writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

ALEXANDRIA

door koyaanisqatsi

ALEXANDRIA

Samen met Nomvete stapte spanning de shebeen binnen. De blikken van de aanwezigen drukten onverschilligheid uit maar dat was slechts schijn, want innerlijk werd er zowat door iedereen gevloekt. De sfeer in de kroeg was uit gewoonte al vrij somber en met de komst van deze onuitstaanbare idioot kon ze alleen maar verslechteren. Of hij nu nuchter of straalbezopen was, Nomvete stond model voor onverdraaglijk vervelend en kon zijn medemens op geen enkele andere manier een plezier doen dan door z'n hielen te tonen.
'Bantoes!' bromde hij, hees van dronkenschap.
Niemand reageerde. Salomon, de uitbater, droogde het glas af dat hij wilde klaarzetten om voor Sisulu limonade uit te schenken. Sisulu moest zo wat de enige geheelonthouder uit de wijk zijn en het verbaasde Salomon zelfs dat hij nog zo laat wat kwam drinken. Hij beoefende op vrij ernstig niveau atletiek en werd maar zelden na tien uur gezien.
'Salomon, de gebruikelijke dosis!' lalde Nomvete terwijl hij met z'n vlakke hand op de toog sloeg. Hij liet z'n wazige blik langs het armtierige interieur gaan in de ijdele hoop één van z'n marginale soortgenoten te herkennen om een praatje mee te slaan. Z'n ogen hielden even halt bij het groepje jongeren dat in één van de hoeken aan een ronde tafel zat. Hij herkende ze vaag als leden van één of andere zogenaamd politiek actieve bende die hij smalend "het nieuwe ANC" noemde.
Sisulu was de eerste die opmerkte dat er ter hoogte van z'n kruis bloed op Nomvete's broek zat. Toen hij Salomon hier met een hoofdgebaar op attent maakte haalde deze slechts de schouders op. Het was niet de eerste en zou beslist ook niet de laatste keer zijn dat Nomvete er smerig bijliep. Waarschijnlijk was hij van zattigheid gevallen, had hij een hand of wat dan ook opengehaald en er niet beter op gevonden dan het bloed aan z'n broek af te vegen.
'Nou, Salomon, komt er nog wat van?' stamelde Nomvete. 'Komaan man, geef op, ik heb wat te vieren.'
Salomon ontkurkte een bierfles, gebaarde dat hij geld wilde zien en wachtte. Nomvete maakte mompelend kinderachtige geluiden, ging in z'n broekzak en smeet een handvol muntstukken op de toog.
'Hier, da's alles wat ik nog heb. Geef me zoveel zuip als ik er voor kan krijgen en hou de rest. Want zoals ik al zei: ik heb vandaag wat te vieren.'
Sisulu dronk z'n limonade leeg en vertrok. Omdat z'n vrouw met de kinderen op familiebezoek was in Soweto had hij de eenzaamheid willen verdrijven door iets te gaan drinken. Maar nu Nomvete op het toneel was verschenen verkoos hij om onder te lakens te kruipen en in z'n eentje de volgende dag af te wachten.
Nomvete draaide een paar keer om z'n as en begreep niet waarom niemand wilde weten wat hij dan precies te vieren had. Wanhoop veinzend stak hij z'n armen in de lucht om ze vervolgens met een diepe zucht te laten zakken.
'Stel je voor,' zei hij, 'dan staat Lazarus op uit de doden en niemand die het een bal interesseert. Want zo is het, mijn medebantoes, zo is het. Nomvete is vandaag herrezen! Genezen! Verlost van de levende dodenziekte!'
Salomon ruimde een tafel af, de jongeren in de hoek wenkten hem, Nomvete zeurde verder tegen niemand behalve zichzelf.
'Maar het is geen mirakel! Geen godgeschenk! Oh nee, Nomvete heeft god niet nodig. Nomvete zorgt voor zichzelf! Geneest zichzelf als het ware!'
Hij omklemde z'n flesje bier, zette het aan z'n lippen en begon het gulzig en met diepe, klokkende geluiden leeg te drinken. Om zich ervan te vergewissen dat hij geen druppel achterliet hield hij flesje naar het peertje aan het plafond dat als enige lichtbron dienst deed.
'Salomon, de volgende!' zei hij half boerend.
Salomon begaf zich terug achter de toog, graaide het exacte bedrag voor een nieuw biertje van Nomvete's geld weg en haalde weer een fles boven.
