Ik begrijp niet waarom mijn ouders mij naar die man genoemd hebben. Ze hielden niet eens van zijn werk; kenden het volgens mij zelfs niet.'
De vreemdeling slikte zijn eten door en zei: 'Het was hoe dan ook een groot kunstenaar. Kijk, toevallig heb ik een boek over hem bij.'
De vreemdeling boog zich weer naar zijn tas. De herbergier, die de vreemdeling zo onopvallend mogelijk in de gaten bleef houden, begon zich af te vragen of de ontwormer soms met hem had afgesproken.
'Hier,' zei de vreemdeling, 'kijkt u het boek maar eens rustig in.'
De ontwormer nam het boek zo voorzichtig mogelijk aan. Hij bekeek de omslag, waarop een fragment van De Tuin der Lusten stond afgebeeld, trok zijn wenkbrauwen op en zei: 'Wat een… Tja, een wat?'
De vreemdeling glimlachte opnieuw.
'Neem gerust uw tijd.'
De herbergierster, die klaar was met de kaarters te bedienen, kwam de bestelling van de ontwormer opnemen. Toen ze zag in wat voor boek hij zat te bladeren, trok ze grote ogen.
'Voor mij een dubbele donkere,' zei de ontwormer zonder zijn blik van het boek te halen.
'Voor meneer nog iets?' vroeg de herbergierster aan de vreemdeling.
'Ik heb nog genoeg momenteel, dank u.'
'Volgens mij is het geen reporter maar een boekenverkoper,' mompelde de herbergier toen zijn vrouw bij de toog aankwam.
'Een perverseling is het, ja,' gromde de herbergierster. 'Je zou eens een blik op de inhoud van dat boek moeten slaan.'
'Wat is er dan mis mee?'
'Wat er mis mee is? Het staat vol afbeeldingen van gedrochten en naakte mannen en vrouwen.'
'Zou het toeval zijn dat de ontwormer aan zijn tafel ging zitten, of zouden ze afgesproken hebben?'
'Hij kwam toch voor Bill Sychs, nee? Althans, dat zei hij toch. Goh, stel je voor dat hij van plan is het hele dorp zijn boeken aan te smeren? Dan staan we er niet goed op, echtgenoot.'
'We? Wij? Wat hebben wij met zijn boeken te maken?'
'Wij bieden die zieke geest logies.'
De herbergier moest even slikken. Daar had hij niet bij stilgestaan. Maar moest dat ook?
'Wij zijn zakenmensen, vrouw, en verdienen onze kost door een herberg uit te baten.' Hij was zelf verrast door de onverzettelijke toon die hij aansloeg. 'Wat onze gasten buiten de muren van ons bedrijf doen, is hun zaak, tenminste zo lang ze geen wet overtreden natuurlijk.'
'Moet je eens kijken, hoe gefascineerd de ontwormer in dat boek bladert.'
'Tja, als we van één iemand zo iets kunnen verwachten, is het wel van de ontwormer.'
'Ik heb het altijd al gezegd: een ontwormer? Daar moet je een bizarre kwast voor zijn.'
De herbergier kon zich niet herinneren dat zijn vrouw ooit dergelijke uitspraak had gedaan maar had geen zin om daar verder op in te gaan. Veel liever dan met haar discussiëren wilde hij een glimp van de inhoud van het boek opvangen. Alleen, hij had geen enkele reden om vanachter de toog te komen want zijn vrouw was er als de kippen bij geweest om de ontwormer zijn dubbele donkere te brengen. Als die vreemdeling nog wat bestelt, breng ik het zelf, nam hij zich daarom voor, maar zo te zien was het al te laat. De ontwormer blies zijn wangen bol, sloeg het boek weer dicht en schoof het hoofdschuddend terug naar de vreemdeling.
'Dat is zware kost,' zei hij, 'wat mijn bijna-naamgenoot heeft neergeklad.'
'Bosch wordt wel eens beschouwd als een groot mysterie,' zei de vreemdeling.
Blij dat hij op iemand was gestuit die hem als een normale gesprekspartner beschouwde, begon de ontwormer breed te glimlachen.
'En u, mijn beste, bent u ook een mysterie?' vroeg hij.
De vreemdeling lachte.
'Ik? Ho-nee, ik ben maar een biograaf.'
'Een biograaf, zowaar.' De ontwormer slaakte een zwaarwichtige zucht. 'En ik ben maar een simpele ontwormer.'
De biograaf trok zijn ogen tot nauwe spleetjes. Een ontwormer? Hij moest bekennen er nog nooit van gehoord te hebben.
'Het stelt in feite ook weinig voor,' zei de ontwormer. 'Ik verlos mens en dier van wormen. Je zou kunnen zeggen dat het nuttig werk is, maar ik word er vooral vies voor bekeken. Mensen die nog niet met mij te maken hebben gehad maar wel weten dat ik ontwormer ben, denken dat ik constant in het rectum van levende wezens zit te pulken. Dommer kan niet natuurlijk, maar het levert me wel het statuut van paria op, zoals ik al zei.'
De biograaf had er geen flauw idee van op welke manier de ontwormer dan te werk ging maar hoefde ook geen details te weten om zijn kant te kiezen. Hij hielp mens en dier, en dus verdiende hij respect, punt uit.
'Laat het u niet te zeer aan het hart komen,' zei hij, 'onwetendheid is jammer genoeg maar al te vaak de vader van de domheid.'
De ontwormer nam een slok van zijn dubbele donkere, zette het glas iets te fel op de tafel en zei: 'Ik zou het nooit zo kunnen zeggen, meneer, maar dat is de nagel op de kop. Maar maakt u zich over mij maar geen zorgen. Ik heb na al die jaren een olifantenvel gekweekt.'
Op dat ogenblik kwam de jongere, ietwat mentaal achterlopende zuster van de herbergierster -die door iedereen 'de zuster' werd genoemd- de herberg binnen. Zoals altijd wanneer het weer erg slecht was, droeg ze haar gele oliejas met bijhorende zuidwester en haar kaki rubberlaarzen. Niemand schonk enige aandacht aan haar, behalve de biograaf die zich afvroeg of er nu een man of een vrouw ten tonele was verschenen.

 

feedback van andere lezers

  • GoNo2
    Deel 3: de netelrooskleptomane?
    Koyaanisqatsi: daar zeg je wat!
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 2

Uitstekend: 1 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 1 stem(men)
Er zijn 5 bezoekers online, waarvan 0 leden: .