writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

DE SUKKELAAR Hoofdstuk 3 Verstoppers

door koyaanisqatsi

De kruin van een treurwilg was niet meteen de eenvoudigste plek om zich te verbergen, maar een geraffineerd netwerk van touwen, katrollen en enkele planken maakten het Ocwirk toch nog redelijk comfortabel. De avond viel, de agenten krasten op, de secretaresse vertrok in hun kielzog. Ocwirk nam het zekere voor het onzekere en wachtte tot het aardedonker was om naar beneden te komen. Maar hij had nog maar amper de begane grond aangeraakt of een naderend blauw zwaailicht joeg hem weer de boom in. Vastbesloten opnieuw enige tijd boven te blijven zocht hij z'n vertrouwde stekje op maar daar aangekomen stuitte hij tot z'n verbazing op een ietwat bizar ogende, naar lavendel ruikende figuur: een klein kaal ventje met dikke grijze bakkebaarden en een rode aardappelneus, gekleed in bijna lachwekkend ouderwetse kleren.
'Wat kom jij hier doen, snotaap?' gromde het ventje terwijl hij een lantaarn met een amper brandende kaars in Ocwirks gezicht duwde.
'Ik zou u hetzelfde kunnen vragen,' repliceerde Ocwirk.
Het ventje kneep met z'n rechterhand wangen en lippen bijeen, begon een schrapend keelgeluid te maken en sloot bij wijze van demonstratief nadenken de ogen. Ocwirk duwde de lantaarn van z'n gezicht weg en zei: 'Wat dan ook, er is plaats genoeg voor ons allebei.'
Het ventje schrok op, trok z'n ogen zo wijd mogelijk open en zei: 'Maar wie zegt dat het bij ons zal blijven? Iedere dag stikt het hier in de buurt van de verstoppers. En deze treurwilg mag gezien zijn structuur dan wel de laatste van alle bomen zijn die volloopt, dat er vanavond geen volk meer bijkomt is hoogst twijfelachtig.'
'En wat komen die verstoppers hier dan allemaal doen?' vroeg Ocwirk.
'Zich verstoppen, wat anders? Jij toch ook, naar ik veronderstel? Je zou wel een idioot zijn als je voor een andere reden in een boom zou kruipen. Maar kom, het heeft geen zin het mekaar moeilijk te maken. Sta me toe m'n lantaarn even op te hangen aan dat katrolletje hier, zodat ik plaats voor je maken.
Ocwirk hielp het ventje z'n lantaarn vastmaken en ging naast hem zitten. De plank die dienst deed als zitje begon alarmerend te kraken maar het ventje legde een hand op Ocwirks dijbeen en zei: 'Maak je maar geen zorgen, deze houtjes zijn het één en ander gewoon. Daar donder je zomaar niet doorheen. En ik kan het weten, want ik heb ze zelf geïnstalleerd; in alle bomen...'
De kaars in de lantaarn dreigde uit te doven waardoor Ocwirk en z'n gezelschap gereduceerd werden tot donkere nog nauwelijks voor elkaar zichtbare silhouetten.
'Hebt u geen nieuwe kaars bij?' vroeg Ocwirk.
'Jawel,' zei het ventje, 'maar ik gebruik m'n kaarsen altijd tot het ab-so-lu-te einde. Weet je, als je zoals ik, jaren aan een stuk, dag-in-dag-uit, 's nachts de bomen inkruipt, dan ben je aan het duister gewend. Niet dat ik nu beter kan zien in het donker, maar het went gewoon: de duisternis.'
'En waarom kruipt u al zo lang in de bomen?' wilde Ocwirk weten.
'Dat ben ik vergeten,' antwoordde het ventje, 'maar zelfs als ik het me nog zou herinneren, zou je niks wijzer worden. Want volgens een aloude traditie geeft niemand prijs waarom hij zich in de bomen schuilhoudt. Ik heb jou toch ook niet naar het waarom gevraagd.'
'Dat hebt u wel,' zei Ocwirk, 'u vroeg het zelfs al meteen toen we mekaar in de ogen keken.'
'Nee-ee,' verbeterde het ventje. 'Ik vroeg WAT je kwam doen, niet WAAROM... Al geef ik toe: dat was een ongelofelijk domme vraag, want natuurlijk kon je je alleen maar komen verstoppen. Hoewel... Je weet maar nooit, tenslotte is niets met zekerheid te zeggen. Je kon net zo goed een zeldzaam nieuwsgierige boswachter zijn, of, erger nog: een inspecteur van de Dienst Parken en Plantsoenen. Want die snuiters weten toch nooit wat aan te vangen met hun zee van tijd. Bah, nietsnutten...'
'Maar u verbergt zich dus wel?'
'Dat zal je me niet horen ontkennen,' antwoordde het ventje bloedernstig. 'En nogmaals, waarom anders zou een mens, het is te zeggen: een gewone sterveling als ik, de bomen inkruipen?'
Een plotse rukwind blies enkele grote spleten in het dichte gebladerte van de treurwilg. Ocwirk zag hoe het blauwe zwaailicht dat hem opnieuw naar boven had gejaagd in de verte wegdeemsterde.
'Nou,' zei hij, 'ik hoef me alvast niet langer te verbergen en dus ga ik maar weer naar beneden. Nog een goeie avond, meneer...?'
'Schwarzenbeck. Hans-Georg Schwarzenbeck,' antwoordde het ventje terwijl hij Ocwirk de hand schudde. 'Ik weet het: het is een afgrijselijke naam, maar er valt niks aan te doen. "Schwarzenbeck" heb ik geërfd van mijn voorvaderen, en met die idiote "Hans-Georg" zit ik opgezadeld dankzij m'n ouders; twee vreselijke mensen die werkelijk nergens voor deugen. Lanterfantende, bierzuipende, uit de diepste holten der aarde afkomstige rioolratten, dat zijn het! En nu die twee toch ter sprake zijn gekomen, zou ik je willen vragen hen deze brief te bezorgen. Hij zit al jaren in de binnenzak van mijn jasje en het wordt hoog tijd dat die twee creaturen hem onder ogen krijgen. Veel zal het hen wel niet schelen, daarvoor zijn het te grote egoïsten, maar het moest toch eens van m'n hart. Ik heb het kort en bondig gehouden, maar tegelijkertijd heb ik eens flink m'n gedacht gezegd. En toegegeven: mals ben ik zeker niet geweest, maar dat was dan ook quasi onmogelijk voor die twee ellendelingen.'
