writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

DE SUKKELAAR Hoofdstuk 4 Een Onsmakelijke Vertoning

door koyaanisqatsi

EEN ONSMAKELIJKE VERTONING

Schwarzenbeck had het bij rechte eind. De dame van "Klaargemaakt Eten" stond zo opeens aan de voet van de treurwilg en plaatste met de nodige omzichtigheid een aluminium schuifladdertje tegen de stam.
Zoals min of meer verwacht kon worden, kreeg Ocwirk onmiddellijk toestemming om het laddertje te gebruiken. Hij nam gauw afscheid van Schwarzenbeck -die hij toch maar een bizarre snuiter bleef vinden- maar moest wel nog eerst plechtig beloven de brief meteen, én zonder de minste aarzeling (!), te gaan afgeven.
'Je kan maar beter geen seconde verliezen,' verdedigde Schwarzenbeck z'n aandrang, 'want m'n ouders zijn de wispelturigheid zelve en voor je het goed en wel beseft zijn ze naar de andere kant van de wereld verhuisd.'
Waarom heb je dan zo lang met die brief rondgelopen? dacht Ocwirk, maar hij was al lang blij opnieuw naar de begane grond te kunnen, en zweeg.
'Kan ik u misschien een liftje aanbieden?' stelde de dame van "Klaargemaakt Eten" voor, 'ik moet nog maar één boom bevoorraden en ben vervolgens de rest van de avond zo vrij als een vogeltje.'
'Dat is erg vriendelijk,' zei Ocwirk, 'maar ik heb meneer daar boven beloofd een brief aan z'n ouders te gaan bezorgen en...'
De dame van "Klaargemaakt Eten" legde zonder enige schroom een hand op Ocwirks mond, trok hem naar haar autootje, duwde hem er vervolgens ietwat brutaal in en fluisterde: 'Smijt die brief maar weg. De ouders van meneer Schwarzenbeck zijn al jaren geleden één of andere terroristische organisatie gaan vervoegen. En niets wijst erop dat ze ooit zullen terugkeren. Hun huis is verkocht, hun huisdieren -een papegaai, een landschildpad, een axolotl en een stokoude hond- zijn opgehaald door het asiel en hun bankrekeningen hebben ze allemaal opgezegd. Overigens, ze hadden al lang voordien alle contact met hun zoon verbroken. Wat ook geen verrassing was, aangezien het nooit boterde tussen die drie.'
'Dat had ik al wel begrepen,' merkte Ocwirk op.
'Hoezo?!' viel de dame van "Klaargemaakt Eten" uit, alsof haar een grove belediging naar het hoofd werd geslingerd, 'wie denkt u wel te zijn, zo maar conclusies over derden te mogen trekken?'
Compleet verrast door de plotse uitval -het mens had hem even tevoren nog poeslief een liftje aangeboden!- viel Ocwirks mond sprakeloos open. En de verwarring werd nog groter toen de dame van "Klaargemaakt Eten" hem vervolgens een schouderklopje gaf en breed glimlachend de vraag stelde: 'En waar moet u eigenlijk naar toe, m'n allerliefste jongen?'
'Tja,' zei Ocwirk, meer blazend van opluchting dan sprekend, 'dat is moeilijk te zeggen. Ik zou m'n wagen bij iemand moeten ophalen maar heb er geen flauw idee van waar de persoon in kwestie woont.'
De dame van "Klaargemaakt Eten" stak een hand op en zei: 'Laat dat maar aan mij over. Maar eerst gaan we bij mij thuis dineren bij kaarslicht. Ik heb nog een paar gerechtjes over en het zou al moeten lukken als je tussen al dat lekkers je gading niet zou vinden.'
Ocwirks hoofd stond helemaal niet naar een dineetje bij kaarslicht maar net zo zeer had hij wel rammelende honger. En als de dame van "Klaargemaakt Eten" beweerde dat ze hem kon helpen met het terughalen van z'n auto, wie was hij dan om aan haar woorden te twijfelen?
Even later stoof het wagentje van "Klaargemaakt Eten" met Ocwirk als passagier de nacht in. De rit ging bergop, bergaf, naar links, naar rechts, en langs enkele slapende dorpjes en één daverende discotheek, om na een klein half uur te eindigen bij een midden in een moerassig veld neergeplaveid, op z'n minst vijftien verdiepingen tellend flatgebouw.
De dame van "Klaargemaakt Eten" reed haar wagentje tot vlak voor de ingang, gooide een oranje geringd sleuteltje op Ocwirks schoot en zei: 'Hier m'n jongen, appartement honderd één, op de eerste verdieping, je kan niet missen. Ik ga even de auto parkeren. En doe me een pleziertje: pak een stevige douche, want zo kunnen we echt niet aan tafel. Je stinkt uren in de wind naar lavendel en dat is echt niet meer van deze tijd.'
Ocwirk deed meteen wat er van hem gevraagd werd. Niet omdat hij van nature zo gehoorzaam was, maar omdat hij de gedachte naar lavendel te stinken nauwelijks kon verdragen.
