writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

WACHT MAAR, TOT GOD ONS HOORT (9)

door koyaanisqatsi

9. HET VERVOLG VAN HET VERHAAL

De vermeende Boba Lobilo ging onverstoord verder met zijn verhaal. Hij was zo in de ban van zijn eigen vertelkunst dat de gestaag stijgende onrust onder de toehoorders ongemerkt aan hem voorbijging.
'Wat bezielt deze vrouw?' vroeg ik me af, ervan overtuigd haar nog nooit eerder gezien te hebben.
Maar ik was een vogel voor de kat. Betoverd door haar verschijning, en door haar parfum bijna letterlijk in het aangezicht gebeten, besefte ik te laat dat de militairen me in de limousine hadden geduwd.
"Hé, wat heeft dit te betekenen?!" riep ik uit, zo luid dat ik er het bewustzijn door verloor.
Ik werd wakker met de indruk nauwelijks één seconde buiten westen te hebben vertoefd, maar toch bevond ik me op een plaats ver van de plek waar ik was opgepakt. Ik zat op een stoel, in de achtertuin van een villa, aan de rand van een zwembad waarin enkele meisjes zodanig veel plezier maakten dat ze een oorverdovend lawaai veroorzaakten. Overal rondom groeiden hoge palmbomen krom als bogen in de richting van een ongrijpbare zon.
"Die zullen we er eens gauw afhalen," klonk het eensklaps achter me. Een oudere, zwaarlijvige vrouw kwam op me toegesloft met een scheermes in aanslag. Ze trok een ernstig maar rustgevend gezicht en zei hoofdschuddend: "Zo'n baard, meneer, da's toch niet van deze tijd."
Pas toen werd ik gewaar dat mijn hals, wangen, kin en bovenlip onder de scheerzeep zaten. Ik liet de vrouw begaan en een kwartier later voelde ik me als herboren: een gladschoren man, zonder kleerscheuren teruggekeerd uit een hachelijk avontuur.
De vrouw boog zich over een kommetje water en begon het scheermes schoon te maken.
"Meisjes," riep ze, "het werk is af!"
De meisjes, die me tot dan toe hadden genegeerd, kwamen één voor één uit het zwembad geklauterd om het resultaat van haar scheerkunst te bewonderen. Ze droegen nauwzittende badpakken in de kleuren van de Afrikaanse eenheid, hun borsten leken te barsten van de moedermelk. Ze wreven hun naar chloor ruikende handen in mijn gezicht, glimlachten tevreden en doken opnieuw het water in.
"Uw dochters?" vroeg ik.
"Nee, de mijne," antwoordde iemand vanachter mijn rug.
De onbeschrijfelijke vrouw kwam op me toegestapt.
"Uw dochters?" herhaalde ik ongelovig -ze leek me veel te jong om dochters te hebben die rijp waren voor het moederschap.
Maar ze knikte en zei met een grijns: "Het is niet zoals u het veronderstelt."
Ik wilde rechtstaan maar bleek aan de stoel te zijn vastgekleefd.
"U zal uw broek moeten uittrekken," zei de onbeschrijfelijke vrouw.
Ik fronste mijn wenkbrauwen en antwoordde: "Niet in het bijzijn van zoveel dames."
"U zal wel moeten," grijnsde ze opnieuw, "want dat is de bedoeling..."
"Bedoelt u, dat ik met opzet aan deze stoel ben vastgekleefd?"
De onbeschrijfelijke vrouw schudde het hoofd en antwoordde: "Helemaal niet. Waar haalt u het vandaan? Bent u soms vergeten hoe wij u gevonden hebben? U zit gewoon al veel te lang op die stoel. U bent er als het ware aan vastgegroeid. Althans, uw broek..."
De woorden van de onbeschrijfelijke vrouw klonken oprecht en waren zeker niet beledigend, maar toch werd ik uitermate boos.
"Ik eis meer duidelijkheid!" begon ik te schreeuwen. "Dit gekkenspel pik ik niet. Ik ben vergeten hoe u mij hebt gevonden! Waar gaat het met dit land naar toe? In welk land ben ik eigenlijk?"
