writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

DE VUURTOREN (5)

door Koyaanisqatsi

5 BILL SYCHS
De biograaf kon niet blijven wachten. Zijn laatste aantekeningen waren klaar, hij had nog wat gelezen maar aangezien niets er op wees dat het spoedig zou ophouden met regenen, had het geen enkel nut zijn bezoek aan de vuurtoren nog langer uit te stellen. Hij pakte zijn trenchcoat van de kapstok, twijfelde nog even of hij toch maar niet voor zijn leren jekker zou opteren, maar besloot wijselijk om het bij zijn eerste keuze te houden.
'Wat een weer,' gromde hij tegen zichzelf toen hij de deur van het torentje achter zich dichttrok en wind en regen hem, als gastheren die niet van bezoek wilden weten, in het gezicht begonnen te slaan.
Zo voorzichtig mogelijk haastte hij zich over het modderige pad dat ter hoogte van de herberg eindigde op een uit stroken grind en aangestampte aarde samengestelde rijweg. Volgens het zelf getekende plannetje dat Bills Sychs hem had opgestuurd, moest hij de herberg letterlijk rechts laten liggen en de weg tot over de helling zo'n tweehonderd meter verderop volgen. Daarachter, weer zo'n tweehonderd meter verderop links, op het einde van een bergafwaarts lopend, licht kronkelend pad, moest zich de vuurtoren bevinden. Het plannetje was net zo eenvoudig als correct. Van zodra de biograaf de top van de helling had bereikt, zag hij in het daarachter gelegen dal de vuurtoren liggen. Vanop een korte afstand leek hij zich gevaarlijk dicht bij de rotsachtige kustlijn te bevinden, klaar om bij de eerste extreem heftige storm door de golven te worden weggespoeld. Echt groot was hij niet; de biograaf schatte hem maximaal zo'n twintig meter hoog en beslist smaller dan tien. Onderaan had hij twee rode ringen, voor de rest was hij wit, behalve het stalen framewerk van de grotendeels uit glas bestaande lichtbaak, dat opnieuw rood was. De buitendeur onderaan was zwartgelakt en boogvormig.
De biograaf verliet de weg en daalde het licht kronkelende pad af, dat ondanks de regen van de afgelopen uren tamelijk droog was. In een kleine straal rondom de vuurtoren was de aarde opvallend vlak en bedekt met as waarop iedere voetstap een even scherp als droog gekraak veroorzaakte. Toen de biograaf de voordeur bereikte verscheen er een tevreden glimlach op zijn lippen. Eindelijk was het zo ver: na een lange treinreis, een vermoeiende busrit en een nacht in een vochtige en koude kamer, had hij eindelijk zijn bestemming bereikt. Rechts van de deur, op ooghoogte, zat een klein koperen naamplaatje waarin in sierlijke zwarte letters de naam Bill Sychs stond gegraveerd. Van een bel was evenwel geen sprake. De biograaf keek naar boven terwijl hij kort de veronderstelling maakte dat Bill Sychs geen bel hoefde omdat hij iedereen vanop een afstand kon zien aankomen. Maar van zodra hij de dwaasheid van zijn veronderstelling inzag, wierp hij een blik op de deur en zag hij dat deze op een nauwe kier stond. Na een korte aarzeling besloot hij dat hij zich zonder problemen naar boven kon begeven. Hij klopte voor alle zekerheid aan en wachtte even alvorens naar binnen te gaan en de deur voorzichtig terug op een kier te zetten.
Had ik mij een vuurtoren zo moeten inbeelden? vroeg hij zich af: een steile, betonnen draaitrap omgeven door een buisvormige wand in zacht grijs. Het schoot hem nu te binnen dat hij zich niet eerder had afgevraagd wat hij van een vuurtoren mocht verwachten.
De toren mocht dan wel niet hoog zijn, aan de trap leek geen einde te komen. Even voorbij halfweg passeerde de biograaf een raampje in de vorm van een patrijspoort van waar men een goed zicht had op de aanrollende zee. Maar het enige waar de biograaf aan dacht toen hij een korte blik door het raampje wierp, was dat het tijdens stormweer een angstaanjagende aanblik moest bieden. En dan, zo opeens, stond hij in een ronde ruimte met kleine, rechthoekige ramen die te hoog zaten om er doorheen te kunnen kijken. Het vertrek was gevuld met eenvoudig meubilair: een houtkacheltje, een bureau, een boekenkast, een eetkamerkast, een kleine tafel met vier stoelen, een fauteuil en een salontafeltje. De vloer werd zo goed als helemaal ingepalmd door een rond, wollig tapijt van ringen in diverse schakeringen van groen, een paar keer onderbroken door een ring van vergeeld wit. De biograaf keek even in het rond om zich dan naar het smalle, ijzeren draaitrapje te begeven dat tussen de boeken- en eetkamerkast zat geprangd en verder naar boven liep.
