writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

DE VUURTOREN (7)

door Koyaanisqatsi

7 HET VERHAAL VAN BILL SYCHS (1)
Mijn eerste herinnering dateert dus van toen ik me nog in het lichaam van mijn moeder bevond. Het geluid van de inslaande bom kan ik me nog steeds, na al die jaren, exact voor de geest halen. Het was geen scherpe knal, zoals men eerder zou verwachten, maar een plompe, doffe 'BOEM' gevolgd door een kortstondige golf van rollende bromgeluiden, nog het best te vergelijken met die van een onweer in de verte. Vanzelfsprekend was ik nadien lange tijd de mening toegedaan dat de beschermde omgeving van de baarmoeder mij de bominslag op die manier had doen ervaren, en dat hij in werkelijkheid anders, veel heftiger en vernietigender had geklonken, maar zoals later zou blijken, was dat dus niet het geval.
Natuurlijk was het geen oorlog toen de bom viel; de laatste oorlog lag al in een ver verleden, de meeste mensen hadden er al lang geen flauw idee meer van hoe vreselijk zo'n catastrofe wel was. Nee, stom toeval en vreselijke pech, niets anders, deed onze wijk ten prooi vallen aan die bom. Na een oefenvlucht op de terugweg naar zijn basis verloor een jachtbommenwerper van onze strijdmacht door een technisch mankement één van zijn bommen. Het projectiel had nog een korte afstand licht dalend afgelegd maar was vervolgens, door de weggevallen snelheid waarmee het vervoerd was, in een zo goed als loodrechte duik op één van de huizen in onze wijk terechtgekomen. Volgens deskundigen bleef daardoor de impact van de inslag nog min of meer beperkt. Was de bom bij wijze van spreken als een dalend vliegtuig de omgeving binnengedrongen dan waren, althans volgens deze experts, de gevolgen nog veel erger geweest -een magere troost voor de slachtoffers en een traumatiserende opluchting voor zij die van ieder fysiek onheil bespaard waren gebleven.
Dat het ongeluk voor mijn familie aparte gevolgen zou hebben, had alles te maken met mijn vader, een aardsconservatief man met een uitgesproken voorkeur voor een uiterst gedisciplineerde, zeg maar ronduit Spartaanse levenswijze. Als vertegenwoordiger van één van de meeste reactionaire partijen die ons land ooit kende, had hij een grondige hekel aan alles wat nog maar in de buurt kwam van liberalisme, vernieuwingsgezindheid of een laissez-faire mentaliteit. Hij lag dan ook constant in de clinch met iedereen die er andere gedachten op na hield en was, een paar partijgenoten buiten beschouwing gelaten, een alles behalve graag geziene figuur. Dat veranderde drastisch nadat de bom viel. Op de dag van de ramp zelf onderscheidde hij zich al door zich op te werpen als een onverschrokken eerstelijnshulpverlener en steun en toeverlaat voor de getroffenen, van welke aard of politieke signatuur ze ook mochten zijn. De volgende dagen, weken en maanden zou hij vechten als een leeuw om de belangen van, in de eerste plaats de slachtoffers, en in de tweede plaats de hele wijk, te verdedigen. Voor de slachtoffers slaagde hij er in om, bij zowel de overheid als privé-verzekeraars, op het vlak van financiële tegemoetkomingen het onderste uit de kan te halen, en terzelfder tijd wist hij de wijk te behoeden voor de geldzucht van enkele projectontwikkelaars, die van de omvangrijke vernieling wilden profiteren om een zakencentrum en een residentieel kwartier uit de grond te stampen -wat op middellange termijn het einde van onze volksbuurt zou betekenen. Het leverde mijn vader de reputatie op van onverzettelijk, streng en op het randje van hardvochtig, maar tegelijkertijd met het hart op de juiste plaats voor de man in de straat en, niet onbelangrijk voor een politicus, die van een uitermate correct en betrouwbaar mens. Het was dan ook geen wonder dat toen hij jaren later kwam te overlijden, zowat de hele buurt, inclusief zijn meest fervente politieke tegenstanders, hem met welgemeende droefheid een laatste eer kwam betuigen en mijn moeder en ik met nog meer respect werden bejegend dan voordien.
Maar terug naar de bom en het onwaarschijnlijke feit dat ik als ongeborene getuige was van haar inslag. Tot op de dag dat mijn ouders dit ontdekten had ik hier zelf niet het minste besef van. Mijn eerste herinnering was die fameuze 'BOEM', maar uiteraard was ik te jong om ook maar de minste inschatting van het bewuste tijdstip van registratie te kunnen maken. Wat mij betrof had de ontploffing plaatsgehad in een verleden dat niet in tijd kon worden uitgedrukt. De gebeurtenis lag achter me, ergens, en een nauwkeuriger aanwijzing was er niet.
De dag van de openbaring was een zwoele zomeravond. Ik was nog maar enkele weken in staat om, weliswaar korte maar niettemin fatsoenlijke volzinnen te formuleren, en flarden van het leven in mijn geheugen op te slaan. Ik zat samen met mijn ouders op de grote fauteuil waar ik me steeds tussen hen beide in wrong om mee teevee te kijken; tenminste, tot de klok van acht sloeg, want dan kon ik me maar beter naar mijn bed reppen om aan een reprimande van mijn strenge vader te ontsnappen. Op zeker ogenblik klonk er een onverwachte donderslag, gevolgd door een kortstondige golf van rollende bromgeluiden. Verrast maar niet geschrokken keek ik opzij, eerst naar mijn moeder, vervolgens naar mijn vader, waarna ik me liet ontvallen dat het precies had geklonken zoals 'die vorige keer'. Mijn vader schoof meteen naar de rand van de fauteuil, mijn moeder reageerde niet, waarschijnlijk omdat ze verdiept was in wat zich op de beeldbuis afspeelde.