De onbeschrijfelijke vrouw was niet het minst onder de indruk. Ze bleef ijzig kalm en klapte twee maal in haar handen. Een jong meisje in een schitterend gewaad van pas ontstane kleuren en met een prachtig geborduurd hoofddoek op het hoofd, kwam met een schaal van aardewerk op me toegestapt. Haar blote voeten maakten plensende geluidjes in het water dat de spelende meisjes over de rand van het zwembad hadden gemorst. Ze bleef pal voor me staan, dompelde enkele vingers in de schaal en besprenkelde mijn gezicht met waterdruppels zo koud dat ze dwars doorheen mijn huid leken te branden.
De onbeschrijfelijke vrouw, de zwaarlijvige vrouw en de meisjes in het zwembad waren opeens verdwenen. Het meisje met de schaal bleef voor me staan maar zei geen woord. Ik was vergeten dat ik aan de stoel vastkleefde en stond recht, wat plots geen probleem meer was. Het meisje beantwoordde de opluchting die op mijn gelaat verscheen met de glimlach van een maagd. Ze zette de schaal naast het scheergerei dat de vrouw op een tafeltje had achtergelaten, deed haar hoofdoek af, liet het kleed van haar lichaam glijden en sprong in het zwembad.
Toen galmde er een zodanige donderslag door de hemel dat ik dacht dat mijn trommelvliezen het begaven. Striemende regen begon in het rond te spuiten als een op hol geslagen tuinslang. Bliksemschichten deden de in een oogwenk vol gitzwarte inkt gelopen hemel naar alle kanten openscheuren. Een rukwind sloeg als een dronken wildeman tafels, stoelen en parasols omver. De palmbomen begonnen te kraken als oude, overladen kasten.
Ik vluchtte de villa in, die tot mijn verbazing onbewoond bleek -de muren waren kaal, de kamers leeg. Donderslagen bleven mekaar opvolgen als het tromgeroffel van een waanzinnig geworden krijger. Ik werd overvallen door dorst en ging op zoek naar de keuken om me aan de kraan te laven. Er hing evenwel een bordje aan de keukendeur waarop te lezen stond: "Drink niet van het water van de kraan, het komt rechtstreeks uit het zwembad." Ik opende dan maar een raam en maakte een kommetje met mijn handen om regenwater op te vangen maar alsof de duivel ermee gemoeid was, hield het op met regenen. De wolkenhemel rolde als een gordijn open, de zon begon meteen loodzwaar op de aarde te leunen. Mijn dorst werd ondraaglijk. Ik liep de villa uit en kwam in een straat terecht waar het dagelijkse leven zich alweer op gang had getrokken. Venters klampten voorbijgangers aan, chauffeurs bietsten vrachtjes, buurvrouwen wisselden de laatste roddels uit, kinderen speelden of vochten met mekaar. Ik stak de straat over en liep een winkeltje binnen om drank te kopen. De aanblik van hele schappen limonade en bier maakte mijn dorst moordend. Ik had al twee flessen limonade en één fles bier beet toen me te binnen schoot dat ik geen geld op zak had. Als een net op tijd tot inkeer gekomen dief zette ik de flessen terug, stapte op de winkelier toe, legde mijn probleem uit en deed een beroep op zijn menslievendheid om aan een glas drinkwater te geraken.
"Maar, u hebt toch geld," lachte de winkelier.
Zijn glimlach was te zachtaardig om een sadistisch genoegen in mijn lot te verraden, maar precies daardoor geraakte ik in verwarring en liet mijn spraakvermogen het afweten. Waarschijnlijk interpreteerde hij het uit mijn verlamde keel opborrelende gereutel als een verstikkingsverschijnsel, want ongerust sprong hij vanachter de toonbank om een beker regenwater uit een ton te scheppen.
'Hier, vriend,' zei hij, 'drinkt u maar zoveel u wilt.'
Terwijl ik de rand van de beker als een voedende tepel tegen mijn lippen drukte, plukte de winkelier iets uit het borstzakje van mijn hemd.