'Tja,' ging Nomvete verder, 'en achteraf bekeken was het stom om er zo lang over na te denken. Ik had het al veel eerder moeten doen. Maar ja, een mens hoort ook zo veel en weet op de duur niet meer wat te geloven. In ieder geval, het teringwijf dat me die smerige hoerenziekte in m'n nek heeft gedraaid blijft maar beter uit m'n buurt. Want nu ik genezen ben, voel ik m'n krachten met de seconde toenemen. Haar kutsmoel fijnmalen zal ik, als ik haar te pakken krijg, de vuile slet. Nomvete met HIV opzadelen!' Opnieuw dronk hij zo snel hij maar kon z'n fles leeg. Z'n slokdarm kon nauwelijks volgen maar op één of andere manier sloeg hij er toch in zich niet te verslikken.
'In ieder geval...' -hij zette de fles met een klap op de toog en vroeg Salomon met een wuivend gebaar naar een volgende-, '...het geneesmiddel is héél wat aangenamer dan de kwaal. In feite kan ik jullie, bantoes, het zelfs aanraden. Zo'n maagdje, het heeft wel wat. Tsja... En in het begin dacht ik nog: "Kom, ik pak dat wijfje, duw hem erin en maak er korte metten mee." Maar verdomme, die Millie Radebe heeft al zo'n aardige tietjes voor haar leeftijd dat ik me er maar een tijdje mee geamuseerd heb. Hoe oud zou dat poppetje eigenlijk zijn, bantoes? Iemand enig idee? Ouder dan twaalf kan ze toch niet zijn, vermits ze meestal in haar lagere schooluniform rondloopt...'
Eindelijk was Nomvete erin geslaagd de aandacht van de aanwezigen voor zich op te eisen. Alleen, hij was ondertussen te bezopen om het te merken. De jongeren in de hoek hadden zich allemaal naar hem gekeerd, het vuur in hun donkere ogen sprak boekdelen. Een paar oudere stamgasten wilden hem ook wel op een razende blik trakteren maar Nomvete was een boom van een vent en bovendien zelfs in beschonken toestand een geducht straatvechter.
Salomon zette de fles die hij had gepakt terug en begon te trillen.
'Het bier is op, Nomvete,' sprak hij moeilijk. 'Trouwens, ik ga sluiten...'
'Dat kan je toch niet menen?' trok Nomvete een pruillip.
Hij krabde zich op het achterhoofd, liet opnieuw een boer en maakte enkele vulgaire smakgeluiden.
'Maar... Maar waar moet ik dan naar toe? M'n feestje is nog lang niet ten einde...'
Salomon schoof hem de overschot van z'n geld toe. Waggelend botste Nomvete tegen de toog aan. De jongeren stonden op en verlieten de shebeen zonder enig teken van afscheid. De laatste van hen keek net voor hij de deur achter zich dichttrok nog een keer met ogen vol haat naar de zuiplap die moeizaam z'n geld bijeen grabbelde.
Salomon vroeg zich terecht af waar Nomvete altijd weer de poen vandaan haalde om drank te kopen. Hij was de grootst denkbare leegloper en had sinds z'n vrouw een paar maanden eerder was weggelopen geen enkel inkomen meer. En toch slaagde hij er telkens weer in zich te bezatten. Was hij misschien, zoals in de tijd van de apartheid werd gesuggereerd maar nooit bewezen, nog steeds een informant van de politie? Of hield zich in het grootste geheim bezig criminele zaakjes? Salomon wist het niet en wilde het ook niet weten. Hetgeen zonet aan z'n oren was gekomen was al erg genoeg. Niet dat het nieuw was -soortgelijke verhalen hadden al een paar keer de ronde gedaan- maar het was wel de eerste keer dat het zo vlakbij was gebeurd: een seropositieve kerel die denkt zich van zijn doodsvonnis te verlossen door sex met een maagd te hebben. Wat een achterlijke klootzakken liepen er toch rond in Alexandria!
Nomvete strompelde naar buiten. Het was nog abnormaal warm voor de tijd van het jaar, de hemel was gevuld met sterren en een halve maan die zich vlijmscherp aftekende tegen een pikzwarte achtergrond. De combinatie duisternis-dronkenschap maakte Nomvete bijna blind maar toch nam hij zich voor om op zoek te gaan naar wat hij "een teefje" noemde: een meisje dat de anonimiteit van de nacht indook om met haar lichaam wat geld te verdienen. Natuurlijk zou het beetje geld dat hem nog restte niet genoeg zijn, maar eens hij haar te pakken had kon ze kiezen: verrot geslagen worden of de benen spreiden. En voor HIV moest hij geen angst meer hebben: het was kinderspel ervan af te geraken; zoveel was wel duidelijk.
