writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

De Penseeltrekken van Ensor Buscapé (20 - Leegstand)

door koyaanisqatsi

Ik besloot mijn strategie te veranderen. Ik zou niet langer proberen Tostao als een soort achterpoortje te gebruiken om met Esmeralda in contact komen. In plaats daarvan zou ik de geduldige wegen van een jagend roofdier bewandelen, of, in mensentaal: ik zou zo lang in de buurt van Esmeralda's woonst rondhangen tot ik haar opnieuw, zogezegd per ongeluk, tegen het lijf zou lopen.
In de praktijk kwam dit erop neer dat ik de volgende dag meteen na school in haar omgeving ging lanterfanten. Mijn doelloos heen- en weergeloop werd echter algauw als vermoeiend ervaren en dus besloot ik om mijn luie krent neer te vleien op de stoep van een leegstaand huis dat zich net buiten het zicht van Esmeralda's woonst bevond.
En toen gebeurde het weer. Zo opeens, zonder ook maar een gedachte te formuleren, een woord uit te kramen of een vinger uit te steken, stond ik midden in dat leegstaande huis, dat als klap op de vuurpijl helemaal niet zo leegstaand bleek te zijn. Het werd bevolkt door een handvol haveloze figuren, vuil en mager -om niet te zeggen uitgemergeld-, die door het donkere, naar vocht, schimmel en pis stinkende huis zwierven alsof ze op de dool waren. De heuse griezeltoestand greep me meteen bij de keel maar aangezogen door mijn nieuwsgierigheid, en me gedekt wetend door mijn onverklaarbare onzichtbaarheid, begaf ik me van kamer tot kamer in de hoop een verklaring voor dit zootje te vinden.
Ver moest ik niet zoeken. In de keuken, of beter, wat daar van overbleef, botste ik op een kerel die, met kanjers van gouden oorringen in beide oren en een blinkende ketting rond zijn nek, duidelijk niet in het marginale prentje paste. Hij leunde tegen wat ooit een aanrecht was geweest en speelde met een piepklein, doorzichtig plastiek zakje. Eén van de sloebers die het huis bevolkte kwam op hem toe gesloft, reikte hem een verfrommeld bankbiljet aan, kreeg daarvoor het zakje in de plaats en slofte de keuken uit. Daarop kwam er vanuit een donker gat achterin de keuken een graatmager meisje met warrige haren tevoorschijn. Ze droeg niks anders dan een vuile beha en een uitgerafelde jeansshort en zakte lichtjes door haar linkervoet, waar verder niks op aan te merken was.
'Nestor,' begon ze hees, 'kan je niet wat spul voorschieten? Ik heb straks nog een klant voor pijpbeurt, dus…'
'Carlota,' onderbrak de kerel, 'je weet verdomd goed hoe het werkt. Geen geld, geen dope. Dus maak dat je wegkomt en laat je kop niet meer zien voor je met poen komt aandraven.'
Het meisje klemde haar handen smekend in mekaar, boog lichtjes door haar knieën en vroeg met een droge, trillende stem: 'Alsjeblief, Nestor, ik ga kapot, ik doe alles wat je wilt. Als je wil, mag je hem een keertje in mijn kont steken…'
'Godverdomme, kutwijf!' brulde de kerel. Hij gaf het meisje een knallende oorveeg, waardoor ze even om haar as tolde en op de grond zakte, en verkocht haar vervolgens een genadeloze schop onder haar knokige achterwerk. 'Ben je soms doof? En waar haal je het in godsnaam in je gedrogeerde kop dat ik ook maar een greintje geďnteresseerd zou zijn in jouw schurftreet!?'
Terwijl het speeksel uit haar mond begon te druipen, kroop het meisje op handen en knieën terug naar het donkere gat. Ik verwachtte dat ze ieder ogenblik zou beginnen huilen, maar ze bleef muisstil, alsof ze vreesde dat zelfs het geluid van haar ademhaling op meer klappen zou uitdraaien.
'Bon,' zuchtte onze schoppende held, alsof hij net een zwaar karwei achter de rug had, 'als er geen kopers meer zijn, dan smeer ik 'em.'
'Wa-wacht, Nestor, ik nog…'
Een lange slungel kwam uit een aanpalende kamer gewaggeld en stak, alsof hij net het groot lot had gewonnen, triomfantelijk een bankbiljet in de hoogte.
'Mozes,' snauwde Nestor, 'laat me volgende keer niet meer wachten, want dan kan je achter je spul fluiten.'
'So-sorry, Nestor, mijn vriend, sorry, ' slijmde slungel Mozes', 'het zal niet meer gebeuren.'
'En ik ben jouw vriend niet, Mozes,' zei Nestor, terwijl hij het geld uit Mozes's hand graaide. 'Ik heb geen junks onder mijn vrienden, onthou dat.'
'Tu-tuurlijk, Nestor, sorry, het zal niet meer gebeuren,' zei Mozes, dankbaar buigend voor het pakje dat hij aangereikt kreeg.
Nestor, de held, stak het bankbiljet weg en trok de achterdeur van de keuken open die uitgaf op een kleine tuin. Daar klauterde hij met behulp van een kleine aanloop op de tuinmuur, waar hij meteen daarna met een sprong achter verdween -een poepsimpele truuk om naar dealers speurende flikken te slim af te zijn. Van het meisje dat hij als een beest had geslagen en geschopt was ondertussen geen spoor meer te bekennen.

 

feedback van andere lezers

  • Magdalena
    amaai!
    ik ben zomaar midden in het verhaal gevallen, maar ik zat op het puntje van mijn stoel te lezen in spanning hoe dit zou aflopen: helemaal wég in het verhaal.
    Vergeten dat het 'maar' een verhaal is.
    Ik denk dat dat betekent dat het GOED is, én als verhaal én als schrijfsel!

    XXXX
    koyaanisqatsi: amaai... (bloos)
    xx
  • sproet
    het verhaal neemt je volledig in zijn greep.
    de max gewoon!

    liefs, sproet
    koyaanisqatsi: xxx
  • Mephistopheles
    Knaller van een verhaal. Laat zich vlot lezen.
    Benieuwd naar een eventueel vervolg.
    Grts.
    koyaanisqatsi: thnks!
  • miepe
    vlieg je me daar van een hemel in een hel

    onzalig oord
    belééfde groeten
    koyaanisqatsi: that's life...
Er zijn 3 bezoekers online, waarvan 0 leden: .