writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

De Penseeltrekken van Ensor Buscapé (4 - De Verwerking)

door koyaanisqatsi

Ik kan me best inbeelden dat menig lezer tevreden glimlachend het vorige hoofdstuk achter zich heeft gelaten. Maar ik hen wel verzekeren, bij mij kon er geen lach af. Ik was de verpersoonlijking van stuurloze vertwijfeling, ziek van angst, levend met de verschrikkelijke overtuiging dat de luiheid van mijn hersens was bestraft met een banbliksem van extreem vroegtijdige dementie
Nadat ik als een slaapwandelaar mijn weg naar huis had vervolgd, trok ik me meteen terug op mijn kamer, een vochtig vertrek waar maar net een bed en een klein kastje in kon, en met een raam dat uitgaf op de zuidelijke wijken van de stad.
Omdat ons huis gesitueerd was in een straat die door een geologische samenloop van omstandigheden een stuk hoger lag dan de rest, kon ik over het algemeen enorm genieten van het panorama dat mijn kamer aanbood. Maar die avond kon ik slechts naar buiten gapen, ondersteboven als een ketter die even tevoren God zelf tegen het lijf was gelopen. De straten, de huizen, de daken, de antennes, de straatverlichting, het verkeer en de erbij horende mensheid, het leek allemaal op een schilderij waarvan de verf onheilspellend snel begon af te brokkelen. Zo nu en dan flitsten er beelden van de lezende Esmeralda voor mijn ogen, die ik beschouwde als goedbedoelde maar tot falen gedoemde pogingen van mijn hopeloze verliefdheid om mijn wanhoop door euforie te vervangen. Heel even overwoog ik om de niet onaanzienlijke voorraad alcohol van mijn vader aan te spreken, om mezelf en dan vooral mijn getormenteerde ziel te bezatten, te verdoven, zodat de orkaan van apocalyptische gedachten die door mijn hoofd raasde, al was het maar voor even, zou gaan liggen.
Maar de vrees om in dat geval nog verder het noorden kwijt te raken was nog groter dan de hoop dat het zuipen iets zou uithalen en dus begon ik simpelweg een denkbeeldige bergwand af te donderen, in de overtuiging dat vroeg of laat mijn hoofd tegen een rots zou te pletter slaan en mijn hersens in miljarden grijze cellen uiteen zouden spatten.
Na verloop van tijd hield ik het niet meer uit. Mijn kamer leek te krimpen, de vloer, de muren en het plafond kwamen steeds dichter op me af, ik dreigde te stikken of als een kakkerlak te worden platgedrukt. Ondanks de weerzinwekkende vrees zo opeens weer in Esmeralda's kamer te staan, ging ik opnieuw de straat op, waar het ondertussen opgetreden schemerdonker nog een schep bovenop de griezeligheid van mijn ondersteboven gegooide bestaan deed. Ik zette het op een lopen, zigzaggend tussen de drukke menigte die als naar gewoonte de smalle straten van onze volkswijk tussen valavond en middernacht herschiep in een pandemonium van zenuwachtige bedrijvigheid. Op de vlucht voor mezelf, of beter: voor de onverklaarbare hiaten in mijn kop, probeerde ik de ziel uit mijn lijf te lopen, tot ik in een slecht verlichte, nauwe steeg over twee uitgestoken benen struikelde, een buiklanding maakte en mijn kin verschroeide. Een stevige schaafwond brandde zich meteen in mijn kinnebak maar verschafte behalve de typische pijn waarmee zo'n soort kwetsuur gepaard gaat, ook een lichte vorm van herstelde helderheid. Opgelucht dat ik niet bovenop Esmeralda was getuimeld, kroop ik overeind om me, met een zekere graad van dankbaarheid, tegenover de eigenaar van de benen te verontschuldigen.
'Neem me niet kwalijk, ik was gehaast,' hijgde ik in de richting van het bijna zwarte silhouet dat zich in het verlengde van de benen bevond.
'Kom eens dichterbij, jongen…' reageerde een vrouw. Haar stem klonk ongemeen somber, alsof ze zich in de nabijheid van een stervende ophield.
Ik aarzelde natuurlijk, alleen al omwille van het ontbreken van een herkenbaar gezicht, maar nog steeds dankbaar voelde ik me verplicht om te gehoorzamen. Schoorvoetend deed ik een paar stappen voorwaarts, tot twee benige, met dikke aders overwoekerde handen zich naar me uitstaken.
'Vrees niets, jongen,' zei de vrouw, 'ik zal je geen kwaad doen.'
'Kan best zijn,' zei ik, nadat ik een stap achteruit had gezet, 'maar het is vandaag al welletjes geweest wat verrassingen betreft.'
'Ik weet wat je bedoelt,' antwoordde de vrouw terwijl ze haar handen langzaam terugtrok.
'O ja?' reageerde ik vol ongeloof.
'Je bent geconfronteerd geworden met je gave, is het niet?'
'Gave?'
De vrouw trok haar uitgestrekte benen in, kwam overeind en schreed als een over het water glijdende schim vanuit het duister op me toe.
Het was even slikken, en voor enkele ogenblikken was mijn schrikbarende ervaring van enkele uren eerder compleet uit mijn gedachten. De vrouw, duidelijk een oude, tot op de draad versleten bedelares, keek me recht in de ogen met een vlammende blik.
'Ja, er is geen twijfel mogelijk,' zei ze met een zo goed als bewegingloos gezicht, 'je hebt de gave, jongen.'
'Dat zei u al,' zuchtte ik, 'maar kan u misschien iets duidelijker zijn?'
'Nee, dat kan ik niet,' antwoordde ze, haar ogen nog steeds in de mijne priemend. 'Je moet de gave gewoon aanvaarden, meer valt er niet te zeggen.'
'Maar wat mag die gave dan wel zijn?' begon ik te janken.
'Dat zal je wel duidelijk worden,' antwoordde de vrouw, waarna ze haar ogen van me afwendde, een halve draai naar links maakte en verder de steeg in schuifelde, om in het duister te verdwijnen.