'Hallo, is daar iemand?!' riep hij. Hij was van mening dat hij zich al genoeg had veroorloofd en was niet van plan nog dieper in de private omgeving van de vuurtorenbewoner binnen te dringen. Er kwam echter geen antwoord, ook niet toen hij nogmaals, behoorlijk luider, 'Hallo!!' riep.
Omdat er weinig anders op zat dan te wachten maakte hij zijn trenchcoat los en ging hij in de fauteuil zitten. Met niets om handen begon hij nogmaals in het rond te kijken. Hij mocht zich dan wel in een vuurtoren bevinden, nergens viel er iets te bespeuren wat een maritiem karakter had. Geen afbeeldingen van schepen, geen verwijzingen naar de zeer nabije zee, geen gadgets die verband hielden met de scheepvaart; alleen wat doordeweeks meubilair en een verzameling boeken met titels die -voor zover hij die vanop een afstand kon aflezen- nergens lieten verstaan de kust of haar omgeving als onderwerp te hebben.
De biograaf kon zich niet inbeelden dat Bill Sychs lang kon wegblijven. Tegelijkertijd stelde hij zich de vraag of Bill Sychs soms één van die mensen was die een overdreven blind vertrouwen in de mensheid had. Per slot van rekening bleef je voordeur open laten terwijl je weg was, zelfs al was je woonst een afgelegen vuurtoren waarin weinig kostbaars te rapen viel, altijd een uitnodiging voor dieven en inbrekers.
Nadat hij een paar tientallen seconden zo goed als bewegingloos had gezeten, werd de biograaf overvallen door een vreemde gewaarwording. Hij kreeg het gevoel zich in een glazen klok te bevinden die gevuld was met een bijzondere mix van twee geluiden: die van eindeloze stilte en gierende wind. Het leek alsof hij in een ander, beperkt en luchtledig universum was beland waarin de geluidcombinatie hem binnen de kortste keren in een soort van trance zou doen belanden. Zo meteen, dacht hij, vallen mijn ogen dicht en ben ik vertrokken. En die gedachte was nog niet koud of zijn oogleden werden zwaar.
'Ha, u bent er al!'
De droomtoestand spatte als een zeepbel uit elkaar en de biograaf was opnieuw klaarwakker. Een lange, magere man in smoking, met in de ene hand een paraplu en in de andere een goed gevulde boodschappentas, kwam op hem toegelopen.
'Neem me niet kwalijk dat ik zo ben binnengevallen,' verontschuldigde de biograaf zich, terwijl hij recht veerde. 'Maar omdat de deur beneden op een kier stond, ging ik er van uit dat u thuis was.'
De man in smoking begon breed te glimlachen. Zijn lange, smalle gezicht had iets rubberachtig, alsof hij het tussen de vingers kon pakken en enkele centimeters uitrekken zonder pijn te voelen. Zijn haren waren tamelijk kort, zeer licht krullend en lagen nat en platgedrukt op zijn schedel.
'Geen probleem, mijn beste, de voordeur staat altijd open,' zei hij. Hij zette de boodschappentas neer, legde de paraplu op het draaitrapje en stak, terwijl hij terug op de biograaf toe liep, zijn rechterhand uit. 'Bill Sychs, om u te dienen.'
Sprakeloos schudde de biograaf Bill Sychs de hand. Hoewel hij zich in zijn verbeelding nooit echt een voorstelling had gemaakt van de man, zag hij er toch helemaal anders uit dan hij had verwacht van iemand die had besloten zijn dagen in een vuurtoren te slijten. Een smoking aantrekken om boodschappen te doen was al niet meteen alledaags, maar helemaal bizar was zijn ogenschijnlijk letterlijk rekbare gezicht. Niet dat hij daardoor een misbaksel leek, maar in combinatie met de smoking en zijn gestalte paste hij eenvoudigweg niet bij een vuurtoren. Wat de biograaf betrof had een prairie-indiaan net zo goed zijn intrek kunnen nemen in een Chinese pagode.
'Trek uw jas toch uit, mijn beste, en maak het u gemakkelijk.' De verwondering van zijn gast leek Bill Sychs compleet te ontgaan. 'Ik ga even de boodschappen wegzetten.'
'Zal ik u helpen?'
