writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Het Verval (23)

door koyaanisqatsi

Vanochtend heb ik me opnieuw ziek gemeld. Aan de stem van de receptioniste te horen heerst er op het werk een algemeen ongeloof. Maar wat dan nog? Mijn dagen daar zijn heel waarschijnlijk geteld.
Ik maak een boottocht op de rivier, een uitstap die ik niet meer ondernam sinds mijn kindertijd. Er is opvallend weinig veranderd. De boot is niet luxueuzer, de bediening en het aanbod aan de bar is nog steeds sober, het enige dat anders is is het uiterlijk van de toeristen, hetgeen natuurlijk alles met de heersende modetrends te maken heeft.
Ik begeef me naar de voorsteven, waar ik mijn gezicht gewillig door een stevige wind in het gezicht laat slaan. Het geluid van het tegen de boeg opspattende water is rustgevend. Een zilte smaak nestelt zich in mijn mond, de geur van de boot vermengt zich met het aroma van het schuimende water en dringt strelend mijn neus binnen.

Mijn gedachten glijden af naar de herinneringen naar de boottochtjes met mijn vader. Met mijn plastieken verrekijker en mijn matrozenpetje beeldde me ik me in dat ik de kapitein was; de man die alles onder controle had, de meester van het schip en de rivier, de brave levensader van een wilde, alles opslokkende zee. Terwijl mijn vader een biertje dronk, nipte ik zuinig van mijn frisdrank, in de hoop er de hele boottocht van te kunnen genieten. Mijn vader was gefascineerd door de scheepvaart en bracht me sporadisch zijn kennis bij, zonder zijn passie aan me op te dringen.Gelukkig maar, want hoe graag ik ook voor kapitein speelde, ik trapte nog veel liever tegen een voetbal.

Een kliekje schoolkinderen komt de voorsteven inpalmen. Hun drukke gedrag jaagt me weg. Ik trek me terug in de ruimte waar de bar is geïnstalleerd en ga aan een tafeltje zitten dat trilt onder het zware stampen van de motoren. De jongeman achter de bar doodt de tijd met het oplossen van een kruiswoordraadsel. Er zijn weinig toeristen aan boord en het redelijk kille weer stuurt niet meteen aan op het consumeren van bier of frisdrank. Een bejaard koppel, helemaal in het wit gekleed, komt arm in arm de ruimte binnen en zet zich met enige moeite neer op één van de banken die langs de vier hoeken van het vertrek zijn gemonteerd. Ik kijk naar buiten, zie een paar meeuwen langs de boot scheren terwijl de oever op de achtergrond steeds meer gevuld wordt met golvend weiland. Heel ver weg kan ik nog net het silhouet van een windmolen herkennen. Eén van de begeleidsters van de schoolkinderen loopt langs bakboord voorbij en komt naar binnen. Het is een onfris ogende vrouw van middelbare leeftijd die nu reeds een vermoeide indruk maakt. Haar huid is onsmakelijk bleek, haar strakke T-shirt verraadt kleine borsten. Ze draagt een vormeloze broek met iets te korte pijpen en platte, fantasieloze schoenen. Over haar voeten -ze draagt geen kousen- lopen dikke aders als rivieren op een landkaart. Ze is over de ganse lijn onaantrekkelijk en toch windt ze me op. Wanneer ze langs me heen loopt wisselt ze een korte, norse blik met me. Ze gaat op de bank tegenover het bejaarde koppel zitten, haalt een pakje sigaretten uit haar handtas en steekt een sigaret op.
Haar een sigaret vragen zou een handig smoesje zijn om met haar aan de praat te geraken maar zou me nauwelijks verder helpen. Ze is gebonden aan de schoolkinderen en haar collega, een iets frivoler ogende, jongere vrouw, die duidelijk meer enthousiasme voor de boottocht kan opbrengen.

Carla daagt nog maar eens voor mijn ogen op. Langzaam maar zeker verandert zij van zalige ervaring in een ellendige kwelgeest. Ik voel me als de ezel uit de karikatuur die in beweging wordt gehouden door hem een onbereikbare wortel voor te houden en ga, hoewel ik al voorhand weet dat het eindresultaat geen enkele bevrediging zal opbrengen, in mijn portefeuille op zoek naar het telefoonnummer van een call-girl die ik enkele maanden geleden bezocht heb.

 

feedback van andere lezers

  • aquaangel
    puik!


    de geur van de boot vermengd
    de geur van de boot vermengT


    call girl
    callgirl

    kisss aqua
    koyaanisqatsi: nee hoor... uitgang van een werkwoord dat bijvoeglijk gebruikt wordt is afgeleid van het voltooid deelwoord, zijnde: vermengD

    call girl... nee, deelteken vergeten (zie Van Dale) call-girl


    xxxx
  • thijl
    De staccato vertelwijze wordt goed vastgehouden.

    vrijblijvend tipje:
    -Het is hier overigens wel vermengt, want het is de pv in de teg.tijd van de bijzin:'de geur van de boot vermengt zich met het aroma van het schuimende water'. En vermengt is hier niet als bijv nw, noch als voltooid deelwoord gebruikt, maar als ww.

    Groet,
    koyaanisqatsi: u hebt gelijk waarde, de oorspronkelijke zin was 'de geur vd boot vermengd met het aroma... sluipt strelend mijn neus binnen...'
    vandaar...

    excuses...
  • Vansion
    ik zou dit willen van bij het begin lezen
    ik denk dat ik het ook ga doen

    koyaanisqatsi: slecht voor de gezondheid...

    thnks
  • SabineLuypaert
    gut jij hebt zo leuke beeldspraken he :-d
    koyaanisqatsi: leuke?

    (grinnik)
  • muis
    vlot geschreven
    koyaanisqatsi: thnks
Er zijn 7 bezoekers online, waarvan 0 leden: .