Ach, waarom had hij zich niet nog wat langer met Millie Radebe beziggehouden? Dan hij had nu misschien geen zin meer gehad in een vrouwenpoesje en naar huis kunnen gaan om z'n roes uit te slapen. Maar Millie Radebe was alsmaar verkrampter geworden en op het eind leek het wel alsof hij het met een plank deed en was de lol er natuurlijk af.
Nomvete sloeg een hoek om en passeerde het geïmproviseerde voetbalveld van het wijkteam. Hij wist dat even verderop, bij enkele autowrakken, meestal wel een hoertje te versieren viel. Als hun klanten om één of andere reden niet over een bed beschikten, gebruikten de meisjes meestal één van achterbanken van de voor de rest zo goed als kaalgeplukte auto's om hun zaakjes af te handelen.
Een vette grijns trok zich over Nomvete's lippen. Een slanke figuur kwam vanachter een stapel autobanden op hem toegestapt.
'Die teefjes hier zijn zo wanhopig dat ze recht in hun ongeluk lopen,' dacht hij vol minachting.
Het volgende ogenblik was hij volkomen blind. Een doffe, keiharde slag tegen z'n rechterslaap sloeg z'n hoofd zodanig opzij dat er een scheurende pijnscheut door z'n halsspieren trok. Hij wankelde naar links en dreigde op z'n zij te vallen maar kreeg twee messteken in de rug en sloeg voorover op z'n gezicht.
'Klootz...'
Een voetzool raakte hem vol op de mond, z'n bovenlip plantte zich in twee afgebroken voortanden. Hij wilde zich oprichten maar kreeg een regen van stenen naar z'n hoofd; instinctief probeerde hij zich met z'n armen te beschermen. Een stalen buis verbrijzelde een elleboog, een steen deed een wenkbrauw openspatten. Nomvete wilde brullen als een gewond beest maar z'n keel schoot vol bloed en deed hem rochelend naar adem happen. Een bebloed mes flitste doorheen de duisternis en boorde zich dwars door z'n linkerwang. Het zwart voor z'n ogen vermengde zich met rood. Nog voor hij goed en wel weerstand had kunnen bieden geraakte hij compleet verlamd. Het gezicht van Millie Radebe sprong als een spook z'n hoofd binnen. Drijvend in tranen staarden haar afgewende ogen naar een ingebeelde vluchtweg. Haar naakte schouders schokten alsof ze net een epilepsieaanval had doorworsteld.
Nomvete's lichaam werd door een kraan van armen omgedraaid. Zwevende silhouetten, beschenen door een zilveren halve maan, bogen zich dreigend over z'n zieltogende lijf. Spuug en fluimen plensten als een regenbui op z'n verminkte gezicht neer, een genadeloze trap in z'n kruis verpletterde z'n teelballen.
'Dit is voor Millie Radebe, met de groeten van het nieuwe ANC,' zei een jonge mannenstem in z'n oor, waarna een grote platte steen z'n hoofd verbrijzelde en Nomvete daadwerkelijk van zijn HIV verlost werd.

 

feedback van andere lezers

  • Theo_Roosen
    Ik geef je een uitstekend voor de vorm, de inhoud en de stijl. Het is nog morgen, niet goed wakker en dan zo'n gedetailleerde geweldscène. Ik gruwel er nog van, maar is wel een bewijs van uw schrijftalent. Amaai !
    koyaanisqatsi: tot uw dienst...
  • gono
    Als die geen koppijn achteraf had.............
    koyaanisqatsi: en een kater...
  • stormvonk
    Te vroeg
    te hard
    te goed
    koyaanisqatsi: te zeer op feiten gebaseerd... helaas...
  • RolandBergeys
    Wrang, cynisch op sommige momenten, schitterend geschreven over heel de lijn.

    Als je zin hebt, ga naar mijn column Pernod.
    koyaanisqatsi: thnks
    I will...
  • aquaangel
    uitstekend weer

    enne al een beetje beter nu??

    fijne zondag xx
    koyaanisqatsi: thnks Dame A.
    ja, stilaan terug onder de levenden...
    xx
Er zijn 5 bezoekers online, waarvan 0 leden: .