Bill Sychs wierp een korte blik op de boodschappentas en antwoordde: 'Dat hoeft niet, dank u wel. Ik breng de tas naar boven en pak alles later wel uit. Of nee, wacht, ik laat ze hier gewoon staan en doe het straks wel. Het heeft geen haast.'
Daarop trok de biograaf trok zijn trenchcoat uit en ging hij weer zitten.
'Koffie? Thee? Iets sterkers?'
De biograaf moest even nadenken. Hij had koffie gedronken bij zijn ontbijt, maar die had niet veel voorgesteld. Als koffieliefhebber had dat hem danig ontgoocheld en hij zag er niet naar uit om weer een onkundig gezette kop voorgeschoteld te krijgen.
'Is de koffie vers?' vroeg hij.
Bill Sychs wees naar de boodschappentas.
'Heb net verse gekocht. In boontjes. Zo blijft hij het best bewaard. Ik maal enkel wat we nodig hebben.'
'In dat geval, koffie graag,' glimlachte de biograaf hoopvol. 'Zwart.'
'Komt er zo aan,' zei Bill Sychs, waarop hij in de boodschappentas begon te rommelen. Even later kwam daar een pak koffie uit tevoorschijn dat hij mee naar boven nam.
Nu had hij net zo goed de boodschappen kunnen meenemen, dacht de biograaf, op wie Bill Sychs een amusante indruk begon te maken. Er volgde wat gestommel en gevolgd door het klagende geluid van een kleine, elektrische koffiemolen. De biograaf was benieuwd hoe Bill Sychs de koffie uiteindelijk zou opschenken en was aangenaam verrast toen hij even later naar beneden kwam met een dienblad waarop twee metalen koffiefilters stonden.
'Dit is wat mij betreft nog altijd de beste manier om koffie te zetten.'
'U neemt me de woorden uit de mond,' antwoordde de biograaf opgelucht..
Bill Sychs zette het dienblad op de salontafel, pakte een stoel en ging tegenover zijn bezoeker zitten.
'Als jongere vrijgezel ging ik zo goed als iedere zondag in de stad naar de bioscoop. Daar in de buurt was een bekend koffie- en ijssalon waar ze deze filters gebruikten. Ik kon het erg goed vinden met één van de diensters, een vrouw die op haar pensioen afstevende en omwille van haar iets tragere actieradius niet goed lag bij haar jongere collega's. Als het kon nam ik altijd plaats aan één van de tafels waarvoor zij verantwoordelijk was, wat ze wist te waarderen omdat andere vaste klanten meestal voor het omgekeerde kozen. Toen ze eindelijk de leeftijd bereikte waarop ze haar welverdiende rust mocht opnemen, schonk ze me deze filters stiekem cadeau. Het was het enige wat ze ooit van haar baas ontvreemd had, zei ze, niet zonder enige schaamte, maar mijn dankbaarheid maakte veel goed.' Bill Sychs staarde even in het ijle en gaf een kort hoofdknikje, alsof hij een ingebeelde vraag beantwoordde. 'Mmm, ja, dat was een goede en lieve vrouw.'
'Zo'n eenvoudige attenties zijn het koesteren waard,' zei de biograaf.
'Absoluut,' beaamde Bill Sychs. 'Er gaat zo goed als geen dag voorbij dat ik geen koffie met één van deze filters zet.'
De biograaf hield zijn hoofd schuin om de koffie beter te zien doorlopen. De glazen kop onder de filter was al voor de helft gevuld met zo goed als zwart extract.
'Het zijn museumstukken,' liet hij zich bewonderend ontvallen.
'Misschien wel,' zei Bill Sychs, 'maar ik geef ze niet weg. Ja, later, als ik er niet meer ben, dan mag één of ander museum ze wel hebben, maar tot dan blijven ze hier. Hoe zou ik anders mijn koffie moeten zetten?'
Hij schoot in een kort lachje dat de biograaf met een brede glimlach beantwoordde.
'Maar even wat anders, mijn beste: hoe is uw reis verlopen?'
De biograaf ging even verzitten.
'Zonder problemen, al moet ik toegeven dat ik blij was toen ik eindelijk aan uw deur stond.'
'Hmm, voor u is het natuurlijk een heel eindje. In feite is het voor iedereen zelfs een heel eindje. Waar de mensen het ooit vandaan gehaald hebben om hier een dorp te stichten… En dan heb ik het nog niet over deze vuurtoren gehad. Totaal overbodig.'
'Overbodig?'
Bill Sychs haalde de schouders op, nam het dekseltje van de filter, legde dit omgekeerd op tafel en zette de net leeggelopen filter er op.