 

feedback van andere lezers

  • Wee
    Super!
    Ik tweestrijd: zou ik haar, die gave, nu wél willen hebben of toch maar liever niet?
    x
    koyaanisqatsi: ;-)
  • miepe
    vernuft hoor!
    gaaf ook

    en ook een beetje puur krankzinnig
    en dus graag gelezen
    en dus tot de volgende keer
    koyaanisqatsi: thnks as usual
  • aquaangel
    de vertelvorm vind ik aangenaam, dit keer is de lengte iets minder aardig hihi maar ik was er weer xxx
    koyaanisqatsi: te lang?? luiwammes!!!
    xxx
  • Vansion
    zo lees ik je 't liefst
    plastisch en niet al te beschouwend
    tot vervolgs
    koyaanisqatsi: zo schrijf ik het liefst... spastisch en berouwend...
    thnks
  • jan
    ben al benieuwd naar die gave!

    grts jan
    koyaanisqatsi: een gave gave...
  • sproet
    ik voel de spanning in mijn lijf kruipen, inhoud en manier van weergeven zijn fantastisch.
    jammer van de eerste alinea, voor mij doet hij een beetje afbreuk aan de spanning. hij hoort er niet, maar dit is natuurlijk mijn bescheiden mening.

    liefs, trees
    koyaanisqatsi: effe over nadenken... :-)
  • DeKoeneRidder
    gr. DKR
    koyaanisqatsi: waarvoor (alweer) dankend
  • Magdalena
    De eerste twee paragrafen hier breken voor mij een beetje het ritme: te lange zinnen.
    Nadien wordt het weer schitterend.
    koyaanisqatsi: misschien zet ik de schaar er wel (eens) in

    xx
Er zijn 3 bezoekers online, waarvan 0 leden: .