writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

De Penseeltrekken van Ensor Buscapé (42 - TILT!)

door koyaanisqatsi

Toen de schoolbel voor een laatste maal haar koperen gerinkel liet horen, kon ik alleen maar vaststellen dat de afgelopen schooldag één groot zwart gat in mijn geheugen was.
Ik had me van les naar les gezeuld, mijn geest het ene ogenblik in beslag genomen door het verketteren van mijn broer, het andere geteisterd door troosteloze treurnis om Esmeralda en slenterde in diezelfde wisselvallige toestand naar huis, waar ik meteen naar mijn kamer trok om afgepeigerd door de invretende emoties op bed te gaan liggen.
Enige tijd later kwam Tostao thuis.
'Weet jij waar moeder is?' vroeg hij.
Zoals gewoonlijk was hij binnengekomen zonder kloppen, wat me normaal gezien niet stoorde maar ditmaal zodanig ergerde dat ik hem een hatelijke blik toewierp en kortaf antwoordde: 'Nee, waarom zou ik dat moeten weten?'
Hij schrok niet eens, had waarschijnlijk niet genoeg aan één oog om het venijn van mijn snuit af te lezen en zei: 'Beetje vreemd, dat ze alweer uithuizig is, vind je niet?'
'Misschien is ze het net als vader op een zuipen gaan zetten?' bromde ik.
'Denk je?'
Ik veerde overeind, automatisch, zonder dat ik er enige hand in had. Dat onze superman geen superman meer was, wist ik nu al wel, maar dat hij ook begon weg te glijden naar het mentale niveau van een naïeve halvegare was nog iets nieuws.
'Zeg,' snauwde ik, 'heeft die oplawaai jouw hersens soms aangetast?'
Ditmaal leek Tostao het begrepen te hebben: hij fronste zijn wenkbrauwen, zette een gezicht van onaangename verbazing op en zei: 'Ensor, wat bezielt jou zo ineens? Scheelt er wat?'
Wat kon er nu hemelsnaam schelen?! Niets toch?! Behalve dat mijn broer mijn grote liefde had onteerd, gebruikt en bevuild, en dat zij dankzij zijn toedoen uit mijn leven was gerukt nog voor ik ook maar een zucht van haar had mogen proeven!
Ik liet me terug op bed vallen en bleef hem het antwoord schuldig -dat hij godverdomme zelf maar probeerde uit te vissen wat er scheelde!
'Nu, ik blijf in ieder geval niet thuis,' zei hij, zich blijkbaar geen bal van mijn stilzwijgen aantrekkend, 'want ik heb een afspraakje met Elisa, je weet wel, dat meisje uit het derde jaar met die magistrale joekels van borsten…'
Godzijdank had ik mijn ogen op het plafond gericht en waren het geen geweerlopen. Want in dat geval zou ik Tostao, broer of niet, zonder de minste aarzeling met kogels hebben doorzeefd, tot ik dwars door zijn verdomde machobast kon kijken.
Mijn tenen krulden zich, mijn handen balden zich tot vuisten, mijn tanden knarsten als molenstenen, mijn bloed stolde in mijn aderen. Wat, behalve mijn gekrenkte trots en vertrappelde heimelijke verliefdheid, weerhield me ervan deze gevoelloze vlerk naar de strot te vliegen en te wurgen tot hij piepend als een geplette muis de pijp uitging?
Had ik zijn compleet gebrek aan respect voor Esmeralda maar op één of andere manier kunnen vastleggen, dan zou ik met het bewijs van zijn liefdeloosheid het hele land hebben afgedweild, tot ik Esmeralda zou gevonden hebben om haar, met tranen van medeleven, de naakte feiten onder ogen te brengen.
'Ik neem je niets kwalijk, Esmeralda,' zou ik vervolgens troostend gesproken hebben, 'ik weet ondertussen ook wat voor charlatan mijn broer is,' waarna zij zich, smekend om vergiffenis en smachtend naar mijn liefde -een echte liefde!- in mijn armen zou kunnen werpen.
Maar het mocht niet zijn. Tostao's woorden waren, net zoals zijn belangstelling voor Esmeralda, in het ijle opgelost en trokken een algemeen spoor van waardeloosheid over het begrip liefde.
'Als moeder thuiskomt, zeg dan maar dat ik naar Frelimo ben,' zei Tostao, waarna hij de deur van mijn slaapkamer achter zich dicht trok.
"Ja," dacht ik, "dat zal ik doen, en kijk jij maar uit dat een verbolgen vader straks je andere oog niet dichtslaat," waarna ik opnieuw rechtveerde en als een razende met mijn vuisten op de muur begon te trommelen.

 

feedback van andere lezers

  • Vansion
    het ontroert en blijft dat doen, jouw verhaal
    ik lees het zo graag en heel helemaal
    koyaanisqatsi: ...wat mij... ontroert... xxx
  • sproet
    ik ben het volledig eens met Vansion!
    het is super de luxe.

    liefs, trees
    koyaanisqatsi: en geloof me: ik ben er echt niet tevreden over. (er hapert te veel en ik schrijf te ongeduldig)
  • mephistopheles
    80 procent van m'n schooltijd is een zwart gat. In het stuk: de naakte feite onder ogen te brengen ben je een n vergeten denk ik. Niet dat ik betweterig wil overkomen natuurlijk want uiteraard ben ik geen spellingsgrootmeester.
    grts.

    koyaanisqatsi: Ik lig ook niet wakker van spelling (zonder er daarom op los te pennen). Per slot van rekening is het belangrijkste wat je schrijft en niet hoeveel schrijffouten je maakt.
    En wat dat zwart gat in de schooltijd betreft: JOIN THE CLUB!
  • Wee
    Ja, ik sluit aan bij Vansion. Al jouw schrijfsels ontroeren en je woordgebruik is zó wondermooi. Ik vind je heel bijzonder.
    x
    koyaanisqatsi: Ach, zo mooi is nu het ook weer niet. (maar toch bedankt)
Er zijn 3 bezoekers online, waarvan 0 leden: .