'Hoorde je dat, Melanie? Hoorde je wat Billy zei?' vroeg mijn vader. Hij sprak altijd ernstig, maar nu klonk hij zo serieus dat de schrik me om het hart sloeg. Bij mijn weten had ik niets onfatsoenlijks gezegd maar wat wist ik op mijn leeftijd van vocabularium om daar zeker van te zijn?
'Wat?' vroeg mijn moeder, lichtjes geïrriteerd omdat haar aandacht werd opgeëist.
'Heb jij Billy ooit van de bom verteld?'
'Ik?'
'Ja.'
'Nee. Niet dat ik weet.'
'Ben je daar zeker van?'
'Natuurlijk. Waarom zou ik dat knulletje met dat vreselijke verhaal opzadelen?'
Mijn hoofd ging heen en weer, van moeder naar vader en terug, als een toeschouwer die zich enige inspanning moet getroosten om een tafeltenniswedstrijd te volgen. De angst voor een woede-uitbarsting van mijn vader had ondertussen plaatsgemaakt voor een bange nieuwsgierigheid naar wat mijn vader een bom en mijn moeder een vreselijk verhaal noemde.
'Maar… Heb je dan niet gehoord wat hij zei?'
'Jawel, euh… Nee. Wat zei hij dan?'
'Hij zei dat de donderslag van zonet precies klonk zoals die vorige keer.'
Toen viel er een korte stilte. Mijn vader verwachtte een reactie maar zijn woorden waren blijkbaar niet helemaal tot mijn moeder doorgedrongen. Even zocht ze naar een verklaring in mijn verbaasde blik maar omdat ze bleef zwijgen herhaalde mijn vader dat ik de donderslag van even tevoren had vergeleken met wat hij ditmaal de bominslag noemde.
'Ja, goed, en wat dan?'
'Wat dan?' Mijn vader keek me aan met een blik die ik niet anders kan omschrijven als tot aan de rand gevuld met vaderlijk verantwoordelijkheidsgevoel. 'De jongen heeft overschot van gelijk. Het klonk precies hetzelfde. Ik zei niks, maar ik dacht precies wat Billy dacht. Alleen, ik, wij, hebben die bominslag meegemaakt.'
Opnieuw viel er een stilte. Mijn moeder keek mijn vader met enige argwaan aan, alsof hij had aangekondigd dat hij voor het werk op reis moest en dat ze hem niet helemaal vertrouwde. Toen wendde ze zich tot mij en vroeg, als een moeder die vraagt om de dader van een kwajongensstreek verklikken: 'Heeft iemand jou verteld hoe dat klonk, Billy, dat van die bom?'
Ik begreep niet waar de vraag vandaan kwam. Zonder de minste aarzeling schudde ik nee, maar omdat mijn ouders er nu beide het zwijgen toe deden, alsof ik op mijn beurt niet geloofd werd, zei ik: 'Zo klonk het, die vorige keer, dat weet ik nog.'
'Hoe kan je dat nu weten, Billietje? Je was niet eens geboren!'
De stem van mijn moeder klonk zoals ik ze nog nooit had gehoord. Hoe klein ik ook was, ik hoorde er allerlei trillingen in die weinig goeds voorspelden. Toen kon ik er nog geen namen op plakken, maar nu zou ik zeggen dat er ongeloof, vertwijfeling, en angst en wanhoop, alsof mij iets ergs was overkomen, als dunne nylondraden doorheen haar stembanden waren gespannen. Gelukkig, vooral voor mij, bewaarde mijn vader zijn kalmte. Hij legde een hand op mijn schouder en vroeg rustig: 'Ben je zeker, Billy, dat niemand je van de bom heeft verteld?'
Dankzij zijn geruststellende en vertrouwenwekkende hand , schudde ik opnieuw en ditmaal pertinent het hoofd.
'Nee, papa. Niemand heeft mij van een bom verteld. Wat is een bom?'
Mijn moeder zei geen woord meer. Ze keek afwisselend naar mij, mijn vader en de beeldbuis en luisterde naar mijn vader terwijl die mij met eenvoudige bewoordingen uitlegde wat een bom was en wat zo'n ding enkele jaren eerder, toen ik me nog in de baarmoeder van mijn moeder bevond, in onze buurt had aangericht. Mijn moeder sprak pas opnieuw toen ze me een twintigtal minuten later in bed stopte. Toen zei ze zacht, zoals alleen een moeder een kind dat te slapen wordt gelegd kan toespreken: 'Weet je, Billy, jouw papa heeft zich toen, die dag, en de volgende dagen, als een held gedragen. Wees daarom altijd trots op hem.'
Het leed geen twijfel dat mijn moeder in positieve zin over mijn vader sprak maar ik had er op dat ogenblik geen flauw benul van wat een held was. Ik was echter nog te zeer verward door wat zich op de fauteuil had afgespeeld en dus weerhield ik me er maar van om te vragen wat ze precies bedoelde. Voor ze afscheid van me nam, kamde ze teder met haar vingers door mijn haren en glimlachte ze me toe als een goede fee. Daarna draaide ik me op mijn zij en keek naar het Disney-klokje dat op mijn nachtkastje stond. De klok kon ik vanzelfsprekend nog niet lezen maar uit de stand van de wijzers kon ik klaar en duidelijk opmaken dat we al ruim acht uur gepasseerd waren. Het ongelofelijke -ik had later dan acht uur mogen opblijven - was gebeurd!

 

Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 3

Uitstekend: 1 stem(men), 50%
Goed: 1 stem(men), 50%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 2 stem(men)
Er zijn 3 bezoekers online, waarvan 0 leden: .