Kamer honderd één lag helemaal achterin een lange, smalle gang die de eerste verdieping van het flatgebouw als het ware in tweeën spleet. Ocwirk vond het vervelend dat er geen bel naast de deur zat, want hoewel de dame van "Klaargemaakt Eten" hem door middel van een sleutel vrije toegang had verleend, wilde hij voor alle zekerheid en uit primaire beleefdheid z'n komst kenbaar maken. Hij klopte dan maar zachtjes aan en wachtte even alvorens het sleuteltje in het sleutelgat te steken. Het slot draaide onmiddellijk met een geoliede klik open, waarna de deur automatisch op een nauwe kier sprong. Ocwirk stapte voorzichtig naar binnen, knipte het licht in de inkomhal aan en vond deze van een zodanig doordeweekse normaliteit dat z'n gezonde dosis voorzichtigheid in één klap oploste in z'n dringend verlangen zich van die rotte lavendelstank te verlossen. Hij zocht en vond in een oogwenk de badkamer, deed als een gedisciplineerde gast het licht in de inkomhal uit, en stond seconden later onder de douche.
Met de sproeikop op scherp liet hij minutenlang harde waterstralen op z'n door de emoties van de dag afgepeigerde lichaam stromen. Langzaam maar zeker keerde hij terug tot een zekere staat van rust, voor zo ver dat in zijn geval mogelijk was natuurlijk. Maar dan werd zo opeens het douchegordijn opengetrokken en kwam hij oog in oog te staan met een poedelnaakt, in een doorschijnend plastiek regenjasje gestoken, stokoud vrouwtje.
Ocwirks hart sloeg tegen z'n ribben; z'n handen graaiden naar z'n ingezeepte kruis, waardoor hij klunzig het flesje douchegel liet vallen, en z'n benen begonnen te wankelen als de dronken ledematen van een zuiplap.
'Ja, u zal wel even plaats moeten maken voor Oma, meneertje.'
Langzaam, als een opkomende zon, kwam het hoofd van een verpleegster vanachter het oudje tevoorschijn. Ze reikte Ocwirk een witte, met gouden sterretjes bestikte badjas aan en bekeek hem alsof haar priemende, kastanjebruine ogen het aanschouwen van een wildvreemde naakte man als dagelijkse kost beschouwden.
Razend van schaamte rukte Ocwirk de badjas uit haar handen. De oude vrouw staarde met een glazige, onomkeerbare dementie verradende blik naar de grond en schuifelde moeizaam langs hem heen tot onder de onophoudend water spuiende sproeikop.
'Ja zeg!' sakkerde Ocwirk, 'zou ik misschien in alle rust en sereniteit vanonder de douche mogen komen?!'
'Pfoeh!' proestte de verpleegster, 'meneertje toch, dan kent u Oma nog niet: als zij vindt dat het tijd is voor haar douche, dan is er geen kruid tegen haar gewassen.'
'En waar slaat dit allemaal op?! Waarom draagt deze dame een regenjasje? En waarom moet ik met deze onsmakelijke vertoning geconfronteerd worden!?'
'Wat zegt u nou?!' reageerde de verpleegster geamuseerd, 'onsmakelijk? Oma's figuurtje mag er nog best wezen. U zou er van versteld staan, hoe goed ze nog in de markt ligt. Zelfs bij jonge snaken! En dat regenjasje, dat dient simpelweg om haar te beschermen tegen het water.'
'Tegen het water? Mevrouw moet beschermd worden tegen het water, maar wil wel koste wat kost onder de douche...'
'Hoh, meneertje, wat bent u grappig,' zei de verpleegster, 'precies doen alsof u een oude vrouw haar dingetje niet gunt; heel grappig.'
'En waar zijn m'n kleren naar toe?!' vloekte Ocwirk.
'Die zitten in de wasmachine, meneertje. Ze stonken een beetje, dat zal u toch ook wel gemerkt hebben. Naar lavendel nota bene... Maar geen nood. We laten ze gewoon een uurtje spoelen, duwen ze voor ongeveer net zo lang de droogkast in, jagen er vervolgens een strijkijzertje over heen en klaar is kees.'
'Maar daarmee zit ik hier al wel op z'n minst twee uur vast,' luidde Ocwirks bitse conclusie.
De verpleegster deed of ze hem niet had gehoord en verlegde haar aandacht naar het oude vrouwtje. Ze duwde Ocwirk opzij en riep: 'Geef maar een gil als je het beu bent, Oma! Ik zit in de woonkamer!'
Oma reageerde niet in het minst, bleef duidelijk bij haar standpunt dat het leven zich onder haar, op de grond afspeelde, maar de verpleegster was er blijkbaar gerust in, want ze trok het douchegordijn dicht, draaide zich om en liep ontspannen de badkamer uit. Ocwirk ging haar niet meteen achterna. Hij bekeek het vage beeld van z'n beteuterde gezicht in de aangedampte badkamerspiegel en vroeg zich af waar hij in hemelsnaam terechtgekomen was.
'Komt er nog wat van, meneertje? Straks wordt het eten koud.'
De verpleegster had haar hoofd opnieuw in de badkamer gestoken en leek niet van plan daar enige verandering in te brengen voor Ocwirk in beweging kwam.
'Moet u eens wat weten?' gromde Ocwirk, 'daarstraks had ik grote honger, maar dankzij u en uw Oma is mijn eetlust compleet vergaan.'
'Kleine correctie-ie-ie!' probeerde de verpleegster te zingen als een sopraan -het resultaat was ronduit belachelijk. 'Oma is helemaal mijn oma niet, maar mijn patiënte. En kom, laat u toch niet door zo'n akkefietje van de wijs brengen, meneertje. De tafel staat vol met het allerlekkerste eten. Eén aanblik van dat vreetfestijn en uw eetlust is in een oogwenk weergekeerd.'
'Dat betwijfel ik sterk,' zuchtte Ocwirk, maar omdat in de badkamer blijven rondhangen ook niet echt een alternatief was, liet hij zich toch maar mee naar de eetkamer tronen.

