writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

WACHT MAAR, TOT GOD ONS HOORT (5)

door koyaanisqatsi

5. AAN DE ANDERE KANT VAN DE STAD

Ondertussen vertoefden Mwamba Kazadi en Stefan Oganesian aan de andere kant van de stad. Ze waren uit eigen beweging op zoek gegaan naar een geschikte plek om de tent te installeren, kwestie van geen tijd te verliezen van zodra het Ministerie van Cultuur toestemming had gegeven om er werk van te maken.
Ondanks de enorme aantrekkingskracht van de wielerwedstrijd bleken heel wat mensen het belang van de tent niet vergeten. Bijna iedereen vond het uitstel behoorlijk jammer en sommigen begrepen niet waarom het opstellen van de tent niet kon samengaan met de wielerwedstrijd.
'Ik denk dat de boekhouding van het Ministerie van Cultuur onmogelijk zo'n prestigieuze operatie kan verdragen,' legde Mwamba Kazadi uit, maar in feite wilde hij alleen maar het gezicht van de stuntelende regering redden. (Het opstellen van de tent kostte de Derde Afrikaanse Republiek geen cent! De uitgever van het Magazine ter Bevordering van de Verspreiding van de Cosmopolitische Gedachte had een meer dan toereikend budget uitgetrokken.)
Ondanks de positieve ingesteldheid ten overstaan van de tent werd niemand bereid gevonden grond ter beschikking te stellen. Iedereen kwam, terecht, met hetzelfde excuus op de proppen: 'De tent op zich is niks, maar wat zullen de gevolgen zijn? Wij, Afrikanen, hebben in het verleden al te vaak tenten laten opstellen door anderen...'
Het probleem zou in een mum van tijd geklaard zijn geweest indien Stefan Oganesian met geldbiljetten was beginnen zwaaien. Dan zouden op geld beluste opportunisten zich zonder twijfel voor Oganesians restaurant hebben verdrongen om, desnoods met hun mooiste dochter als bonus, hun beste lap grond aan te bieden. Maar de uitgever was categoriek geweest: er zou geen cent extra worden opgehoest. En voor wat hoorde nu eenmaal wat.
Mwamba Kazadi had de moed al opgegeven toen Oganesian een nieuwe mogelijkheid ontdekte. Op het Plein van de Zevende Bevrijding werd een nieuw bankfiliaal geopend. Blauwe vlaggen, die de vrijhandel moesten symboliseren, versierden de gevels van een in Italiaans marmer opgetrokken, vier verdiepingen tellend gebouw. Om al te nieuwsgierige kijklustigen op een afstand te houden, had men voor de ingang een cordon met schilden en knuppels gewapende politiemannen geposteerd.
'Kom,' zei Oganesian terwijl hij Mwamba Kazadi bij de arm pakte. 'Laten we daar ons licht gaan opsteken.'
'Maar we zijn geen genodigden,' stribbelde Mwamba Kazadi tegen, 'en onze kledij is totaal ongepast.'
'Maakt niks uit. Mijn huidskleur opent nog altijd deuren die voor jou gesloten blijven,' zei Oganesian.
Hij baande zich een weg doorheen de menigte en stapte onverschrokken op het politiecordon af. En agent begon hem dreigend in de ogen te kijken, maar Oganesian keek net zo dreigend terug en vroeg, op het snauwende af: 'Scheelt er wat, officier?'
'Bent u een genodigde, meneer?' vroeg de agent beleefd.
'Wat zou ik hier anders doen? Kan u mij misschien een andere reden geven om dit godvergeten gat te bezoeken?'
De agent richtte een taxerend oog op Mwamba Kazadi, die zich, om zijn onzekerheid te verbergen; zo goed als letterlijk achter Oganesians rug had verschanst.
'U bent samen?'
Precies op tijd sloeg Mwamba Kazadi's angst om in doortastendheid: hij haalde zijn identificatiekaartje boven en zei: 'Ik ben de gids van meneer.'