'Hij heeft amper gefunctioneerd. Iets langer dan drie maanden heb ik me laten vertellen. De scheepvaartroutes werden toen verlegd en de vuurtoren had geen nut meer. De baken heeft naar het schijnt nog een maand langer gewerkt, omdat de vuurtorenwachter er nog was, maar toen die vertrok was het voorbij. Nadien heeft de vuurtoren meer dan vijf jaar leeggestaan, tot de vorige eigenaar hem kocht. Voor een habbekrats!'
De biograaf klakte met zijn tong. 'Dat lijkt me al een bijna even waanzinnig verhaal als dat van de middeleeuwse toren achter de herberg.'
'Mmm, inderdaad. Een mens zou zich de vraag kunnen stellen: waarom is dit dorp niet beroemd omwille van zijn twee volkomen nutteloze torens?'
'Het is wat weinig als toeristische attractie, vrees ik, zeker omwille van het afgelegen karakter van deze plek.'
'Mmm, misschien. Maar toeristen zijn een raar volkje. Veel van hen zitten er niet mee in om urenlang onderweg te zijn om één enkele bezienswaardigheid te bezoeken, hoe onnozel die ook mag zijn.'
'Misschien moet u het idee een keer voorleggen aan het gemeentebestuur, om de torens als zodanig te promoten.' Bill Syches schudde het hoofd en nam het dekseltje van de tweede filter om deze er vervolgens op neer te zetten.
'Sinds de burgemeester verdwenen is, houdt het gemeentebestuur zich nog alleen maar bezig met de lopende zaken.'
'De burgemeester is verdwenen?'
'Mmm…' Bill Sychs keek de biograaf met een zorgelijke oogopslag aan. 'Hij is er uit getrokken met een vreemde vrouw. Niemand in het dorp wil het geweten hebben, maar feiten zijn feiten.'
'Met een vreemde vrouw?'
Bill Sychs zuchtte en nipte voorzichtig van zijn koffie.
'Nog een beetje warm,' zei hij, waarna hij de koffie weer neerzette. 'Er deden al geruime tijd geruchten de ronde dat er een vreemde vrouw door het dorp dwaalde. Overdag liet ze zich niet zien en niemand wist waar ze woonde. Er werd verondersteld dat ze haar intrek had genomen in een van de leegstaande huisjes aan de oostrand. Die zijn eigendom van een immobiliënmaatschappij in de stad waar niemand contact mee heeft. Iedereen gaat er van uit dat de huisjes vroeg of laat zullen worden afgebroken, want het zijn weinig meer dan oncomfortabele krotten waar geen mens in geïnteresseerd is. Maar daar moet die vrouw dus wel een tijdje gewoond hebben, want een andere verklaring voor haar aanwezigheid was er niet. Zelf heb ik haar maar één keer gezien, toen ze op een heldere avond zo opeens op de top van de helling verscheen. Ik stond toevallig in de lichtbaken van de avond te genieten toen ik haar in de gaten kreeg. Ik had gedacht dat ze wel een blik op de vuurtoren zou richten maar dat deed ze niet. Ze keek de hele tijd pal voor zich uit, naar het noorden. Ze droeg een lang wit gewaad dat net zo goed een nachtjapon had kunnen zijn. Haar lichaamsbouw hield het midden tussen slank en mollig en ze leek me op zijn minst één meter tachtig groot. Haar haren waren erg lang, zwart als de nacht en wapperden als een aan flarden gereten vlag met de noordenwind mee. Meer kon ik vanuit de lichtbaken niet vaststellen. Hoe dan ook, onder de roddelende dorpelingen was ze al enige tijd het regelmatig terugkerende onderwerp van de dag toen de burgemeester, al jaren weduwnaar zonder enig perspectief op een nieuw huwelijk, verdween. Een wanhoopsdaad werd meteen uitgesloten aangezien hij zijn hele hebben en houden had meegenomen. Er stak zelfs geen spijker meer in de muren van zijn huis, dat nochtans vol hing met schilderijen en ingelijste prentkaarten van de hand van zijn overleden vrouw -een kunstenares van het zevende knoopsgat, tussen ons gezegd en gezwegen. Hoe dan ook, niemand gaat mij vertellen dat hij er niet is tussenuit getrokken met die vreemde vrouw, aangezien zij sinds de dag van zijn verdwijning ook niet meer gezien werd.'
'Dat lijkt mij ook zo klaar als een klontje,' knikte de biograaf, waarna hij op zijn beurt van zijn koffie nipte om net zoals Bill Sychs vast te stellen dat hij nog wat warm was.

 

feedback van andere lezers

  • Greta
    Een lange aflevering, de sfeer is weer gezet.
    Bill in smoking ... tja. Zal er eens een gewoon mens zijn in je verhaal. :)
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 4

Uitstekend: 2 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 2 stem(men)
Er zijn 3 bezoekers online, waarvan 0 leden: .