Ocwirk wilde eigenlijk beleefd weigeren maar Schwarzenbeck had al een vergeelde envelop in z'n handen geduwd en z'n eigen handen in z'n broekzakken gestopt, waardoor hij zo goed als voor een voldongen feit stond.
'Dan hoop ik wel,' zuchtte hij, 'dat uw ouders hier niet ver vandaan wonen, want ik heb nog het één en ander te doen.'
'Oh maar da's geen probleem,' antwoordde Schwarzenbeck, 'ze wonen vlakbij. Dichterbij kunnen ze zelfs niet wonen, want ze houden zich op in het eerste huis dat je tegenkomt.'
'Het eerste huis dat je tegenkomt?'
'Inderdaad.'
'In welke richting?'
Schwarzenbeck waagde het z'n handen opnieuw te voorschijn te halen en sloeg ze onbegrijpend op z'n kale voorhoofd.
'Wat bedoel je daar nu mee? Hier beneden kàn je toch maar één enkele richting uit!'
'Oja?'
'Maar ik begrijp het al, ik begrijp het al,' zei Schwarzenbeck. 'Jij bent de zoveelste zelfzuchtige njetzegger. Het is te veel gevraagd, is het niet? Mijn simpel verzoekje, om een brief in de fikken van m'n ouwe luitjes te gaan duwen, is te veel gevraagd...'
'Ik vind het huis wel,' gaf Ocwirk zich gewonnen en hij begon aan een voorzichtige afdaling naar de ladder. Die was echter verdwenen, en daarmee was een wel vrij vervelend probleem ontstaan. Want vanop de hoogte waar hij zich bevond langs de boomstam naar beneden klauteren stond op z'n zachtst uitgedrukt gelijk met een ernstige zelfmoordpoging.
En nu? dacht Ocwirk, overvallen door een zweem van radeloosheid. Schwarzenbeck kon hem, als ervaren boomzitter, misschien wel helpen, maar zou hem hoogstwaarschijnlijk opnieuw van onwil beginnen beschuldigen; zou hem er misschien zelfs van gaan verdenken de ladder opzettelijk te hebben laten verdwijnen. En blijven zitten waar hij zat, was natuurlijk ook geen oplossing. De verlossing van zijn dilemma viel echter al zo goed als meteen bijna letterlijk uit de lucht want Schwarzenbeck kwam als een echte aap aan een touw naar beneden geslingerd, klampte zich weinig zachtzinnig vast aan de boomstam en vroeg: 'En? Ze is al weg zeker?'
'De ladder bedoelt u?'
Schwarzenbeck knikte en zei: 'Dat was te verwachten. Tijdens de nachten van zaterdag op zondag worden de ladders meestal weggehaald. Neem me niet kwalijk, ik had er eerder aan moeten denken en je verwittigen.'
'En dat betekent?'
'Dat betekent, in principe, dat we tot maandagochtend in boom moeten blijven. Nu, als het een troost mag wezen: van zodra de ladders weg zijn, komt er natuurlijk niemand meer bij, hetgeen in ons geval betekent dat we de boom voor ons tweetjes hebben en dus een rustige periode tegemoet gaan.'
'Maar voor mij hoeft het niet meer!' viel Ocwirk uit. 'Voor mij heeft het geen enkele zin hier te blijven. Integendeel, ik heb nog een dringende afspraak vanavond.'
Schwarzenbeck haalde z'n lantaarn vanachter z'n rug tevoorschijn en ontstak eindelijk een nieuwe kaars, waardoor er een beetje licht in de duisternis opflakkerde.
'Ik begrijp je probleem meer dan wie ook,' zei hij, 'tenslotte zie ik je zelf ook liever nu dan morgen of overmorgen vertrekken - mijn brief, weet u wel. Maar geen nood; als de dame van "Klaargemaakt Eten" langskomt, kan u altijd vragen of u haar laddertje mag gebruiken.'
'De dame van "Klaargemaakt Eten"?'
'Ja, wat dacht u? Dat wij, verstoppers, het hier ganse dagen zonder eten en drinken uitzingen? Jongen toch; wat ben jij een wereldvreemd kereltje. De dame van "Klaargemaakt Eten" komt iedere dag langs, met kant en klare maaltijden en drank. Geen alcoholhoudende dranken weliswaar, wegens te gevaarlijk. In de bomen blijf je maar beter broodnuchter want voor je het weet volstaat één doordeweeks biertje om je in de dieperik te laten tuimelen. Er doen trouwens genoeg geruchten de ronde over sukkels die zo idioot waren zelf drank mee te brengen om zich vol te gieten en vervolgens op een weinig zachtzinnige manier naar de begane grond terugkeerden. Met alle nefaste gevolgen vandien welteverstaan.'
'En wanneer komt die dame langs?' vroeg Ocwirk ongeduldig.
'Op onbepaalde tijdstippen,' antwoordde Schwarzenbeck. 'Maar ik denk dat je geluk hebt, want ik ruik opgewarmde kip, wat zoveel betekent als dat ze in aantocht is.'
Ocwirk snoof lucht op maar de enige geur die hij gewaarwerd was de geur van de loofboom waarin hij nu al ettelijke uren bij wijze van spreken zat opgesloten. Vrolijk werd hij daar niet van, al moest hij toegeven dat die geur al heel wat aangenamer was dan de storende lavendelstank die Schwarzenbeck met zich meezeulde.