 

feedback van andere lezers

  • duivelstrikje
    en je hebt er gelijk in, dit verhaal vertelt verschrikkelijk goed!
    liefs, fien
    koyaanisqatsi: van harte bedankt voor de positieve commentaar
  • zwartkopje
    en toen???
    hihi...

    Een zinnetje zou ik weglaten : het mens had hem even tevoren nog poeslief een liftje aangeboden! (in de voorgaande zin laat je al zien dat hij verbaasd is.

    gr.

    zwartkopje, die hongerend uitkijkt naar het vervolg
    koyaanisqatsi: zal effe checken... thnks
  • lilKim
    Waar gaat de wereld toch heen: poedelnaakte, in een regenjas gehulde bomma's?? Ik probeer het mij vooral niet voor te stellen
    koyaanisqatsi: ik ook niet...
  • feniks
    effe in één ruk het vervolg lezen....
    koyaanisqatsi: flink!
  • Wee
    Ik wil het wel lezen, maar hoef 't ook niet te zien :)
    x
    koyaanisqatsi: da's het zalige voordeel van literatuur natuurlijk ;-)
  • doolhoofd
    http://1.bp.blogspot.com/_xKsb_MwCNsE/SdfJ0tHhgqI/AAAAAAAAAJg/6TjR9RB5sSw/S1600-R/bizzaro-world-fb-lg.jpg
    koyaanisqatsi: thanks bro'
Enkel ingeschreven gebruikers kunnen stemmen.

Totale score: 12

Uitstekend: 1 stem(men), 100%
Goed: 0 stem(men), 0%
Niet goed: 0 stem(men), 0%

totaal 1 stem(men)
Er zijn 8 bezoekers online, waarvan 0 leden: .