De agent leek niet helemaal overtuigd maar wilde zich geen problemen op de hals halen. Hij had zijn handen al vol met opdringerige nieuwsgierigen, die zo naef waren te denken dat er vroeg of laat geld zou worden uitgedeeld. In andere omstandigheden zou hij die arrogante blanke beslist hebben laten voelen dat de tijden veranderd waren, maar zo erg waren ze nu ook weer niet veranderd dat hij in de schaduw van een bankfiliaal op zijn strepen kon staan zonder het risico een fikse uitbrander of zelfs erger op te lopen. Bovendien beschikte de slipdrager van die blanke wel degelijk over een doorslaggevend bewijs: een van staatswege uitgereikt identificatiekaartje was niet voor iedereen weggelegd.
Bij de ingang werden Oganesian en Mwamba Kazadi welkomd door twee hostessen. De meisjes boden hen toast met kaviaar, champagne en fruitsap aan, maar zowel Oganesian als Mwamba Kazadi gaven de voorkeur aan het bronwater dat even verder stiefmoederlijk op een lege buffettafel was achtergelaten.
De airco sloeg beide mannen als een poolwind in het gezicht. De filiaalhouder, een lange magere man, stond temidden van lachende gezichten te pronken met zijn sjerp.
'Hij moet kruislings worden gedragen, meneer Wemba,' giechelde een blanke vrouw. 'Niet om uw middel. Dan lijkt u te veel op een burgemeester. En wie wil er nu op iemand met zo'n zielige functie lijken.'
'Wie zijn die vreemd geklede mensen?' vroeg Mwamba Kazadi, terwijl hij naar een apart zaaltje wees.
'Dat zijn de afgevaardigden van het IMF en de Wereldbank,' merkte een ongeschoren blanke man op. 'Ze dragen speciaal voor de tropen ontworpen kogelvrije vesten en helmen. Die idioten doen het in hun broek, omdat ze in de waan verkeren dat de bevolking hier beseft hoezeer ze door hun organisties worden gekloot. Pfft, alsof in dat geval die stomme uitrusting wat zou uithalen.'
'En wie mag u wel zijn?' vroeg Stefan Oganesian. 'u, die zomaar uit het niets komt opduiken?'
'Kubrick,' is de naam,' antwoordde de man, terwijl hij een ongewassen hand naar Oganesian uitstak, 'waarachtig kritisch journalist, en bijgevolg werkloos.'
Twee breedgeschouderde mannen kwamen op het drietal toegestapt. Zowel Oganesian als Mwamba Kazadi waren ervan overtuigd dat ze ieder ogenblik bij de kraag zouden worden gevat maar het was Kubrick die het op een lopen zette.
De breedgeschouderde mannen schoven uiteen als een schuifdeur, een vrouw in oogverblindende kleren kwam gracieus op Oganesian en Mwamba Kazadi toegestapt.
'Onze verontschuldigingen, heren,' zei de vrouw. 'Meneer Kubrick was nochtans duidelijk gemaakt niet welkom te zijn. Wij hopen dat hij uw feestplezier niet al te zeer heeft vergald met zijn roddelpraatjes.'

 

feedback van andere lezers

  • RolandBergeys
    -slippendrager of slipdrager, weet het ook niet zo heel goed;

    -Meneer Kubrick was nochtans duidelijk gemaakt, dat hij niet welkom zou zijn, is dat niet beter?

    Leuk, wederom...
    koyaanisqatsi: thnks
  • Theo_Roosen
    Begin er meer en meer in te komen. Leuk verhaal.
    koyaanisqatsi: thnks
  • ivo
    je hebt hier wel een mooi verhaal liggen hoor amai, ik lees dit graag
    koyaanisqatsi: auteur buigt nederig het hoofd
  • freke
    heb de moeite gedaan om eerst de andere te lezen ook, zo heb ik een idee over de inhoud. Heel krachtig geschreven met verrassende wendingen.

    Groetjes, freke.
    koyaanisqatsi: thnks
  • Vansion
    grandioos
    (gisteren de trapezekunstenaar van Kafka herlezen ... moest aan jou denken ...)
    koyaanisqatsi: da's pas een compliment... vergeleken worden met de meester der meesters...
Er zijn 2 bezoekers online, waarvan 0 leden: .