 

feedback van andere lezers

  • annvanbyl
    Leuk verhaal, creatief en speciaal ! Ik denk dat ik -als mijn maag begint te knorren - ook boomwaarts trek, en wacht op die dame van "Klaargemaakt Eten" !
    koyaanisqatsi: oppassen met die kant en klare maaltijden!!

    (bedankt)
  • zwartkopje
    Uitstekend! Ik kijk uit naar het vervolg.
    Nooit gedacht om het als boek uit te brengen?

    gr.

    zwartkopje
    koyaanisqatsi: da's een lang verhaal... (op zich)
    anyway, thanks!
  • lilKim
    Absurditeit ten top! I'm loving it
    koyaanisqatsi: thanks
  • feniks
    Knap, Luc.
    Jouw verhalen verdienen meer waardering.
    Een tip misschien : lees en becommentarieer ook eens vaker iets van iemand anders.
    koyaanisqatsi: ja, de tip begrijp ik... alleen, ik worstel met tijdsgebrek, vandaar dat ik al blij ben zelf nog zo nu en dan aan het schrijven te geraken...
    maar alvast bedankt
  • aquaangel
    psssssst.........

    goed werk .......x
    koyaanisqatsi: thnks xxx
  • Wee
    Een ventje dat naar lavendel ruikt, met een lantaarn met een kaars; dat moet een kabouter zijn.
    Laat die fantasie maar los, daar komen wondermooie verhalen van.
    x
    koyaanisqatsi: xxx
  • doolhoofd
    https://www.wardsci.com/stibo/low_res/10163477.jpg

    Waar gaat dit naartoe...
    koyaanisqatsi: Wist ik het maar... :-(
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 15

Uitstekend: 1 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 1 stem(men)
Er zijn 5 bezoekers online, waarvan 0 leden: .