"Wat is dit hier dan, vriend?" zei hij, terwijl hij een bankbiljet in de hoogte stak. Het was het geld dat de man op de stoel me had gegeven.
"Compleet vergeten,' zei ik beschaamd.
"Maakt niks uit,' klopte de winkelier me op de schouder. Hij giechelde even, als was het een oprisping, gaf me het geld terug en ging weer achter zijn toonbank staan.
"Wat is mijn schuld?' vroeg ik.
"Niets," lachte de man opnieuw. "Wat uit de hemel valt, is voor iedereen."
Uit dankbaarheid besloot ik dan maar wat eten te kopen, ook al had ik geen honger. Ik begon zoete aardappelen en cassavebladeren uit te zoeken maar de winkelier schudde het hoofd en zei: "Daar hebt u het geld niet voor."
"Toch wel," repliceerde ik. Mijn hand was al onderweg naar het bankbiljet toen hij verduidelijkte: "Dat geld heeft hier geen waarde, meneer."
"Waar mag hier dan wel zijn?" wilde ik weten.
"De Derde Afrikaanse Republiek."
Ik geloofde hem niet, maar hij had gelijk. Uit het lood geslagen door zijn bewering vluchtte ik naar buiten. Als een blinde rende ik door een steeg, stak een straat over en liep jullie in de armen.'
Het verhaal was teneinde; de abrupte ontknoping veroorzaakte nog meer rumoer onder de toehoorders, maar de vermeende Boba Lobilo leek zich nog steeds van geen kwaad bewust. Met een doodernstig gezicht wachtte hij op enige commentaar of vragen. Een jeep reed aan hoge snelheid voorbij en besmeurde de achterste rijen wijkbewoners met opspattende modder. Dat was er te veel aan. Tew, vroeger een dorpsoudste, nu een wijkbewoner als de anderen, vocht zich met een baobabtak die dienst deed als wandelstok een weg naar voor en gromde: 'Laat me dat geld eens zien, want ik geloof niets van uw verhaal!'
De vermeende Boba Lobilo trok een verontwaardigd gezicht, maar begon daarna te grinniken.
'En als ik u het geld laat zien, gelooft u me dan? Hoe kan een bankbiljet de waarheid garanderen?'
Tew begon te stotteren en keek om zich heen, hopend bijstand te krijgen van iemand die verstandiger was dan hij. Een meisje in schooluniform wekte de indruk het woord te willen nemen, maar toen ze de verlossende glinstering in Tews ogen zag, slikte ze haar woorden weer in.
'Stomme geit,' dacht de oude man, en uit pure frustratie schreeuwde hij uit: 'J-jij bent Boba Lobilo niet!'
Een enorme lach van opluchting barstte boven de hoofden van de toehoorders los.
'Dat zien wij ook wel, onnozele stotteraar!' riep iemand.
'Waar haalt ie het?!' lachtte een ander. 'Deze heer lijkt in de verste verte niet op de wijkverantwoordelijke!'
Het was niet anders. Naarmate het verhaal was gevorderd, was de vermeende Boba Lobilo steeds meer op een onbekende gaan lijken. En net toen de ongelukkige Tew het niet langer had kunnen houden, was de laatste gelijkenis met de wijkverantwoordelijke volledig weggedeemsterd.

 

feedback van andere lezers

  • aquaangel
    gelezen en goed bevonden..



    enkele dingen:


    lachtte = lachte

    hoofdoek = hoofddoek

    plensende = plenzende

    nauwzittende = nauw zittende


    koyaanisqatsi: thnks
  • ivo
    het lees vlot .. en het is goed, als je zin hebt lees de marathon van mij ook maar eens
    koyaanisqatsi: ga ik doen

    thnks
  • RolandBergeys
    -ervan overtuigd dat ik haar nog nooit gezien had, klinkt m.i.
    natuurlijker;

    -ik dank van achter ipv vanachter;

    -wekte de indruk dat ze het woord wou nemen, lijkt me ook
    vlotter;

    -voorts volg ik Aqua wel.

    Ach, het zijn enkele dingen die mij opvallen, waar ik niet noodzakelijk gelijk in heb, ik stel maar...

    Het blijft sowieso een boeien.


    koyaanisqatsi: thnsk
Er zijn 3 bezoekers online, waarvan 0 leden: .